In het Verdrag van Amsterdam van 1997 hebben de lidstaten besloten om een nieuwe titel aan werkgelegenheidsbeleid te wijden (Titel IX artikelen 145-150 VWEU, voormalig Titel VIII, Artikelen 125-130 EG-Verdrag). Het voornaamste doel van het werkgelegenheidsbeleid in de Gemeenschap is het bestrijden van de werkloosheid in Europa. Er vindt nog geen harmonisatie van de wettelijke en bestuurlijke bepalingen plaats. Volgens het Verdrag moet Europees beleid als aanvulling op eigen beleid van de lidstaten worden gezien. In praktijk werken lidstaten aan een gecoördineerde strategie en wordt het nationale beleid vrijwillig op elkaar afgestemd.
Op communautair niveau zijn een aantal coördinatiemechanismen van nationaal werkgelegenheidsbeleid ingevoerd:
- een
jaarlijks verslag over de werkgelegenheid in Europa
- de
richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid 2008-2010 (Engels)
- concrete aanbevelingen voor het werkgelegenheidsbeleid van de afzonderlijke lidstaten
De lidstaten hebben zich voorgenomen om een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid en in het bijzonder de bevordering van de scholing en het aanpassingsvermogen van de werknemers te bevorderen. Daarnaast maken de lidstaten gebruik van de zogenaamde open coördinatiemethode. De actieplannen betreffende arbeidsmarktbeleid en sociaal beleid worden nationaal ontworpen, maar de doelstellingen en werkmethoden worden op Europees niveau afgesproken.