Artikel 110 VWEU (voormalig art. 90 EG) heeft betrekking op binnenlandse belastingen die zowel op de nationale producten als op het ingevoerde of uitgevoerde goed worden gelegd. Men kan daarbij denken aan productbelastingen, zoals omzetbelastingen en accijnzen. Deze financiële lasten die zonder onderscheid worden toegepast zijn ingevolge artikel 110 VWEU toegestaan. Desalniettemin kunnen dergelijke belastingen de handel aanzienlijk bemoeilijken, vooral als in het land van invoer geen rekening wordt gehouden met belastingen die al in het oorsprongsland zijn geheven of als bij uitvoer geen teruggave van de al geheven belasting plaatsvindt.
Fiscaal discriminatieverbod
Ingevolge artikel 110 VWEU zijn binnenlandse belastingen alleen verboden als zij de invoer uit of de uitvoer naar andere lidstaten zwaarder treffen dan de eigen productie. Ondanks het feit dat dit niet uit de tekst van het artikel blijkt uit de jurisprudentie dat het verbod ook betrekking heeft op de uitvoer. Wat wel mag is het hoger belasten van nationale producten in vergelijking met in- of uitgevoerde producten. Het fiscale discriminatieverbod geldt voor ‘gelijksoortige’ producten. Daarbij gaat het niet alleen om producten die qua samenstelling gelijk of gelijksoortig zijn, maar eveneens om producten die vanuit oogpunt van de consument gezien met elkaar kunnen concurreren. Het doel van de heffing (bijvoorbeeld milieubescherming) kan overigens geen rechtvaardiging voor discriminerende binnenlandse belastingen vormen.