HomeDossiersAanbestedingenJurisprudentieRechtsbescherming

Aanbestedingen

Voorpagina Wet- en regelgeving Jurisprudentie Praktijk Info&Service
 

Rechtsbescherming

21-03-2011
Aanbesteden/jurisprudentie/rechtsbescherming/spijkers
HvJ EU, 9 december 2010, zaak C-568/08, Spijker Infrabouw- De Jonge Konstruktie tegen provincie Drenthe
In deze zaak stelde de rechtbank Assen het EU-Hof prejudiciele vragen over het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming (onder de voormalige rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/50) in aanbestedingszaken. Er was in kort geding bij de voorzieningenrechter Assen uitspraak gedaan in een aanbestedingszaak. In een daarop volgende bodemprocedure bij de rechtbank bleek dat de kortgedingrechter een verkeerde uitleg van het Unierecht had gegeven. Het EU Hof bepaalde dat de procedure van een kort geding als snelle manier om onregelmatigheden in een aanbestedingsprocedure te bestrijden Europeesrechtelijk door de beugel kan, zelfs wanneer zoals in dit geval de foute uitleg van de kortgedingrechter later door de gewone rechter als onjuist wordt aangemerkt. Of hierdoor schade-aansprakelijkheid van de overheid ontstaat moet per geval worden beoordeeld. 
15-03-2011
Symvoulio
Symvoulio Apochetefseon Lefkosias vs Anatheoritiki Archi Prosforon, C-570/08, 21 oktober 2010
In deze zaak stond de volgende prejudiciële vraag centraal: kent artikel 2 lid 8 van richtlijn 89/665 (de oude rechtsbeschermingsrichtlijn) de aanbestedende diensten het recht toe om een beroep in rechte in te stellen tegen beslissingen tot nietigverklaring van de voor de beroepsprocedures verantwoordelijke instanties, indien deze laatste geen gerechten zijn? 
04-03-2011
aanbestedingen/jurisprudentie/club hotel loutraki
HvJ EU, 6 mei 2010, gevoegde zaken C-145/08 en C-149/08, Club Hotel Loutraki e.a
De verzoeken in deze zaken werden ingediend in het kader van gedingen tussen particuliere ondernemingen en natuurlijke personen enerzijds en de Ethniko Symvoulio Radiotileorasis (ESR), anderzijds. Deze instantie heeft het recht en de plicht om te controleren of met betrekking tot de eigenaars, vennoten, grootaandeelhouders, leden van een bestuursorgaan of leidinggevende personeelsleden van een onderneming die een inschrijving heeft ingediend in een procedure tot plaatsing van een overheidsopdracht, bepaalde onverenigbaarheden bestaan, in welk geval de betrokken onderneming automatisch van de procedure wordt uitgesloten. De hoedanigheid van eigenaar, vennoot, grootaandeelhouder of leidinggevend personeelslid van een in de mediasector werkzame onderneming, zo stelt de Griekse wet, is onverenigbaar met de hoedanigheid van eigenaar, vennoot, grootaandeelhouder of leidinggevend personeelslid van een onderneming waaraan door de staat of een tot de publieke sector in ruime zin behorende rechtspersoon een opdracht voor de uitvoering van werken, leveringen of diensten wordt gegeven. Deze onverenigbaarheid geldt ook voor bepaalde familieleden van bovengenoemde personen.
04-03-2011
Aanbestedingen/jurisprudentie/Uniplex
HvJ EU, 28 januari 2010, zaak C-406/08, Uniplex
In deze zaak stelde een Britse rechter prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie over de uitleg van een van de twee rechtsbeschermingsrichtlijnen, richtlijn 89/665/EEG. De belangrijkste vraag was wanneer de termijn voor het instellen van beroep tegen een gunningsbeslissing begint te lopen.
04-03-2011
Aanbesteden jurisprudentie rechtsbescherming LJNBF4232
Uitspraak Rechtbank Den Haag, 24-9-08, LJN nr. BF4232:
3.3. Gedaagde heeft zich ten aanzien van de mogelijke niet ontvankelijkheid van eiseres beroepen op de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: het Hof) in de zaken Alcatel (C-81/98 van 28 oktober 1999) en Grossmann (C-230/02 van 12 februari 2004). Ingevolge deze uitspraken dienen partijen die inschrijven op een aanbesteding -kort gezegd- binnen een bepaalde termijn een kort geding aanhangig te maken dan wel voortvarend en tijdig bezwaar te maken tegen een vermeende schending van het aanbestedingsrecht. Wat opvalt in deze zaak is dat het project in de visie van gedaagde geen aanbestedingsplichtige opdracht betreft. Een beroep op de door gedaagde genoemde Europese jurisprudentie kan haar dan ook niet zonder meer baten. Ter zitting heeft gedaagde desgevraagd verklaard dat ingevolge een uitspraak van het Hof in de zaak Stadt Halle (C-26/03 van 11 januari 2005) ook ter zake van overheidsopdrachten die niet Europeesrechtelijk worden aanbesteed zo snel mogelijk een procedure moet worden gestart. Bestudering van deze uitspraak leert evenwel dat de prejudiciële vraag die in die zaak werd beantwoord ziet op de uitleg van de verplichting van lidstaten betreffende het openstellen van een beroepsmogelijkheid ook voor besluiten die worden genomen buiten een formele gunningsprocedure om en voor een formele aanbesteding. Dat is in de onderhavige zaak niet aan de orde. De conclusie is dan ook dat eiseres niet niet ontvankelijk is ingevolge voormelde Europese uitspraken.
