Mededeling Commissie openbare omroepen
Volgens de
Mededeling van de Commissie (2001/C 320/04) over
openbare omroepen is de financiering toegestaan voor zover het de
kosten van de vervulling van aan de omroep toevertrouwde publieke taak
compenseert. Zodra een 'gesteunde' omroep activiteiten ontplooit die
niet passen bij zijn publieke taak, bevindt de decentrale overheid zich
mogelijk in de gevarenzone. De Commissie stelt aan de financiering drie
voorwaarden:
- De opdracht aan de omroep moet omschreven zijn door een officiële,
daartoe gerechtigde autoriteit (in de praktijk de steunverlener).
Daarbij moet de doelstelling van de dienst voorop staan: het voldoen
aan de 'democratische, sociale en culturele behoefte' van de
maatschappij, en de taalkundige pluriformiteit.
- Er moet sprake zijn van toewijzing in de vorm van een officieel
besluit (bijvoorbeeld een aanbesteding) en controle door een orgaan dat
geen deel uitmaakt van de aanbestedende dienst.
- De bewuste financiering moet evenredig zijn. Dat wil zeggen dat ze de
netto kosten die uit de publieke taak (dienst van algemeen belang)
voortvloeien alleen mag compenseren (en dus niet overschrijden). Om de
Commissie in staat te stellen dit te controleren moet worden voldaan
aan diverse doorzichtigheidsvereisten (er wordt verwezen naar de
Transparantierichtlijn), waarvan een gescheiden boekhouding de
belangrijkste is. Met name overcompensatie en kruissubsidiëring moeten
worden voorkomen.
In de Mededeling wordt vereist dat de lidstaten (en decentrale
overheden) de taakopdracht van de publieke omroep heel duidelijk
definiëren, wettelijk toewijzen aan een of meerdere omroepen en ook
effectief laten monitoren door een onafhankelijk toezichthoudend orgaan.