Europese wetgeving voor het op de markt brengen en gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen is relevant voor Nederlandse waterschappen, met name in gebieden met veel land- en tuinbouw en veeteelt. In januari 2009 is een wetgevend pakket over gewasbeschermingsmiddelen aangenomen door het Europees Parlement.
Verordening - Het pakket Europese regelgeving voor gewasbescherming bestaat allereerst uit de verordening betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (COM(2006) 388), die bewerkstelligt dat meerdere giftige stoffen worden verboden, maar dat de goedgekeurde stoffen makkelijker over de grenzen heen kunnen worden verkocht. Dit behelst een geleidelijk verbod op zeer schadelijke stoffen in deze middelen, tenzij hun effect in de praktijk verwaarloosbaar is. Dit betreft stoffen die een potentiële bedreiging vormen voor de gezondheid en het milieu. Producten die bepaalde schadelijke bestanddelen bevatten waarvoor geen alternatief is, moeten binnen 3 jaar worden vervangen zodra minder schadelijke alternatieven wel voorhanden zijn. Zweedse onderzoekers schatten dat door de aanscherping hoogstwaarschijnlijk 22 werkzame stoffen van de markt verdwijnen. Overigens kunnen lidstaten wel afwijken van deze verscherpte toelating bij landbouwkundige noodzaak, bijvoorbeeld als er geen alternatieve middelen zijn om een bepaalde plaag te bestrijden.
Een tweede belangrijk onderdeel van de verordening behelst verbeterde markttoegang voor goedgekeurde stoffen. Lidstaten kunnen gewasbeschermingsmiddelen toestaan op nationaal niveau of door wederzijdse erkenning. De EU wordt verdeeld in drie klimaatzones (noord, centrum en zuid), waarbij lidstaten in één zone in principe verplicht zijn om elkaars toegelaten of verboden stoffen te erkennen. Zo krijgen producenten makkelijker toegang tot andere lidstaten binnen dezelfde zone en kunnen ze dus meer gewasbeschermingsmiddelen sneller beschikbaar stellen. Nederland en België zijn ingedeeld in de centrale zone, die loopt van het Verenigd Koninkrijk tot en met Polen. Daarnaast moeten producten sneller worden geautoriseerd: lidstaten moeten binnen de 120 dagen beslissen of ze producten al dan niet wederzijds erkennen. Tot nu toe was daar geen deadline voor.
Richtlijn duurzaam gebruik - Daarnaast is de richtlijn voor het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (
COM(2006)373) aangenomen, die een afname van het gebruik van deze middelen tot doel heeft. Dit moet onder meer worden bereikt door het opstellen van actieplannen per lidstaat met streefcijfers, maatregelen en tijdsschema's om de risico's en effecten van pesticidengebruik voor de menselijke gezondheid en het milieu te verminderen en door het creëren van bufferzones ter bescherming van waterorganismen en vrije zones voor oppervlakte- en grondwater (dat tot drinkwater dient), waar pesticiden niet gebruikt of opgeslagen mogen worden. Na publicatie van de wetteksten in het publicatieblad van de EU krijgen lidstaten naar verwachting tot begin 2011 om de Europese wetgeving om te zetten in nationaal recht. Dit zal plaatsvinden onder verantwoordelijkheid van het ministerie van VROM.
Richtlijn registratie - Tot slot reguleert Richtlijn 91/414/EEG de registratie van gewasbeschermingsmiddelen. Deze Richtlijn wordt 14 juni 2011 vervangen door
Verordening (EG) 1107/2009. De nieuwe richtlijn bepaalt dat de actieve stoffen op Annex 1 van de richtlijn moeten worden geplaatst, voordat het product in de lidstaten van de EU mag worden toegelaten. Vervolgens moeten de lidstaten de specifieke toepassingen en producten beoordelen en registreren. Daarbij worden voor de gewassen waarop het middel gebruikt wordt
Maximale Residu Limieten (MRL's) afgeleid. Dit zijn wettelijke toegestane maximale residugehaltes van stoffen in of op primaire agrarische producten. De MRL's worden opgenomen in
Verordening (EG) 396/2005.
Lobby in Brussel
De Unie van Waterschappen en Vewin, de vereniging van waterbedrijven in Nederland, hebben gedurende de besluitvormingsprocedure in Brussel een hoog beschermingsniveau van het milieu, en van het water in het bijzonder, in relatie tot het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bepleit. De doelstellingen van de kaderrichtlijn water (KRW) dienen volgens hen te allen tijde voorop te staan en het ‘vervuiler betaalt’ principe dient gerespecteerd te worden. De verbetering ten opzichte van het verordeningvoorstel liggen vooral op het vlak van een sterkere link met de KRW. Daarnaast is er de mogelijkheid voor lidstaten om in het geval van negatieve gevolgen voor milieu of volksgezondheid, binnen het systeem van wederzijdse erkenning, de markttoelating van een gewasbeschermingsmiddel in hun land te herzien. Ten slotte dient er wel gewaakt te worden dat de milieudoelstellingen bij de implementatie niet in gevaar komen door de vele nuances in de verordening.
Meer informatie:
Position paper UvW en Vewin
Aangenomen tekst
Website Unie van Waterschappen
Website Vewin