Waar diensten van algemeen belang worden verricht als een economische activiteit, die ook door (particuliere) ondernemingen in de markt wordt gezet, zijn de mededingingsregels van toepassing. Om concurrentievervalsing als gevolg van de financiering door de overheid te voorkomen, moeten ook decentrale overheden de Europese mededingings- en staatssteunregelgeving in acht nemen.
De mededingingsregels gelden echter voor zover de toepassing daarvan de vervulling van aan een onderneming toevertrouwde bijzondere taak (een DAEB) niet verhindert. Het EG-Verdrag beschermt de taken zelf, en niet de manier waarop deze worden vervuld. In sommige gevallen kan omwille van kwalitatief hoogwaardige, toegankelijke en betaalbare diensten van de mededingingsregels worden afgeweken, waar de Commissie toestemming voor kan verlenen. Bij de beoordeling houdt de Commissie rekening met drie beginselen:
- Neutraliteit ten opzichte van de publiek- óf privaatrechtelijke positie van ondernemingen;
- Het recht van lidstaten om te definiëren wat diensten van algemeen belang zijn, waarbij wordt gecontroleerd op duidelijke fouten bij het definiëren van een DAB;
- Proportionaliteit, die inhoudt dat de beperkingen ten aanzien van mededinging en de vrijheden van de interne markt niet verder gaan dan wat voor een effectieve tenuitvoerlegging van de taak noodzakelijk is.