Jurisprudentie recht op vrije vestiging
Dit recht betreft het recht voor zelfstandige beroepsbeoefenaars
(natuurlijke of rechtspersonen) om zich binnen het grondgebied van de
Gemeenschap te verplaatsen en vervolgens te verblijven voor de
uitoefening van hun beroep. Het Hof van Justitie verduidelijkt nader
dat het (zelfstandige) werkzaamheden betreft die duurzaam worden
uitgevoerd of waarvan het einde althans niet valt te voorzien
(zaak
C-55/94 Gebhard).
De maatregelen zonder onderscheid, die de vrijheid van vestiging
belemmeren, kunnen in strijd zijn met artikel 43, dat de vrijheid van
vestiging waarborgt (zaken
340/89 Vlassopoulou en
C-55/94 Gebhard).
Een uitgebreid overzicht van jurisprudentie van het Hof is opgenomen in de publicatie van de Commissie uit 2001
'Guide to the Case Law of the European Court of Justice on Articles 43 et seq. EC Treaty. Freedom of Establishment'.
Hierop volgt een aantal contrete voorbeelden van maatregelen die vrijheid van vestiging kunnen belemmeren.
Verlening van vergunningen
De gemeenteraad van Manchester had geëist dat de aanvrager van een
taxivergunning woonachtig is in de gemeente. Volgens de Commissie is
een dergelijk woonplaatsvereiste in bepaalde gevallen discriminerend en
in strijd met het Verdrag. Overigens doet de omstandigheid dat de eis
ten aanzien van de woonplaats slechts zou slaan op een beperkt gedeelte
van het grondgebied van de lidstaat, niets af aan het discriminerende
karakter van deze eis aangezien hij uiteindelijk sommige nationale
subjecten (natuurlijke of rechtspersonen) bevoordeelt ten koste van
alle marktdeelnemers uit andere lidstaten (Antwoord Commissie op
schriftelijke vraag nr. P-2981/95 van G.Titley, PbEG 1996, C 48/22).
Vakbekwaamheidseisen
Als een Nederlandse onderdaan besluit terug te keren naar
Nederland, na zich in een andere lidstaat als zelfstandige ondernemer
te hebben gevestigd, mogen Nederlandse (strengere) vakbekwaamheidseisen
zijn terugkeer en uitoefening van werkzaamheden niet belemmeren. Een
daadwerkelijke uitoefening van deze werkzaamheden in de andere lidstaat
geldt dan als voldoende bewijs voor vakbekwaamheid (
zaak 115/78 Knoors).
Verhuur van bedrijfsruimte
Het begrip vestiging heeft tevens betrekking op de uitoefening van
het beroep en de daarvoor noodzakelijke aspecten, zoals de huur van een
bedrijfsruimte. In de zaak
197/84 Steinhauser ging
het om een Duitse kunstenaar die woonachtig was in de Franse stad
Biariz. De kunstenaar wenste mee te doen aan een openbare inschrijving
voor de huur van gemeenschappelijke ruimtes van de gemeente die
gebruikt konden worden voor tentoonstellingen. Het gemeentebestuur had
Steinhauser echter verboden om aan de openbare inschrijving deel te
nemen omdat hij geen Franse nationaliteit bezat. Een dergelijke
nationaliteitseis is volgens het Hof direct discriminerend.
Woonruimte en vestiging
Voor decentrale overheden van belang zijn de zaken over vestiging
en woonruimte en de beperkingen van vrij verkeer, die wel kunnen worden
gerechtvaardigd. De uitspraak van het Hof in de zaak
36/75 Rutili gaat
over spreidingsbeleid. Hieruit kan worden afgeleid dat lidstaten om
redenen van algemeen belang spreidingscriteria kunnen hanteren in hun
vestigingsbeleid, mits zij het discriminatieverbod naar nationaliteit
respecteren. Maatregelen zonder onderscheid (tussen onderdanen van
andere lidstaten en die van het land van vestiging) tot beperking van
het recht op verblijf tot bepaalde gedeelten van het nationaal
grondgebied zijn toegestaan. Rutili vindt vervolg in de zaak
C-100/01 Oteiza Olazabal (beperking vrijheid van vestiging op grond van openbare orde).
Ook omgekeerde discriminatie (maatregelen die alleen gelden voor de
onderdanen van het land van vestiging) is mogelijk (zaak
20/87 Gauchard, vergunning voor het exploiteren van een verkoopruimte).
Erkenning van rijbewijzen tussen de lidstaten
Volgens de uitspraak in zaak
16/78 Choquet is
er geen noodzaak om opnieuw een rijbewijs in een ander lidstaat te
halen, als het rijexamen praktisch overeenkomt met dat in het thuisland.