HomeDossiersMilieuWet- en regelgevingMilieu-informatie

Milieu

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Milieu-informatie

01-09-2011
Milieu-informatie beleid
Op het gebied van de uitwisseling van milieu-informatie bestaat sinds de jaren negentig Europese regelgeving. De Europese Commissie hecht veel belang aan de uitwisseling van allerlei gegevens die vaak in het bezit zijn van overheden en werkt via verschillende initiatieven aan de uitwisselbaarheid van gegevens en de interoperabiliteit van systemen. Een van die initiatieven is de regulering van milieu- en geo-informatie.

Het gevolg is dat decentrale overheden milieu-informatie toegankelijk en tijdig moeten verstrekken als een burger daarom vraagt. Omdat decentrale overheden bronhouder zijn van geo-informatie, moeten zij ook rekening houden met Europese regelgeving hieromtrent. Belangrijkste bronhouders naast de decentrale overheden zijn het Kadaster, V&W, LNV, Defensie, TNO, Alterra, KNMI, CBS. Decentrale overheden zullen in Nederland voornamelijk betrokken worden bij het inbedden van geo-informatie in e-dienstverlening.

Europees Milieu-informatiesysteem (SEIS)
De Europese Commissie gaf in 2008 in de Mededeling ‘Naar een gemeenschappelijk milieu-informatiesysteem’ (COM(2008)46 def) te kennen dat ze van plan is om de bestaande informatienetwerken te stroomlijnen in een nieuw Europees Gedeeld Milieu-informatiesysteem (SEIS). SEIS betreft het via internet en satelliettechnologie uitwisselen van milieu-informatie. Dit systeem moet bestaande gegevensverzamelingssystemen en informatiestromen beter aan elkaar koppelen en vereist op den duur ook een aanpassing van IT-systemen bij decentrale overheden. SEIS maakt als zodanig geen deel uit van de Digitale Agenda, maar draagt bij aan de interoperabiliteit van systemen, een van de prioriteiten van de digitale agenda.

Het is echter onbekend wanneer de Commissie dit plan ten uitvoer zal leggen; SEIS al enige tijd stil.

De Commissie heeft aangegeven om bij de eventuele ontwikkeling van SEIS te kijken naar andere geïntegreerde informatiesystemen zoals het Waterinformatiesysteem voor Europa (WISE), het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk (EIONET) en de database voor geografische informatie INSPIRE. Het virtueel koppelen van databases met milieu-informatie dient meerdere doelen, zoals het snel informeren van besluitvormers en burgers, bijvoorbeeld op momenten dat cruciale beslissingen moeten worden genomen. Ook het evalueren en maken van beleid moet beter en makkelijker worden door de invoering van SEIS. Ten slotte is het de bedoeling om op termijn over te stappen van rapportering op papier naar een systeem waarbij de gegevens aan de bron beschikbaar worden gemaakt voor de gebruikers. 

Gevolgen voor decentrale overheden
Decentrale overheden zullen te maken krijgen met een aanpassingsslag maar kunnen daarna ook winst halen uit de invoering van een dergelijk systeem. Vooral op het gebied van verplichte rapportering over specifieke milieuaspecten op hun grondgebied. Door het koppelen van databases met informatie beoogt SEIS het nakomen van rapporteringsverplichtingen die voortvloeien uit Europese milieuwetgeving aanzienlijk te vergemakkelijken en monitorings- en verslagleggingskosten te verminderen. Nationale en decentrale overheden kunnen financiële steun van de EU voor het uitvoeren van SEIS verwachten. Dit kan worden gefinancierd via de kaderprogramma's voor onderzoek, het programma LIFE, het programma voor concurrentiekracht en innovatie (CIP) en de structuurfondsen.

Meer informatie
Website Europese Commissie over SEIS 

01-09-2011
Milieu-informatie wet en regelgeving richtlijn milieuinformatie
Wet- en regelgeving

Richtlijn Toegang tot milieu-informatie
De richtlijn inzake toegang van het publiek tot milieu-informatie (2003/4/EG) regelt dat milieu-informatie als vanzelfsprekend ter beschikking wordt gesteld aan het grote publiek en daaronder wordt verspreid. Om ervoor te zorgen dat de wetgeving de veranderingen op het gebied van de informatietechnologie weerspiegelen, wordt benadrukt dat bij voorkeur gebruik dient te worden gemaakt van de beschikbare telecommunicatie per computer en/of technologie op elektronisch gebied. Met deze richtlijn is het Verdrag van Aarhus uit 1998 geconsolideerd.

