Op 25 juni 2008 is de Kaderrichtlijn mariene strategie gepubliceerd in het publicatieblad van de EU (PbEU L 164/19). De Kaderrichtlijn treedt op 15 juli 2008 in werking en daarna hebben alle lidstaten tot 15 juli 2010 om aan deze richtlijn te voldoen. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat zal verantwoordelijk zijn voor de omzetting van de Kaderrichtlijn. Hiermee zijn de gemeenschappelijke doelstellingen ter bescherming en behoud van het mariene milieu (zeewateren) en een strategie voor het behalen van deze doeleinden vastgelegd. Decentrale overheden die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de kwaliteit van het zeewater, bijvoorbeeld via het verstrekken van vergunningen, krijgen met de bepalingen van deze richtlijn te maken.
Op 27 juni 2008 heeft de Europese Commissie een document gepresenteerd
waarin zij aangeeft hoe de lidstaten het beste tot een geïntegreerd
Europees maritiem beleid kunnen komen. De Commissie presenteert in dit rapport een set handvatten voor
lidstaten om het maritieme beleid vorm te geven. De Commissie roept de
lidstaten op om op nationaal niveau tot een geïntegreerd maritiem
beleid te komen. Hierbij moeten alle aspecten die het maritieme beleid
raken – waaronder energie, klimaatverandering, R&D, handel,
transport – worden meegenomen. Verder suggereert de Commissie aan de
lidstaten om interne coördinatiestructuren voor maritieme zaken binnen
hun eigen bestuurskaders te vormen. Als voorbeeld draagt de Commissie
de vorming van inter-ministeriële comités voor maritiem beleid in
enkele lidstaten aan. De Commissie staat uitgebreid stil bij de rol die
lokale en regionale autoriteiten bij de nationale strategieën dienen te
spelen en wijst op de belangrijke rol die verschillende
kustregio’s spelen bij het kustbeheer, de ruimtelijke ontwikkeling en
het economische beleid. Omdat de regio’s en gemeenten over unieke
kennis en inzichten beschikken, dienen de nationale regeringen daar bij
het opstellen van hun nationale strategieën serieus rekening mee te
houden.
Website Europese Commissie over maritieme zaken
Doel van de richtlijn Mariene Strategie
Het doel van de richtlijn is de bescherming en het herstel van de Europese zeeën en een gezonde milieutoestand in 2021, zonder dat dit ten koste gaat van economische activiteiten. Hiertoe moeten lidstaten op het niveau van mariene regio’s, voor Nederland is dit het noordoostelijk deel van de Atlantische oceaan, plannen ontwikkelen voor het zeewater dat tot hun grondgebied behoort. De deadline voor het opstellen van een operationeel programma is 2015. In 2016 moeten deze programma’s van start gaan. In 2019 publiceert de Commissie een eerste evaluatierapport en in 2021 moeten de zeewateren in goede milieutoestand verkeren.
De Europese strategie bestaat uit drie fasen. Allereerst moet een ‘goede milieutoestand’ wordt vastgesteld, op basis van een evaluatie van de problemen in het Nederlandse zeewater. Deze evaluatie bestaat onder meer uit een analyse van de belastende factoren die de eigenschappen van de wateren beïnvloeden, en de belangrijkste gevolgen daarvan. De Commissie benoemt enkele belangrijke oorzaken van schade aan zeewateren zoals verontreiniging (afval, gevaarlijke stoffen, olielozingen, scheepvaart, exploitatie van olievelden), overmatige exploitatie van hulpbronnen door de commerciële visserij en de introductie van uitheemse soorten. Ook een economische en sociale analyse van het gebruik van deze wateren (bijvoorbeeld een analyse van de gevolgen voor visserij en toerisme van schade aan zeewateren) en de kosten van de verslechtering van de toestand van het mariene milieu, maken deel van uit de evaluatie.
Na deze analyse moeten er doelstellingen en indicatoren worden bepaald om een goede milieutoestand te bereiken, in overeenstemming met andere lidstaten die zeewater in dezelfde regio beheren. Dit alles moet resulteren in een operationeel programma. Om de staat van het zeewater en de resultaten van dit programma tijdens en na de uitvoering continu te kunnen evalueren moeten de lidstaten een gecoördineerd bewakingsprogramma opstellen.