HomeDossiersDiensten van algemeen belangDAB&StaatssteunPraktijk

Diensten van algemeen belang

Voorpagina DAB&Staatssteun DAB&Dienstenrichtlijn Begrippenkader Beleid Info&Service
 

Praktijk

17-02-2010
DAEB praktijk beschikking
Handreiking Diensten van algemeen economisch belang en staatssteun
Ministerie van BZK, augustus 2008
Over de verhouding tussen DAEB met de Europese staatssteunregels rijzen met name bij decentrale overheden vaak vragen. Deze handreiking verschaft helderheid op dit onderwerp.

Hulpmiddelen bij het vaststellen van algemeen belang
De beslissing of een activiteit van algemeen belang wordt geacht ligt bij de (nationale of decentrale) overheid in kwestie. Er is hierbij sprake van een grote discretionaire bevoegdheid. Overheden zijn dan ook in beginsel zelf bevoegd te bepalen welke activiteiten zij ‘van algemeen belang’ achten, of ze een dienst als DAEB willen erkennen en hoe die moet worden uitgevoerd. Deze bevoegdheid is echter niet onbeperkt: de Europese Commissie (bijvoorbeeld in geval van een staatssteunmelding) en het Europese Hof van justitie (bij een conflict voor het Hof) kunnen achteraf toetsen of de overheid bij het aanwijzen van een DAEB geen 'kennelijke fout' heeft gemaakt, en of de toewijzing volgens de procedurele vereisten is verlopen.

Overheden gebruiken vaak (beleids)documenten als hulpmiddelen om te bepalen of een activiteit geschikt is om aan te merken als van algemeen belang. Hiermee worden ook de uitvoeringsmogelijkheden van de DAEB en de borging van publieke belangen via overheidsorganisatie of via concurrentie beoordeeld.

Zie bijvoorbeeld:
Ministerie van Economische Zaken: Nota ‘Calculus van het publiek belang’ (2006)
Provincie Noord-Brabant: Toetsingskader voor activiteiten van steunfunctie-instellingen, pag. 21 en 22 (2006)
Gemeente Den Haag: Handreiking DAEB (2006) en Model redelijke prijs (2006)
Gemeente Eindhoven: Memo staatssteun en DAEB (2006)


Hoe pas ik de vrijstellingsbeschikking toe?
De Vrijstellingsbeschikking nr. 2005/842/EG bepaalt onder welke voorwaarden compensaties voor ondernemingen die belast zijn met een DAEB, verenigbaar zijn met de staatssteunregels en niet bij de Commissie hoeven te worden aangemeld. De toepassing van deze beschikking in de praktijk blijkt veel vragen bij decentrale overheden op te roepen.

Enkele provincies en gemeenten hebben hiermee ervaring opgebouwd. Hieronder zijn voorbeelden opgenomen van documenten die zij gebruiken om een onderneming met een DAEB te belasten en de omvang van de compensaties voor deze diensten conform de Europese bepalingen vast te leggen.

Om aan de voorwaarden van de vrijstellingsbeschikking te kunnen voldoen dient een decentrale overheid in ieder geval de volgende stappen te zetten:

1) Een onderneming moet door middel van een of meer officiële besluiten belast worden met de verantwoordelijkheid voor het beheer van de DAEB (art. 4 van de Vrijstellingsbeschikking). Zie:

- Format Aanwijzingsbesluit DAEB (provincie Noord-Brabant);
- Format Subsidiebeschikking DAEB (provincie Noord-Brabant).

2) De hoogte van de compensatie die de onderneming ontvangt voor het verrichten van de DAEB wordt vastgesteld aan de hand van objectieve paramaters (art. 5 lid 2 van de Vrijstellingsbeschikking), zie:

- Format offerteverzoek DAEB, verplichte onderdelen (provincie Noord-Brabant).

Verder kunnen ook de volgende voorbeelden worden geraadpleegd:
Gemeente Den Haag: Handreiking DAEB (2006) en Model redelijke prijs (2006);
Gemeente Eindhoven: Memo staatssteun en DAEB (2006).
 
Voorbeelden aanwijzing van diensten als DAEB
Provincie Noord-Brabant:
Stichting Provinciaal Steunpunt Werkgelegenheidsadvies (PSW)
Brabants Bureau voor Toerisme (BBT)
Dienst Regelingen (DR) (ter uitvoering van het stimuleringskader Groen-Blauwe diensten)
Stichting Regionale Omroep Brabant (SROB)

Provincie Noord-Holland
Stichting vrijwillige agrarische samenwerking (STIVAS), zie punt 7.