HomeDossiersVrij verkeerPersonenVrij verkeer van werknemers

Vrij verkeer

Voorpagina Personen Diensten Goederen Kapitaal Praktijk Info&Service
 

Vrij verkeer van werknemers

23-08-2010
Vrij verkeer werknemers
Vrij verkeer van werknemers (artikel 39-42 EG nu artikel 45-48 VWEU)
Het vrij werknemersverkeer betekent een verbod op discriminatie naar nationaliteit tussen werknemers van de EU-lidstaten op het gebied van levens- en arbeidsvoorwaarden. Dit geldt ook voor grensarbeiders die nog steeds in een ander land wonen.

Gemeenten, provincies en waterschappen dienen in hun rol als werkgever en als uitvoerder van het werkgelegenheidsbeleid rekening te houden met het vrij verkeer van personen binnen de gemeenschap. Ook zijn deze regels van belang voor wetgevings- en bestuursactiviteiten van decentrale overheden die de positie van werknemers en hun familieleden raken. Denk aan het verlenen van verblijfsvergunningen, inschrijving in registers of het verlenen van vergunningen voor huisvesting en andere sociale voordelen. De bepalingen van EU-recht kunnen ook derdelanders bij gezinshereniging en asielbeleid raken.

De Commissie heeft in juli 2010 een mededeling (COM(2010) 373) gepubliceerd met een geactualiseerd overzicht van de rechten van migrerende werknemers en hun familieleden. Uiteenlopende vragen op gebeiden zoals discriminatie, erkenning van diploma’s, taaleisen, werk zoeken, overheidsfuncties, uitkeringen en belastingen worden behandeld met verwijzing naar de laatste wetgeving en de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
07-03-2011
Vrij verkeer werknemers jurisprudentie algemeen
Begrip 'werknemer'
In het EU-werkingsverdrag wordt onder het begrip ‘werknemer’ verstaan iedere persoon die reële en daadwerkelijke arbeid in loondienst verricht, gedurende een bepaalde tijd, voor een ander en onder diens gezag (aldus het Hof van Justitie in de zaak Trojani, C-456/02). Ook werkzoekenden worden aangemerkt als werknemers, blijkt uit de zaak Antonissen (C-292/89). Anders zouden alleen mensen die al een baan in het buitenland hebben van het recht op vrij verkeer onder artikel 39 EG gebruik kunnen maken. Een belangrijk arrest met betrekking tot werkzoekenden is C-138/02 Collins. In de zaak Vatsouris (C-22/08) heeft het Hof bepaald dat ook wanneer de beloning zeer gering is en de arbeid van korte duur, er sprake kan zijn van een 'werknemer'. Dit is het geval wanneer de nationale autoriteiten de beroepsactiviteit als een reele en effectieve activiteit beschouwen.

Bovendien zijn stagiaires praktisch gelijkgesteld aan werknemers. Ook werk in deeltijd valt binnen de definitie (de Nederlandse zaak 53/81 Levin). Studenten verrichten geen prestaties van economische aard en vallen daarom niet onder het werknemersbegrip. Dit ligt anders als er een verband bestaat tussen de studie en het werk voorgaand aan deze studie (zaak 19/92 Kraus). Werknemers van een sociale werkplaats (die werk verrichten als therapie in het kader van reïntegratie) vallen ook buiten de definitie (zaak 344/87 Bettray).

Vrij verkeer
Het arrest in de zaak C-415/93 Bosman ruimt verder hindernissen voor het vrije werknemersverkeer uit de weg. In deze zaak ging het om de transferregeling die een profvoetballer belemmerde om in een andere lidstaat bij een sportclub te gaan werken. Deze regeling werd in strijd geacht met het vrij verkeer, ongeacht het feit dat dit systeem zonder onderscheid op alle voetballers van toepassing was.

Discriminatieverbod
Het is verboden om te discrimineren tussen werknemers -eigen onderdanen- en onderdanen van andere lidstaten. Ook op dit gebied is een uitspraak over sport van belang (zie zaak 36/74 Walrave Koch). Reglementen van nationale sportbonden die een maximum stellen aan het aantal spelende buitenlandse professionele sporters per club zijn in strijd met het EU-Werkingsverdrag voorzover van toepassing op onderdanen van de andere EU-lidstaten.
07-03-2011
Wetgeving vrij verkeer werknemers
Wetgeving

Op 29 april 2004 is Richtlijn 2004/38/EG in werking getreden. De richtlijn gaat over het recht op vrij reizen en vrije vestiging van de Unieburgers en hun familieleden op het grondgebied van de lidstaten. De richtlijn heeft als doel het vrije verkeer binnen de EU te vergemakkelijken door het beperken van administratieve formaliteiten tot het noodzakelijke. In deze richtlijn is de status van familieleden van Europese burgers gedefinieerd. Vooral gemeentelijke afdelingen burgerzaken hebben veel te maken met deze richtlijn, maar ook indirect hebben provincies en gemeenten ermee te maken, bijvoorbeeld in hun rol als werkgever.

