Wet- en regelgeving: Richtlijn hernieuwbare energie
De Richtlijn hernieuwbare energie (
2009/28/EG) is een van de wetgevende maatregelen die ertoe moeten leiden dat de EU2020 doelen worden bereikt. De richtlijn stelt een gemeenschappelijk kader vast voor het bevorderen van energie uit hernieuwbare bronnen. Met de nieuwe richtlijn worden richtlijnen
2003/30/EG en
2001/77/EG gewijzigd en ingetrokken.
Doel richtlijn
Met deze richtlijn stellen de lidstaten zich ten doel om het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het totale energieverbruik tot 20% te verhogen in 2020, met behulp van bindende doelstellingen voor elke lidstaat. Voor Nederland is het aandeel in 2020 gesteld op 14%. In 2005 lag dat aandeel rond 2,4%.
Streefcijfers en criteria
Ook worden bindende nationale streefcijfers vastgesteld voor het totale aandeel van energie uit hernieuwbare bronnen in het bruto-eindverbruik van energie en voor het aandeel in het vervoer. Ook bevat de richtlijn duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen en vloeibare biomassa.
Daarnaast stelt de richtlijn regels voor:
- de statistische overdracht tussen lidstaten;
- gezamenlijke projecten tussen lidstaten onderling en met derde landen;
- garanties van oorsprong;
- administratieve procedures;
- voorlichting en opleiding;
- toegang tot het elektriciteitsnet voor energie uit hernieuwbare bronnen.
Staatssteun
Tot slot noemt de richtlijn steunregelingen expliciet als mogelijkheid om het gebruik van hernieuwbare energie te bevorderen. Daarbij moeten overheden rekening houden met de
Europese staatssteunregelgeving.
Belangrijke data
Deadline omzetting: 5 december 2010
Voorstel op grond waarvan elektrische voertuigen meetellen: 31 december 2011
Voorstel berekening van de bijdrage van waterstof: 31 december 2011
Eerste voortgangsverslag: 31 december 2011
Om de twee jaar op 31 december een voortgangsverslag
Zesde en laatste voortgangsverslag: 31 december 2021
Comitologie
De Commissie wordt bijgestaan door een raadgevend comité en een regelgevend comité. Het
regelgevend Comité voor de duurzaamheid van biobrandstof en vloeibare biomassa is betrokken bij het wijzigen van bijlagen waarin technische specificaties voor biobrandstoffen en de oorsprong van biobrandstoffen zijn opgenomen. Het
raadgevend Comité voor hernieuwbare energiebronnen is betrokken bij:
- het opstellen van uitvoeringsregels met betrekking tot het meetellen van duurzame elektriciteit van productie-installaties die in 2020 nog in aanbouw zijn;
- het opstellen van criteria ten aanzien van graslanden met een hoge biodiversiteit;
- de besluitvorming ten aanzien van overeenkomsten waaruit blijkt dat biobrandstoffen voldoen aan de duurzaamheidscriteria.
Implementatie in Nederland
De ministeries van I&M en EL&I zijn verantwoordelijk voor de implementatie.
De richtlijn is omgezet middels een wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet op de economische delicten en een kleine wijziging van de Elektriciteitswet 1998. De Eerste Kamer heeft op 22 maart 2010 ingestemd met het wetsvoorstel. Met de implementatie is ook de richtlijn
schone en energiezuinige wegvoertuigen en de biobrandstoffenrichtlijn omgezet in nationale wetgeving. De wet van 24 maart 2011 ter (gedeeltelijke) implementatie van richtlijnen 2009/28/EG, 2009/30/EG en 2009/33/EG is op 8 april 2011 gepubliceerd (
Stb. 163) en trad op 9 april in werking.
Hiernaast vindt een wijziging van het Besluit biobrandstoffen wegverkeer 2007 plaats om een zwaardere weging van tweede generatie biobrandstoffen te bereiken.