Decentrale overheden moeten de informatie in beginsel verstrekken in de vorm waarin de aankloppende burger deze wil hebben. Uitgangspunt is dat een burger nooit langer dan vier weken op de gevraagde gegevens hoeft te wachten. Verder moeten de bestuursorganen de milieudata waarover zij beschikken - bijvoorbeeld in het kader van de milieuvergunningverlening - zo ordenen dat deze gemakkelijk kunnen worden verspreid onder de bevolking, bij voorkeur via internet of e-mail. Van overheden mag worden verwacht dat ze burgers op de hoogte brengen van de regels en hen op weg helpen met het opvragen van milieu-informatie.

Meer informatie
Tekst Richtlijn toegang tot milieu-informatie

Praktijk
Praktijkvraag 'Toepasbaarheid nieuwe (nog niet inwerking getreden) Europese richtlijn'

 
01-09-2011
milieu-informatie wet en regelgeving inspire richtlijn
INSPIRE  richtlijn: Ruimtelijke gegevens
De Europese richtlijn tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (INSPIRE, 2007/2/EG) is op 25 april 2007 gepubliceerd en op 15 mei 2007 in werking getreden. De richtlijn is vrijwel één-op-één omgezet in Nederlandse wetgeving. De richtlijn heeft tot doel het harmoniseren en openbaar maken van ruimtelijke gegevens van overheidsorganisaties ten behoeve van het milieubeleid.

Om tot harmonisatie en optimale uitwisseling van gegevens te komen is een infrastructuur voor het toegankelijk maken van deze gegevens opgericht. In Nederland wordt al langer gewerkt aan het programma GIDEON, dat gericht is op het verbeteren van dienstverlening rond geo-informatie en het oprichten van een basisvoorziening voor geo-informatie die duurzaam, succesvol en intensief gebruikt kan worden door alle partijen in de samenleving. De verankering van de Europese INSPIRE-richtlijn in Nederlandse wetgeving is onderdeel van dit proces. Broninformatie moet in sommige gevallen volgens bepalingen van INSPIRE-richtlijnen opgeslagen en beschikbaar worden gesteld. Deze wet is van belang voor bronhouders van de gegevens die binnen thema’s zoals vastgesteld in de INSPIRE-richtlijn vallen. In een tabel van het plan van aanpak van Geonovum kunnen provincies, gemeenten en waterschappen bekijken of er thema’s zijn waarvan zij bronhouder zijn.

Geo-informatie voorziening
Doelstelling van I&M, die strategiehouder is op dit gebied, is het organiseren van duurzame samenwerking tussen provincies, gemeenten en waterschappen om langs dezelfde lijn hun geo-informatie beschikbaar te stellen. Een andere doelstelling is het zodanig afstemmen van alle geo-registraties van de overheid en van de private bronhouders, dat de daarin opgeslagen gegevens probleemloos digitaal beschikbaar, vindbaar, toegankelijk en uitwisselbaar zijn. Het IPO heeft het voornemen uitgesproken een actieve stimulerende, coördinerende en faciliterende (kennis-)rol te willen spelen richting de gemeenten. Voor de waterschappen is via het reeds gevormde Waterschapshuis al sprake van een gebundelde en actieve aanpak.

Meer informatie
Tekst Inspire-richtlijn
Implementatiewet EG-richtlijn infrastructuur ruimtelijke informatie (Stb. 2009, 310)
Memorie van Antwoord Implementatiewet
GIDEON – Basisvoorziening geo-informatie Nederland, Visie en implementatiestrategie (2008-2011)
Plan van Aanpak INSPIRE in Nederland, Ministerie van VROM, DG Milieu
Website Nationale Atlas
Website DURP

Praktijk

Praktijkvraag ‘Inzameling gegevens door waterschappen ook ‘Inspire-compliant’?’