 

Het discriminatieverbod en het recht op vrij reizen en verblijven (art. 18 en 21 VWEU, voormalig art. 12 en 18 EG) vormen de rechtsgrond van de richtlijn. Door deze Richtlijn zijn Artikelen 10 en 11 van de Verordening 1612/68 vervallen. Na inwerkingtreding van de Richtlijn 2004/38/EG zijn de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG met ingang van 30 april 2006 ingetrokken. 29-01-2009


Verordening nr. 1612/68 gaat over de algemene beginselen van het vrij verkeer van werknemers (gewijzigd door de Verordening nr. 2434/92). De werknemer heeft op basis van de verordening dezelfde sociale en fiscale voordelen en toegang tot onderwijs als eigen onderdanen. In de verordening wordt veel aandacht besteed aan de rechten van familieleden. Zij hebben recht op vestiging en arbeid in loondienst en hun kinderen hebben recht op toegang tot onderwijs. Hun rechten zijn afgeleid van de rechten van de werknemer. Deze verordening is met name van belang voor de gemeentelijke afdelingen burgerzaken bij afgifte of wijziging van verblijfsdocumenten.

Richtlijn nr. 77/486/EEG heeft te maken met het onderwijs aan de kinderen van migrerende werknemers. Volgens deze Richtlijn hebben de kinderen van migrerende werknemers, los van hun verblijfsrecht, dezelfde rechten op onderwijs als onderdanen van het gastland.

In 2010 heeft de Euroepse Commissie een mededeling gepubliceerd over het vrij verkeer van werknemers om al het relevante beleid op dit gebied, inclusief ontwikkelingen in wetgeving en rechtspraak in een document te verzamelen. Het doel van de mededeling is om een overzicht te verschaffen van de rechten die Unie-burgers aan het vrij verkeer van werknemers kunnen ontlenen. De mededeling geeft daarnaast ook inzicht in de verplichtingen die bestaan op dit terrein. Er wordt onder andere ingegaan op het verstrekken van sociale en financiele voordelen, de toegang van migrerende werknemers tot betrekkingen in de publieke sector, diploma-erkenning en het stellen van taaleisen aan werknemers. COM (2010) 373, van 13 juli 2010.

23-12-2009
Vrij werknemersverkeer Roemenië en Bulgarije
Overgangsregeling Roemenië en Bulgarije
Bij de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie op 1 januari 2007 heeft de Nederlandse overheid besloten een overgangsfase te hanteren voor het werknemersverkeer uit deze lidstaten. De overgangsfase houdt in dat werknemers uit die landen nog niet kunnen profiteren van het vrij verkeer binnen de Unie. In januari 2009 is dit heroverwogen en is besloten de overgangsfase te blijven hanteren. Daarbij zijn de moeilijk voorspelbare ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als gevolg van de economische crisis in aanmerking genomen, aldus de minister. Ook is daarbij het beleid in de ons omringende landen in ogenschouw genomen.

De tweede fase van de overgangsregelingen voor het werknemersverkeer met Roemenië en Bulgarije loopt tot uiterlijk 1 januari 2012. Eventueel kan daarna nog een derde fase volgen, waarin lidstaten nationale maatregelen met nog eens twee jaar mogen verlengen indien sprake is van ernstige verstoringen van hun arbeidsmarkt (of dreiging daarvan). Het overgangsregime is tijdelijk; in 2014 geldt op grond van de toetredingsverdragen vrij verkeer van werknemers met Bulgarije en Roemenië.

Meer informatie:
Persbericht ‘geen vrij werknemersverkeer voor Bulgaren en Roemenen’ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Brief van minister Donner, mede namens de minister voor Wonen, Wijken en Integratie, over het kabinetsstandpunt inzake vrij werknemersverkeer met Bulgarije en Roemenië.
Onderzoek `De economische impact van arbeidsmigratie uit de MOE-landen, Bulgarije en Roemenië’, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.