Jurisprudentie publieke sector (overheidsdienst)
In overeenstemming met het EU-Werkingsverdrag zijn het vrij verkeer van werknemers en de vrijheid van vestiging niet van toepassing op betrekkingen in overheidsdienst. Het Hof heeft deze beperking echter zeer restrictief uitgelegd. De lidstaten mogen posten in overheidsdienst alleen aan hun onderdanen voorbehouden indien deze rechtstreeks verband houden met de specifieke taken van de overheid in verband met de uitoefening van overheidsgezag en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het algemeen belang van de Staat. De belangen van de openbare lichamen, zoals de gemeentebesturen, kunnen aan overheidsbelangen worden gelijkgesteld. Deze criteria moeten van geval tot geval worden onderzocht in het licht van de taken en verantwoordelijkheden die aan de post verbonden zijn. Het vrije verkeer hangt niet af van de sector, maar alleen van de functie die de werknemer gaat vervullen.
Zo laat het arrest
2/74 Reyners zien dat een beroep als advocaat, waarvan de Nederlandse Reyners uitgesloten werd, niet als een functie in overheidsdienst beschouwd kan worden.
De posten bij regionale en lokale overheden en andere publieke instellingen die zich bezighouden met de opstelling en tenuitvoerlegging van wetgeving en het toezicht op lagere instellingen, mogen slechts in beperkte mate aan onderdanen van de lidstaat worden voorbehouden. De post van een ambtenaar die beslissingen over bouwvergunningen helpt voorbereiden, mag bijvoorbeeld niet aan onderdanen van de ontvangende lidstaat voorbehouden worden.
Zo heeft het Hof geoordeeld dat banen zoals post- of spoorwegbeambte, loodgieter, tuinier, elektricien, leraar, verpleger en civiel onderzoeker niet voor staatsburgers van het land in kwestie voorbehouden mogen worden.
Zie onder andere:
Zaak 149/79 Commissie/ België (overheidsdienst)
Zaak 307/84 Commissie/ Frankrijk (ziekenverplegers)
Zaak 66/85 Lawrie-Blum (onderwijzers)
Zaak 4/91 Bleis (leraren middelbaar onderwijs)
Beroepservaring
Nationale wetsbepalingen waardoor beroepservaring in de publieke sector van een andere lidstaat niet in aanmerking kan genomen worden, kunnen als indirect discriminerend worden aangemerkt (zaak
C-419/92 Scholz). Bij inschaling dienen 'tijdvakken van tewerkstelling, op een vergelijkbaar werkterrein, die eerder in de openbare dienst van een andere lidstaat zijn vervuld' op dezelfde wijze in aanmerking te worden genomen (zaak
C-15/96 Schöning).
Voor meer informatie over jurisprudentie op dit gebied zie de Mededeling van de Commissie Vrij verkeer van werknemers – de voordelen en mogelijkheden volledig benutten
COM(2002) 694, punt 5.2 en 5.3.