In verband met de financiële en economische crisis heeft de Europese Commissie eind 2008 tijdelijke maatregelen getroffen. Hierdoor hebben (decentrale) overheden meer ruimte om staatssteun te verlenen aan ondernemingen die door de crisis zijn getroffen.
Eén van de maatregelen is in het bijzonder relevant voor decentrale overheden. Dit betreft het verlenen van beperkte steun tot 500.000 euro per onderneming waarvoor enkel een kennisgeving bij het Coördinatiepunt Staatssteun verplicht is. Lees hierover meer in deel I hieronder. De overige crisismaatregelen uit de tijdelijke kaderregeling voor crisissteun zijn toegestaan na een voorafgaande goedkeuring door de Europese Commissie en kunnen tot 2010 worden toegepast. Zie deel II hieronder.
Onderaan deze pagina vindt u meer informatie over de juridische grondslag van crisissteun en een overzicht van de Europese en nationale activiteiten rond crisissteun.
I Nederlandse nationaal kader Op grond van het nationaal kader voor het tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen (herziene versie) mag een gemeente of provincie vanaf 1 april 2009 tot en met 31 december 2010 500.000 euro steun per onderneming verlenen, zonder dat deze steun bij de Europese Commissie hoeft te worden aangemeld. Dit is het geval doordat Nederland op
1 april 2009 goedkeuring heeft gekregen voor bovengenoemde nationale regeling waardoor melding van beperkte steun in Brussel niet nodig is.
Het nationaal kader is gebaseerd op de Tijdelijke Communautaire Kaderregeling waarmee de Europese Commissie een tijdelijke verruiming van de staatssteunkaders mogelijk heeft gemaakt.
Toepassing
Decentrale overheden die gebruik maken van dit kader moeten wel vooraf aan het Coördinatiepunt Staatssteun van het ministerie van Binnenlandse Zaken laten weten dat ze gebruik maken van het nationaal kader, door middel van een email aan coordinatiepuntstaatssteun(at)minbzk.nl. Ook moeten zij de betreffende onderneming een verklaring laten tekenen waarmee wordt aangetoond dat het plafond van 500.000 euro niet wordt overschreden. Deze verklaring kan hiervoor worden gebruikt.
Daarnaast moet van elke crisissteunmaatregel gedurende tien jaar een dossier worden bijgehouden vanaf het moment van het verlenen van de steun. Met name informatie dat de begunstigde niet in moeilijkheden was op 1 juli 2008 is van belang. In verband met rapportageverplichtingen zal het Coördinatiepunt van het ministerie van BZK hierover jaarlijks gegevens opvragen bij gemeenten en provincies.
Om rapportage mogelijk te maken is het noodzakelijk dat gemeenten en provincies aan het ministerie van BZK via het e-mailadres coordinatiepuntstaatssteun(at)minbzk.nl laten weten dat ze gebruik maken van het Nationaal Kader. Dat kan het beste door het invullen en opsturen van de onderstaande tabel:
Het nationaal kader is niet van toepassing op ondernemingen die vóór 1 juli 2008 in moeilijkheden waren. Ondernemingen die op basis van het nationaal kader steun willen ontvangen, moeten kenbaar maken dat zij na deze datum door de financiële crisis in financiële moeilijkheden zijn gekomen. Deze eis is echter minder zwaar dan het lijkt, omdat snel wordt aangenomen dat ondernemingen door de kredietschaarste ('credit crunch') in financiële moeilijkheden zijn gekomen. Ondernemingen die door de kredietschaarste geraakt zijn en voor 1 juli 2008 nog 'gezond' waren, vallen onder de reikwijdte van het nationaal kader. Op grond van paragraaf 6 van het nationaal kader volstaat het voor een onderneming dat er een link bestaat met de beperkte beschikbaarheid van krediet. Deze omstandigheid moet zich hebben voorgedaan gedurende de looptijd van het nationaal kader.
