HomeDossiersMilieuVoorpaginaEuropees milieubeleid

Milieu

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Europees milieubeleid

19-01-2012
Europees milieubeleid op hoofdlijnen
Op bijna alle subterreinen van milieu heeft Europa beleid en regelgeving opgesteld. De belangrijkste onderwerpen voor decentrale overheden zijn:

- Het tegengaan van klimaatverandering en biodiversiteitverlies (o.a. via emissiebeperking en –handel);
- Duurzame ontwikkeling;
- Milieugezondheid.

Ontwikkeling Europees milieubeleid
Tot begin jaren ‘70 bestond binnen de Europese Gemeenschap (EG) geen gemeenschappelijk milieubeleid. De milieugerelateerde regels die golden, waren in eerste plaats bedoeld om ervoor te zorgen dat het milieu de vrije markt niet in de weg stond. In 1973 werd het eerste Milieu Actie Programma (MAP) gepubliceerd. Deze zette de doelstellingen en beginselen van het EU beleid gericht op de milieubescherming uiteenzette.

In 1987 werd een aparte milieutitel in het EG-verdrag opgenomen, de huidige titel XX van het VWEU (EU-Werkingsverdrag). Hiermee werd een gemeenschappelijk milieubeleid in Europa voor het eerst vastgelegd.

Bevoegdheid EU
Op basis van art. 190, 191 en 192 (voorheen 174, 175 en 176) heeft de EU de wettelijke bevoegdheid om op te treden op alle terreinen waar milieubeschadiging kan voorkomen. Hierdoor is de Europese milieuregelgeving omvangrijk en ingrijpend. De bevoegdheid van de EU wordt begrensd door het subsidiariteitsbeginsel en het vereiste van unanieme steun van de lidstaten voor gemeenschappelijke actie op sommige beleidsterreinen.

EU2020
In de EU2020-strategie zijn de prioriteiten van de Europese Commissie in hoofdlijnen vastgelegd. Deze strategie is gericht op duurzame ontwikkeling van werkgelegenheid, economie en het milieu. De Commissie heeft wat betreft milieu de ‘20/20/20-doelstellingen’ gesteld:

- De uitstoot van broeikasgassen moet 20% lager zijn t.o.v. 1990;
- De energie-efficiëntie moet 20% hoger zijn;
- 20% van de energie moet duurzaam worden opgewekt.

Deze doelen zijn vertaald in de nationale doelen van elke lidstaat. 

MAP6
Elke tien jaar worden de globale milieudoelen van de EU uitgewerkt in Milieu Actie Programma’s (MAP’s). Het huidige MAP6  loopt van 2002 tot medio 2012. Er zijn twee grote verschillen met de MAP’s van voorgaande jaren:

- De MAP is bindend, de doelen kunnen door de Commissie en het Hof van Justitie worden afgedwongen;
- De MAP legt nadruk op een thematische, integrale benadering van milieuproblemen (i.p.v. sectoraal). 

Werkprogramma
De prioriteiten van de Commissie op milieugebied voor 2011 staan in het werkprogramma. Hierin presenteert de Commissie jaarlijks haar visie op het milieubeleid.

Gevolgen voor decentrale overheden
Het Europese milieubeleid heeft invloed op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)  en ruimtelijke ordening. Natuurbehoud en verbetering van het landschap, nemen een centrale plaats in het GLB in. Decentrale overheden en gebiedsontwikkelaars moeten rekening houden met Europese milieuwetten.

Integrale benadering ruimtelijke ordening
Decentrale overheden moeten een integraal beleid voeren, waarin de milieugevolgen voor meerdere sectoren worden opgenomen.

Een voorbeeld is het plannen van een nieuwe woonwijk. Naast het in kaart brengen van de gevolgen voor bodem, water, lucht en dier- en plantsoorten, moeten de mogelijke gevolgen voor klimaatverandering en de duurzaamheid van de wijk in kaart gebracht worden.

Sectorale regels (vallend onder milieurichtlijnen) waarmee gebiedsontwikkelaars rekening moeten houden, zijn natuur- en diversiteitbescherming, water- en luchtkwaliteit en ‘meta’-wetgeving als de Milieueffectrapportage.

GLB, natuur- en landbescherming
Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is in 1958 opgezet om Europese voedseltekorten op te lossen. Dit werkte zo goed, dat het uiteindelijk leidde tot voedseloverschotten. Met hervormingen in 1992, 1999 en 2003 en de ‘Health Check’ uit 2008 is het beleid tussentijds aangepast.

Het debat over de toekomst en een herziening van het GLB na 2013 is in volle gang. Regionale en lokale overheden zijn op vele manieren betrokken bij landbouw- en plattelandsontwikkeling. De toekomst van het GLB is voor hen van belang.

Natuurbehoud en de verbetering van het landschap staan centraal in het GLB. Provincies in Nederland zijn verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid op het gebied van natuur, landschap en biodiversiteit. Zij moeten tegelijkertijd de regionale economie stimuleren.

De druk op beschikbare ruimte en natuurlijke bronnen is groot in Nederland. Dit vereist veel aandacht voor de integratie van talrijke en noodzakelijke economische, sociale en ecologische functies in een relatief klein gebied. Sinds 2008 werken de provincies samen aan biodiversiteitprojecten waarin economische aspecten volop aanwezig zijn.

Meer informatie

Dossier regionaal beleid over plattelandsontwikkeling
Advies Comité van de Regio’s, over GLB tot 2020
Huis van de Nederlandse Provincies, over toekomst GLB
Mededeling Commissie, over GLB na 2013
Europese Commissie, over GLB
DG Environment Europese Commissie
Europese Commissie, over MAP6
Tekst MAP6
Werkprogramma 2011 Europese Commissie
Onderzoeksrapport Onderzoeksinstituut Technische Bestuurskunde
Gebiedsontwikkeling&Staatssteun 
Gebiedsontwikkeling&Aanbesteden