Rapport EP: oproep rechtszekerheid DAB
Op 27 september 2006 heeft het Europees Parlement het
rapport van de Duitse Sociaaldemocraat Rapkay aangenomen, waarin de Europese Commissie wordt opgeroepen om met passende wetgeving over diensten van algemeen belang (DAB) te komen. Veel DAB, bijvoorbeeld sociale woningbouw of streekvervoer, liggen binnen het domein van gemeenten, provincies of waterschappen. Het is volgens het EP momenteel volstrekt onduidelijk waar de scheidslijn ligt tussen economische en niet-economische DAB.
Het rapport van Rapkay is opgesteld als reactie van het Europees Parlement op het Witboek van de Europese Commissie over diensten van algemeen belang van mei 2004. Het rapport benadrukt de noodzaak van duidelijke Europese juridische kaders voor DAB maar laat echter in het midden in welke vorm er meer rechtszekerheid moet komen.
De Commissie wordt gevraagd om het op basis van de huidige wetgeving onderscheid tussen diensten van algemeen belang en diensten van algemeen economisch belang te verduidelijken 'door het ontwikkelen van operationele criteria en met inachtneming van de nationale tradities, op basis van de aard van openbare goederen en overheidsfinanciering of door solidariteitsmechanismen van DAB.' Het Parlement vindt dat een poging om DAB te definiëren er niet toe mag leiden dat DAB voor een groot deel buiten de werkingssfeer van de regels voor de interne markt en mededinging komen te vallen. Anderzijds wordt er opgemerkt dat een precieze afbakening van DAEB en DAB de vrijheid van de lidstaten om deze afbakening door te voeren, kan dwarsbomen.
Het EP verzoekt de Commissie voor de sector sociale diensten en gezondheidsdiensten van algemeen belang meer rechtszekerheid te scheppen. De Commissie zou hiertoe een voorstel voor een sectorspecifieke richtlijn moeten indienen, op de terreinen waarop dit zinvol lijkt. Verder verzoeken de EP-leden de Commissie om aan het Parlement een uitgebreide analyse voor te leggen van de tot op heden in de EU doorgevoerde liberaliseringen, met name met betrekking tot de situatie van de consumenten en de betrokken werknemers.
Het Parlement onderstreept dat het een kwestie van de beoordeling door de bevoegde instantie (bijvoorbeeld een gemeente) is, het rechtstreekse beheer van een DAB op zich te nemen door middel van een eigen eenheid of het beheer aan externe dienstverleners (met of zonder winstoogmerk) toe te vertrouwen. Het beginsel van lokaal en regionaal zelfbestuur moet in acht worden genomen. Op grond van dat beginsel heeft de bevoegde autoriteit het recht om zelf te bepalen hoe elke afzonderlijke dienst met het oog op het openbaar belang het best kan worden verricht.
Ten slotte wijzen de leden erop dat er in het belang van eventuele efficiëntiewinst via de inschakeling van nieuwe dienstverleners en nieuwe methoden om DAB te leveren, behoefte is aan meer rechtszekerheid voor de verschillende intergemeentelijke organisatievormen (gemeenschappelijke regelingen, publiek/private partnerschap, concessieverlening).