Decentrale overheden hebben in de dagelijkse praktijk veel te maken met de bescherming van flora en fauna en de maatregelen die gelden voor de Europese Natura 2000-gebieden. Decentrale overheden moeten rekening houden met het Europese beleid bij:
- het beheer en de inrichting van het buitengebied en de openbare ruimte;
- het opstellen, goedkeuren en uitvoeren van ruimtelijke plannen;
- het verlenen van milieu- en bouwvergunningen;
- het nemen van peilbesluiten.
Van groot belang voor decentrale overheden is de nadruk die de Commissie legt op compatibiliteit tussen regionale en ruimtelijke ontwikkeling en biodiversiteit in de EU. Dit moet verwezenlijkt worden door betere planning op nationaal, regionaal en lokaal niveau waarbij meer rekening wordt gehouden met de biodiversiteit. Denk hierbij aan milieueffectbeoordelingen, uit communautaire fondsen gefinancierde projecten en partnerschappen tussen plannenmakers en ontwikkelaars.
De ontwikkeling van Natura-2000 gebieden staat in Nederland echter bijna stil.
Beleid
Het biodiversiteitsbeleid in de Europese Unie heeft tot doel het biodiversiteitsverlies en de achteruitgang van ecosystemen binnen de EU uiterlijk in 2020 tot stilstand te brengen en, voor zover mogelijk, uiteindelijk ongedaan te maken. Ook wil de EU een grotere bijdrage leveren aan het voorkomen van het wereldwijde biodiversiteitsverlies.
Het belangrijkste Europese initiatief ter bescherming van de biodiversiteit in Europa is het
Natura 2000-netwerk: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden op grond van de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992 (zie wet- en regelgeving).
Strategisch plan biodiversiteit
In mei 2011 presenteerde de Europese Commissie een nieuw
Strategisch Plan biodiversiteit 2011-2020 (COM/2011/0244) om het biodiversiteitsverlies binnen tien jaar stop te zetten. Het plan valt binnen het kader van de
EU-2020 strategie en is het vervolg op het Europese actieplan uit 2006 '
Het biodiversiteitsverlies tegen 2010'.
De strategie is gericht op het stoppen van het biodiversiteitsverlies en een snelle omslag van de EU naar een hulpbronefficiënte en groene economie. Het consolideren van het Natura 2000-netwerk staat hierbij centraal. Het plan stelt hiertoe zes doelen:
- Volledige implementatie van Europese regelgeving voor natuurbescherming en daarmee bescherming van de biodiversiteit
- Betere bescherming van ecosystemen en toename gebruik van groene infrastructuur
- Duurzamere land- en bosbouw
- Beter management van de visstand
- Strengere controle op invasieve exoten
- Grotere bijdrage van de EU om globaal biodiversiteitsverlies tegen te gaan
Over de actuele stand van zaken van de strategie leest u meer in dossier 9.1 van de
IPO-KEM/KMR matrix.
Invasieve soorten als bedreiging biodiversiteit
Naast habitat- en klimaatverandering, overexploitatie en verontreiniging zijn bedreigende, uitheemse soorten (invasieve soorten of exoten) een belangrijke factor van invloed op de biodiversiteit in de Europese Unie. In de huidige mededeling ‘Naar een EU-strategie ten aanzien van invasieve soorten’ (COM(2008) 789) stelt de Commissie beleidsopties voor om schade aan de natuur, (landbouw-) economie en volksgezondheid door invasieve soorten aan te pakken. In de Mededeling biodiversiteit kondigt de Europese Commissie voor 2012 een nieuwe strategie aan voor de aanpak van invasieve soorten.
U leest meer in dossier 9.2 van de
IPO-KEM/KMR matrix.
Wet- en regelgeving: Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn
De Vogelrichtlijn (oorspronkelijk
79/409/EEG, gecodificeerd in
2009/147/EG) en de Habitatrichtlijn (
92/43/EEG) zijn Europese richtlijnen op het gebied van natuurbescherming, die veel invloed uitoefenen op de decentrale uitvoering van natuurbeleid.
Implementatie in Nederland: Natura 2000 staat stil
De richtlijnen zijn in Nederland geïmplementeerd in de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. De ontwikkeling van de Natura 2000 gebieden in Nederland staat echter nagenoeg stil. De Europese Commissie heeft Nederland hier al meerdere keren op aangesproken.
In 2006 heeft Nederland 163 natuurgebieden in Brussel aangemeld voor de lijst van beschermde gebieden in Europa. Daarvan hebben nog maar vier gebieden een gehele procedure doorlopen. De gebieden hadden in december 2010 al door staatsecretaris Bleker aangewezen moeten worden. Het aanwijzen van de gebieden gaat volgens een bericht in Dagblad Trouw zo traag, omdat in de Natura 2000-gebieden de stikstofuitstoot moet dalen om de natuurdoelen te behalen. Dit is een knelpunt bij meerdere gebieden.
De EU kan Nederland financieel verantwoordelijk stellen wanneer in een van de gebieden het aantal soorten achteruitgaat. Frankrijk heeft daardoor al een boete van 57 miljoen euro opgelegd gekregen.
Flora- en faunawet wordt Natuurwet
In 2008 is de omzetting van de Europese richtlijnen in Nederlandse wetgeving geëvalueerd. De evaluatie resulteerde in het rapport '
Over wetten van de natuur, Evaluatie van de natuurwetgeving: bevindingen en beleidsconclusies'. Als gevolg van de evaluatie heeft het ministerie van EL&I aangegeven de drie natuurwetten te willen integreren, namelijk de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Ook wil het ministerie meer natuurtaken naar de provincies overhevelen, waarmee de provincies hebben ingestemd. De provincies gaan in de toekomst over de ontheffingsverlening voor ruimtelijke ingrepen, met uitzondering van projecten die de provinciegrens overschrijden, de beoordeling van een kapmelding of kapverbod en de taken die nu aan het Faunafonds zijn opgedragen.
Consultatie
Tot vrijdag 18 november 2011 kon iedereen via www.internetconsultaties.nl reageren op het wetsvoorstel Wet natuur. Het wetsvoorstel om de wetten samen te voegen wordt in het voorjaar van 2012 ingediend bij de Tweede Kamer.
|
Kernpunten evaluatie
Een onderdeel van de evaluatie was een vergelijking tussen Nederlandse wetten en de Europese richtlijnen. Het ministerie van EL&I concludeerde hierover dat de meeste bepalingen in de nationale regelgeving direct of indirect zijn verbonden met de uitvoering van de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn of andere internationale verplichtingen. Volgens het ministerie verschilt de manier van omzetten van Europese bepalingen (woordelijk of minimaal) in grote mate per bepaling en per wet. Dit heeft te maken het feit dat de Europese richtlijnen enkel minimumvereisten bevat en elke lidstaat een zekere beoordelingsmarge heeft om de meest geschikte middelen voor implementatie te kiezen en om meer belangen, gebieden en soorten te beschermen.
EL&I concludeert vervolgens dat het integreren van de beschermingsregimes in één wet – de Flora- en faunawet – heeft geleid tot een ingewikkeld systeem waarbinnen het moeilijk is te achterhalen of en zo ja, onder welke voorwaarden voor een bepaalde soort uitzonderingen op de algemene beschermingsverboden mogen worden gemaakt. Veel decentrale overheden zullen zich in deze conclusie kunnen vinden. |