Dienstenrichtlijn
Decentrale overheden krijgen in 2007, 2008 en 2009 intensief te maken met de
Dienstenrichtlijn. Die Dienstenrichtlijn is op 28 december 2006 in werking getreden met als doel de nog bestaande belemmeringen van het vrij verkeer van diensten op te heffen. Concreet moeten gemeenten, provincies en waterschappen binnen deze 3 jaar nagaan of hun regelgeving in overeenstemming is met de bepalingen van de Richtlijn en deze zonodig aanpassen.
Uitzonderingen Dienstenrichtlijn en DAEB
Bepaalde diensten van algemeen economisch belang (DAEB) worden ingevolge artikel 2 van de Richtlijn in het geheel van de werkingssfeer van de Dienstenrichtlijn uitgezonderd (bijvoorbeeld vervoersdiensten). Voor andere DAEB (bijvoorbeeld voor postdiensten) geldt dat zij niet van de werkingssfeer zijn uitgezonderd, maar er ten aanzien van deze diensten wel wordt afgeweken van de bepaling van het vrij verrichten van diensten (artikel 16 Dienstenrichtlijn. De overige artikelen (met name artikel 9 Dienstenrichtlijn e.v.) zijn ten aanzien van deze diensten wel gewoon van toepassing zijn. Er worden dus ten aanzien van verschillende DAEB afwijkende regimes gehanteerd.
Voor correcte toepassing van de Dienstenrichtlijn is het onderscheid tussen DAB en DAEB van groot belang. De interne marktregels en de mededingingsregels zijn (in principe) van toepassing op DAEB, maar niet op DAB. Het EG-verdrag verhindert de regulering van DAEB niet, maar voorkomt wel dat de regels van de interne markt omzeild worden door de regulering te toetsen aan eisen van noodzakelijkheid en proportionaliteit. De dienstenrichtlijn is dus in beginsel wel van toepassing op DAEB. Er gelden echter wel uitzonderingen.
Zie voor meer informatie het dossier
Dienstenrichtlijn.