Verschil met de-minimissteun
Deze vorm van steunverlening heeft veel overeenkomsten met de reeds bekende
de-minimissteun. Er zijn echter belangrijke verschillen:
1. Steunmaatregelen die binnen het nationaal kader vallen worden wel gezien als staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 van VWEU, in tegenstelling tot de-minimissteun. Deze steun is mogelijk doordat wordt verwezen naar lid 3, sub b van artikel 107 VWEU, dat steun in tijden van uitzonderlijke omstandigheden, zoals een economische crisis, toestaat (lees meer bij ‘Juridische grondslag’ hieronder);
2. Inhoudelijk moet aan alle voorwaarden (a t/m h) van onderdeel 4.2.2. van de kaderregeling zijn voldaan. In beginsel is dit voldoende voor goedkeuring. Deze voorwaarden zijn opgenomen in het nationaal kader;
3. De Commissie beoordeelt uitsluitend steunregelingen. Ad hoc steun is onder de kaderregeling niet toegestaan. Hoe algemener de regeling, hoe groter de kans op snelle goedkeuring. Zodra een regeling is goedgekeurd, mag steun in het kader van die regeling zonder verdere tussenkomst van de Commissie worden verleend. Het nationaal kader is als regeling goedgekeurd, waardoor ad hoc steun tot 500.00 euro nu mogelijk is;
4. Het totale steunbedrag per onderneming mag de 500.000 euro niet overschrijden. De crisissteun mag niet cumuleren met de-minimissteun. Dat betekent dat eventueel reeds verleende de-minimissteun van het maximale steunbedrag van 500.000 euro moet worden afgetrokken.
Verschil met de Tijdelijke Stimuleringsregeling Woningbouw 2009
De Tijdelijke Stimuleringsregeling Woningbouw (TSW) en het nationaal kader staan los van elkaar. De TSW is een subsidieregeling van het ministerie van VROM die tot doel heeft om woningbouwprojecten die stilgevallen of vertraagd zijn door de crisis vlot te trekken. De projecten kunnen zowel betrekking hebben op huur- als koopwoningen. Het nationaal kader is een door de Europese Commissie goedgekeurde steunregeling waardoor projecten die aan de eisen ervan voldoen, goedgekeurd zijn. De TSW zelf biedt geen juridisch kader tegen het voorkomen van staatssteun.
Bij het gebruikmaken van de TSW kunnen decentrale overheden subsidie verlenen door gebruik te maken van het nationaal kader, waarvoor de eerder genoemde verklaring van het nationaal kader geldt. Deze verklaring dient te worden ingevuld door de begunstigde die de steun ontvangt en hierin moet worden aangegeven of er ook andere steun is ontvangen in de twee jaren voorafgaand aan het lopende belastingjaar. Het nationaal kader kan gebruikt worden om subsidie gebaseerd op de TSW te verstrekken, zolang aan de eisen van het nationaal kader wordt voldaan, maar nogmaals biedt de TSW zelf geen juridisch kader tegen staatssteun.
II Europese tijdelijke kaderregeling voor steunmaatregelen in verband met de crisis
De mogelijkheid om beperkte steun te verlenen maakt deel uit van een tijdelijke communautaire kaderregeling die de Europese Commissie eind december 2008 heeft gepresenteerd. Deze kaderregeling ligt in het verlengde van het
Europese Economische Herstel Plan van eind november 2008.
De crisismaatregelen zijn vooralsnog gelimiteerd tot het einde van 2010. Op basis van rapportage door de lidstaten zal de Commissie evalueren of de maatregelen na 2010 worden gehandhaafd, afhankelijk van het feit of de crisis voortduurt.
Nieuwe mogelijkheden voor steun
DG Concurrentie van de Europese Commissie benadrukt in de mededeling allereerst alle bestaande instrumenten die volgens hen zouden kunnen en moeten worden gebruikt in deze tijden van financiële crisis. De mogelijkheden die het Europese staatssteunregime tot nu toe al bood worden opgesomd en kort uitgelegd. Onder meer de de-minimisverordening uit 2006 komt aan bod, de Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) uit 2008, het nieuwe Milieusteunkader van dit jaar, het kader voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie uit 2006, de nieuwe notitie over garanties en ‘vrijhaven’-premies voor MKB en de nieuwe richtsnoeren voor risicokapitaal. Ook wijst de Commissie op maatregelen die niet onder het Europese staatssteunregime vallen, zoals generieke regelingen die voor alle Nederlandse bedrijven gelden. Ook financiële steun direct aan consumenten om bijvoorbeeld oude of milieuvriendelijke producten te kopen is toegestaan.
