Decentrale
overheden spelen een belangrijke rol in de bescherming van de kwaliteit van het
grondwater. Zo wijzen de provincies grondwaterbeschermingsgebieden aan om deze
ondergrondse bronnen waaruit drinkwater wordt opgepompt te beschermen. De Europese
regelgeving op dit gebied is vooral van belang voor decentrale overheden, omdat
ze worden verplicht maatregelen te treffen om emissie van gevaarlijke stoffen
naar grondwater te voorkomen.
Wet- en regelgeving
Op 12 december 2006 is een nieuwe
Grondwaterrichtlijn (2006/118/EC) aangenomen door de Milieuraad en het Europees
Parlement, waarna deze op 16 januari 2007 in werking trad. Deze richtlijn vervangt
de oude grondwaterrichtlijn (Richtlijn 80/86 EG) uit 1979. In de Kaderrichtlijn Water (KRW) is de bepaling opgenomen dat deze in 2013 komt te
vervallen.
Kwaliteitsstandaarden: rekening houden
met lokale en regionale omstandigheden
De Grondwaterrichtlijn geeft invulling aan artikel 17 van de KRW. Dit
artikel bepaalt dat er strategieën moeten worden opgesteld ter voorkoming en
beheersing van grondwaterverontreiniging. De Grondwaterrichtlijn bepaalt ook
dat water niet in kwaliteit mag achteruitgaan.
De richtlijn introduceert hiertoe kwaliteitsstandaarden voor grondwater en
maatregelen om de hoeveelheid verontreinigende stoffen in grondwater te
beperken. Lidstaten moeten bij het toepassen van deze standaarden rekening houden
met lokale en regionale omstandigheden.
Implementatie in Nederland
Grondwaterbeheer wordt in Nederland geregeld via verschillende wetten. De
Grondwaterrichtlijn is in verankerd in onder andere de Waterwet en uitgewerkt
in de Amvb Doelstellingen waterbeheer. Ook de Wet milieubeheer en andere wetten
bevatten bepalingen omtrent grondwater.