04-03-2011
Aanebsteden jurisprudentie rechtsbescherming LJNBD5542
Uitspraak van Rechtbank Leeuwarden, 25-6-08, LJN nr. BD5542:
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Uit het Grossman-arrest (HvJEG 12 februari 2004, zaak C-230/02) volgt dat van een (potentiële) inschrijver een proactieve houding mag worden verwacht en dat hij tegen onduidelijkheden of onvolkomenheden in aanbestedingsstukken opkomt in een stadium waarin deze nog ongedaan kunnen worden gemaakt. Tevens geldt dat verwacht mag worden dat hij behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend is (HvJEG 29 april 2004, zaak C-496/99 Succhi di Frutta). Waar ten aanzien van de andere -hiervoor onder b. tot en met d. genoemde- door partij A tegen de aanbestedingsstukken aangevoerde bezwaren geoordeeld kan worden dat partij A daartegen niet tijdig is opgekomen doordat zij al geruime tijd voor de aanbesteding over de betreffende stukken beschikte, en daartegen pas na de aanbesteding en de mededeling van het voornemen tot gunning is opgekomen, geldt dit niet voor de bezwaren van partij A tegen de wijziging van de geschiktheidscriteria lopende de aanbestedingsprocedure, nu deze wijziging pas een week voor de feitelijke aanbesteding is neergelegd in de Nota van Inlichtingen.
10-11-2008
Aanbesteden jurisprudentie rechtsbescherming LJNBC5501
Uitspraak van Voorzieningenrechter rechtbank Utrecht, 3-3-2008, LJN nr. BC5501:
4.4.    Uit het arrest Grossmann in samenhang met de bedoelingen van de Rechtsbeschermingsrichtlijn, te weten snelheid en doeltreffendheid, en de inmiddels uitgebreide jurisprudentie op dit punt volgt dat de regels en beginselen van het aanbestedingsrecht er weliswaar toe strekken om aan gegadigden en inschrijvers eerlijke concurrentiekansen te bieden en hen daartoe (onder meer) tegen favoritisme en ongelijke behandeling te beschermen, maar dat daarbij het belang van de aanbesteders bij een spoedige voortgang en afwikkeling van de aanbestedingsprocedure niet uit het oog mag worden verloren. Dat vindt aan het einde van de procedure zijn uitdrukking in de zogeheten Alcateltermijn van artikel 55, lid 2, Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao), welke termijn slechts 15 dagen bedraagt en ook buiten toepassing van het Bao als een redelijke termijn moet worden aanvaard. Voor de gang van zaken in de eerdere fasen van de procedure zijn in dat opzicht geen voorschriften gegeven. Het is in de praktijk gebruik dat gegadigden voorafgaand aan het uitbrengen van de offerte vragen kunnen stellen, die dan door de aanbestedende dienst in een Nota van Inlichtingen geanonimiseerd worden vermeld en, voor zover nodig, beantwoord, waarbij de aanbestedende dienst zonodig de gegevens of eisen in de offerteaanvraag of het bestek bijstelt. Van gegadigden mag een proactieve houding worden verwacht, dat wil zeggen dat zij tegen eventuele onduidelijkheden of onvolkomenheden in de aanbestedingsdocumenten opkomen in een stadium waarin die onduidelijkheden of onvolkomenheden nog ongedaan kunnen worden gemaakt.
04-03-2011
Aanbesteden jurisprudentie rechtsbescherming LJNBA1484
Uitspraak van de Voorzieningenrechter rechtbank Arnhem, 26-2-2007, LJN nr. BA1484
“ Kernvraag die in dit geschil dient te worden beantwoord is, of de gemeente in de onderhavige aanbestedingsprocedure de algemene beginselen van aanbestedingsrecht dusdanig heeft geschonden dat van een behoorlijke aanbestedingsprocedure niet kan worden gesproken.
04-03-2011
Aanbesteden jurisprudentie rechtsbescherming Grossmann
HvJEG, 12 februari 2004, zaak C-230/02, Grossmann
Uit dit arrest volgt dat van een (potentiele) Inschrijver een pro-actieve houding mag worden verwachte en dat hij tegen onduidelijkheden of onvolkomenheden in aanbestedingsstukken opkomt in een stadium waarin deze nog ongedaan kunnen worden gemaakt.