De nieuwe, tijdelijke aanpassingen hebben betrekking op garanties, leningen, risicokapitaal, kortlopende exportkredietverzekering en beperkte steun tot 500.000 euro (zie deel I). Wat betreft garanties geeft de Commissie aan dat voor een bepaalde periode gesubsidieerde garanties voor leningen zullen worden toegestaan, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Ook zullen gesubsidieerde leningen mogelijk zijn, maar enkel om de productie van ‘groene producten’ te stimuleren tijdens de financiële crisis. Op het gebied van risicokapitaal is de investeringsdrempel van 1,5 miljoen euro opgeschroefd naar 2,5 miljoen euro per MKB gedurende een periode van 12 maanden.
Meldingsprocedure
Crisissteunmaatregelen moeten in eerste instantie worden gemeld bij het crisisteam van de Europese Commissie. Dat gebeurt voor Nederlandse decentrale overheden via het Coördinatiepunt Staatssteun van het ministerie van BZK (zie meldingsprocedure en contacten).
De Commissie streeft ernaar om het melden van crisissteunregelingen minder tijdrovend te laten zijn dan het melden van 'gewone' staatssteun. Algemene regelingen die aan de voorwaarden van de kaderregeling voldoen, maken de beste kans op snelle goedkeuring. Naarmate de regeling specifieker is, zal de Commissie meer informatie willen hebben. Het is mogelijk dat het crisisteam van oordeel is dat voor een gemelde maatregel alsnog een volledige meldingsprocedure http://www.europadecentraal.nl/menu/422/Melding.html moet worden doorlopen. Decentrale overheden moeten hun crisissteunmaatregelen melden via het Coördinatiepunt Staatssteun Decentrale Overheden van het ministerie van BZK.
Actuele teksten Europees en natonaal kader crisissteun.
Geconsolideerde versievan van de Tijdelijke Communautaire Kaderregeling van 7 april 2009.
De herziene versie van hetNationaal kader voor het tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen van september 2009, van kracht sinds 12-10-2009.
Juridische grondslag tijdelijke kaderregeling
De grondslag van de tijdelijke kaderregeling van de Commissie is artikel 87 lid 3 onder b van het EG-verdrag. Dit is de kapstok waaraan de Commissie haar noodmaatregelen momenteel ophangt. Het gaat om crisissteun die vanwege de ernst van de economische situatie tijdelijk wordt toegestaan. Het artikel luidt als volgt:
3. Als verenigbaar met de interne markt kunnen worden beschouwd:
[...] b) steunmaatregelen om de verwezenlijking van een belangrijk project van gemeenschappelijk Europees belang te bevorderen of een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen;
In de kaderregeling geeft de Commissie aan onder welke voorwaarden zij tijdelijk steun die op grond van 107 (3) (b) VWEU wordt verleend, verenigbaar acht met de interne markt (lees: goedkeurt). Beperkte steun ('limited amount of aid') die op basis van de kaderregeling wordt verleend, wordt dus wel degelijk gezien als (potentiële) staatssteun, die vooraf bij de Commissie moet worden gemeld. Dat is een essentieel verschil met de-minimissteun, die door de Commissie niet als meldingsplichtige steun wordt beschouwd omdat ze door haar geringe omvang geen effect op de interne markt zou hebben. Waarmee niet aan alle staatssteuncriteria van artikel 107 lid 1 VWEU zou zijn voldaan.
Kortom: beperkte steun in het kader van de kaderregeling valt wel onder artikel 107 lid 1 van het VWEU (meldingsplichtige staatssteun), de-minimissteun niet. Het geven van beperkte steun wordt wel makkelijker, maar is nog steeds aan regels gebonden. Voor het verlenen van crisissteun moet aan meer voorwaarden worden voldaan dan voor het verlenen van de-minimissteun.