HomeDossiersStaatssteunUitsprakenSelectiviteit

Staatssteun

Voorpagina Kernvragen Wet- en regelgeving Uitspraken Procedures Info&Service
 

Selectiviteit

01-02-2010
Staatssteun selectiviteit
Wat is een selectieve maatregel?    
Een voordeel wordt als staatssteun beschouwd wanneer het op selectieve wijze wordt toegekend aan bepaalde ondernemingen of producties. Echter, zoals uit onderstaande voorbeelden blijkt, is van selectiviteit al gauw sprake, in het bijzonder als het gaat om decentrale steunmaatregelen. Algemene economische maatregelen die alle marktspelers raken, zijn geen steunmaatregelen in de zin van artikel 107 VWEU.

Schijnbaar objectieve criteria
Maatregelen die potentieel toegankelijk zijn voor alle ondernemingen, kunnen staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU bevatten, als het effect van de schijnbaar objectieve criteria toch selectief uitpakt omdat slechts bepaalde ondernemingen ervan kunnen profiteren. Zie C-501/00, Spanje/ Commissie. In deze zaak stelde Spanje dat een bij wet ingevoerde belastingverlaging niet selectief was omdat deze automatisch, volgens objectieve criteria, voor elke onderneming gold. Het Hof oordeelde dat deze belastingmaatregel feitelijk ten goede kwam aan één categorie ondernemingen, namelijk ondernemingen die exporteren en bepaalde investeringen doen, en daarom toch selectief was.

Een bepaalde sector
Een maatregel voor één bepaalde sector is per definitie selectief. Een gedeeltelijke vrijstelling van geldelijke lasten die voortvloeien uit de normale toepassing van het algemene stelsel van sociale voorzieningen, zonder dat deze vrijstelling gerechtvaardigd is door de aard of de opzet van dit stelsel, moet als een steunmaatregel worden aangemerkt. Bijvoorbeeld de zaak C-173/73 Italiaanse Textielindustrie die ging om verlichting van sociale lasten gericht op ondernemingen in de textielindustrie. De zaak C-75/97 Maribel betrof een verhoogde vermindering van de socialezekerheidsbijdragen voor handarbeiders, die de Belgische overheid in het kader van de Maribel regeling toekende aan werkgevers die hun activiteiten hoofdzakelijk uitoefenen in sectoren die het meest aan de internationale concurrentie zijn blootgesteld.

Openbaar fonds
Als een steunmaatregel verstrekt wordt uit een openbaar fonds dat gebaseerd is op een algemene regeling, maar de keuze van de begunstigde ondernemingen nog steeds bij de overheid ligt (discretionaire bevoegdheid), kan een dergelijke maatregel staatssteun in de zin van het EG-Verdrag zijn (C-241/94 Kimberly).

Lokale en regionale steunmaatregelen
Naast individuele steun aan een onderneming zullen algemene maatregelen van regionale of lokale overheden overwegend selectief uitpakken omdat zij vaak enkel ondernemingen in de gegeven regio bevoordelen. Uit het arrest 248/84 Duitsland/ Commissie blijkt dat een door een territoriaal overheidslichaam en niet door de centrale overheid vastgestelde maatregel staatssteun kan vormen wanneer aan de voorwaarden van artikel 107 lid 1 VWEU is voldaan.

C-88/03 van 6.09.2006 Portugal/ Commissie (Belastingverlaging Azoren)
Het Hof formuleert in dit arrest de voorwaarden waaronder een regionale verlaging van een nationaal belastingtarief aan het criterium van selectiviteit kan worden getoetst. Het Hof overweegt dat een maatregel niet louter selectief is omdat deze enkel geldt voor een bepaalde regio van een lidstaat (punt 57). Om de al dan niet selectieve aard te beoordelen van een door een regionale entiteit vastgestelde maatregel, dient te worden onderzocht of een regionale entiteit dermate autonoom is dat zij en niet het centrale bestuur van een lidstaat een fundamentele rol speelt in de vaststelling van de politieke en economische omgeving waarin ondernemingen opereren. In dat geval vormt het grondgebied waarop de regionale entiteit haar bevoegdheden uitoefent en niet het gehele grondgebied van een lidstaat de relevante context om te beoordelen of sprake is van selectieve maatregelen.

Van het regionale grondgebied als relevante context kan worden uitgegaan als de maatregel door de regionale entiteit is genomen in de uitoefening van voldoende autonome bevoegdheden ten opzichte van de centrale overheid. De beslissing moet in dat geval zijn genomen (r.o. 67):

1. door een regionale/plaatselijke autoriteit met een eigen politieke en administratieve status die losstaat van de centrale overheid, en;
2. zonder dat de centrale overheid rechtstreeks zeggenschap heeft over de inhoud ervan, en;
3. zonder dat de financiële consequenties ervan worden gecompenseerd door bijdragen van andere regio’s of de centrale overheid.

Als ook op regionaal niveau sprake is van selectieve maatregelen, moet nog worden nagegaan of de maatregel door de aard en opzet van het belastingstelsel wordt gerechtvaardigd en daarom geen steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU is.
Of er in Nederland sprake is van voldoende politieke en fiscale autonomie van decentrale autoriteiten in de zin van het arrest is zeer twijfelachtig. Echter, de door het Hof geformuleerde voorwaarden kunnen wellicht een leidraad bieden voor overige - niet-fiscale - steunmaatregelen van decentrale overheden.