Nieuwe rekenmethode rentepercentage
Als een decentrale overheid een lening verstrekt aan een onderneming onder gunstige voorwaarden, dan kan er sprake zijn van verboden staatssteun. Steun die ten onrechte is verleend, wordt teruggevorderd inclusief rente. Ook bij steun die in verschillende tranches wordt uitgekeerd, moet rekening worden gehouden met de rente. Om de berekening van de steuncomponent bij deze en andere vormen van staatssteun te verduidelijken heeft de Europese Commissie een nieuwe methode van
‘referentie- en disconteringspercentages’ vastgesteld. De rente die op basis van deze methode wordt berekend zal de Commissie als indicatie van de marktrente gebruiken. Deze methode is op 1 juli 2008 in werking getreden. Voor decentrale overheden is het van belang om hiermee bij de verlening en terugvordering van staatssteun rekening te houden.
Decentrale overheden kunnen op verschillende manieren met deze
referentie- en disconteringspercentages te maken krijgen, bijvoorbeeld bij de verstrekking van leningen. Wanneer een decentrale overheid een lening verstrekt aan een onderneming, dan is van belang of daarmee sprake is van een voordeel dat aan deze onderneming toegekend wordt dat onder normale marktomstandigheden niet verstrekt zou zijn. In de rechtspraak (zie ‘meer informatie’) heeft het Hof van Justitie aangegeven dat bij een niet-marktconforme lening (een renteloze lening, lening tegen een lagere rente dan de marktrente, lening met een langere looptijd, een rentevergoeding of dergelijke) sprake kan zijn van staatssteun. Het bedrag van staatssteun is dan gelijk aan het verschil tussen de rente die zou zijn betaald indien een marktconform tarief was toegepast, bijvoorbeeld als er geleend was bij een bank, en de rente die werkelijk is betaald. Ook kunnen deze percentages een rol spelen wanneer een decentrale overheid de verleende steun moet terugvorderen.
Het referentiepercentage vormt tevens de basis voor berekeningen uit hoofde van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sommige categorieën steun (zoals steun aan het MKB, opleidingen, milieubescherming, innovatie en werkgelegenheid) worden vrijgesteld van de verplichting om steun vooraf bij de Commissie voor goedkeuring aan te melden . Het disconteringspercentage wordt dan gebruikt om de actuele waarde (tijdwaarde van geld) te berekenen.
De Commissie heeft tot juli 2008 een andere methode gehanteerd om de referentie- en disconteringspercentages vast te stellen. Op basis van die methode werd per land één percentage gehanteerd (bijvoorbeeld voor Nederland in oktober 2007 was dat 5,42%).
Basispercentage
De nieuwe methode die de Commissie heeft goedgekeurd is meer in overeenstemming met de beginselen van de markteconomie. Deze methode berust op een systeem waarin rekening wordt gehouden met de specificiteit van de onderneming of het project. Er geldt dus niet langer één percentage per land. In overeenstemming met de nieuwe methode is het basispercentage voor het berekenen van het referentie- en disconteringspercentage in Nederland 4,59 % vanaf 1 juli 2008. Afhankelijk van de toepassing van het referentiepercentage, moet dit basispercentage met de passende opslagen worden verhoogd, zoals vastgesteld in de Mededeling van de Commissie.
Het nieuwe basispercentage wordt ook op internet bekendgemaakt op
deze website.
Meer informatie
Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C 14/06, 19 januari 2008)
Website van de Commissie over referentie- en disconteringspercentages
Zie voor jurisprudentie de arresten
T-214/95 Vlaams Gewest tegen de Commissie, 62&72/87 Executif Regional Wallon tegen de Commissie of
C-301/87 Frankrijk tegen de Commissie.