Een schadevergoeding aan een onderneming voor de schade geleden door rechtmatig overheidshandelen (een nadeelcompensatie) brengt doorgaans geen selectief voordeel voor deze onderneming met zich mee en is daarom geen staatssteun. Denk bijvoorbeeld aan een compensatie voor een gedwongen bedrijfsverplaatsing als gevolg van de aanpassing van het bestemmingsplan. Het bieden van een nadeelcompensatie aan een onderneming mag echter niet leiden tot een voordeel dat de onderneming onder normale marktcondities niet zou hebben verkregen. Dit voordeel, bijvoorbeeld een te hoog bedrag van compensatie, zou immers verboden staatssteun kunnen behelzen. Een overcompensatie moet als staatssteun gemeld worden bij de Europese Commissie, tenzij een vrijstellingsverordening van toepassing is.
De meest 'duidelijke' weg voor een decentrale overheid is het besluit van nadeelcompensatie rechtstreeks te baseren op nationale regels. Zo kan een gemeente, een provincie of een waterschap voorkomen dat te veel wordt betaald en dat nadeelcompensatie een vorm van staatssteun is. Relevante nationale wettelijke regelingen zijn bijvoorbeeld de Wet milieubeheer, de onteigeningswet, de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Boswet. De Regeling nadeelcompensatie Verkeer & Waterstaat 1999 en de Circulaire Schadevergoedingen Wet Milieubeheer zijn voorbeelden van een relevante beleidsregel.
Bij het ontbreken van een algemene schadevergoedingsregeling moet de compensatie terug te voeren zijn op algemeen geldende rechtsbeginselen en de rechtspraak over nadeelcompensatie. De volgende uitgangspunten kunnen voorkomen dat een decentrale overheid in strijd handelt met de staatssteunregels. Ten eerste dient de nadeelcompensatie een wettelijke grondslag te hebben. Voorts dient er een causaal verband te bestaan tussen het rechtmatig handelen van het waterschap en de schade voor een bepaalde (groep) ondernemingen. Als de schade niet behoort tot het normale ondernemingsrisico en de onderneming buiten zijn eigen schuld onevenredig zwaar is getroffen, kan de schade worden gecompenseerd. Daarbij dient de schade op een objectieve wijze te worden berekend en geverifieerd (bij voorkeur door middel van een onafhankelijke taxatie). Als de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt, toch een voordeel voor de ondernemer met zich meebrengt, dient dit voordeel in het schadebedrag te worden verdisconteerd. Daarmee voorkomt het waterschap een overcompensatie.
Beloningen die de schadevergoedingscomponent te boven gaan, kunnen mogelijk worden aangemerkt als ongeoorloofde verstrekking van staatssteun. Een dergelijke overcompensatie kan passen binnen de beleidsregels van de Commissie, zoals de toekomstige Richtsnoeren voor milieusteun. In dat geval kan de Commissie deze staatssteun na een melding goedkeuren.
Praktijk
Bedrijfsverplaatsing Steenbergen (2006)
Autodemontagebedrijf Steenbergen, dat gevestigd was aan de rand van een woonwijk, veroorzaakte geluids- en stankoverlast voor omwonenden en de beschermingszone in de zin van artikel 4 van de Habitatrichtlijn. Steenbergen had sinds 1983 een milieuvergunning en overtrad de nationale regelgeving niet. Op Europees niveau was er geen gemeenschapsrecht dat een maximum stelt aan geluid. De provincie Gelderland en de gemeente Zevenaar hadden geen rechtsgrondslag om een einde te maken aan de situatie zonder schadevergoeding uit te keren. Er werd gekeken naar de mogelijke aanpassing van het bestemmingsplan, het intrekken van de milieuvergunning en onteigening. Deze juridische middelen zouden geen stand houden voor de rechter. Daarom werd met Steenbergen afgesproken dat het bedrijf verplaatst moest worden in ruil voor een schadevergoeding en het intrekken van de milieuvergunning.
De schadevergoeding werd analoog aan de Circulaire schadevergoedingen Wet milieubeheer van het ministerie van VROM berekend. Het schadebedrag was door een onafhankelijke taxateur getaxeerd op grond van de systematiek bij onteigeningen. Hierbij waren de omvang en de rechten van de huidige locatie geprojecteerd op de nieuwe locatie en werden de voordelen van de verplaatsing in mindering gebracht. De vergoeding, die de provincie en gemeenten voor de schade gingen vergoeden waren 80% van de in aanmerking genomen kosten. De Commissie oordeelde dat deze schadevergoeding geen staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU (oud artikel 87 lid 1 EG-Verdrag) was. Zij heeft bevestigd dat de vergoeding aan Steenbergen in overeenstemming was met nationaal recht, dat de nationale autoriteiten verplicht waren een compensatie te betalen, welke geen ruimte geeft om de hoogte van het te betalen bedrag aan te passen en toepasbaar was voor alle ondernemingen in alle sectoren in Nederland.
Meer informatie
Handreiking Nadeelcompensatie en staatssteun, Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER), oktober 2007
Deze handreiking geeft ambtenaren en besturders van decentrale overheden een duidelijk antwoord op de vraag wanneer bij het geven van een nadeelcompensatie geen sprake is van staatssteun.
Stroomschema bij de handreiking
ICER advies bij de handreiking