1. Wie kan van de helpdesk gebruik maken?
- alle ambtenaren en bestuurders van gemeenten, provincies en waterschappen en samenwerkingsverbanden van gemeenten, provincies en/of waterschappen;
- alle medewerkers van de koepelorganisaties van gemeenten, provincies en waterschappen (VNG, IPO, Unie van Waterschappen);
- alle ambtenaren van de rijksoverheid en andere overheidorganen.

Als u niet tot deze groep behoort, kunt u wel gebruik maken van de informatie die Europa decentraal op de website aanbiedt.

2. Met welk soort vragen kan ik terecht bij de helpdesk?

Europa decentraal beantwoordt vragen over Europees beleid, Europese regelgeving en jurisprudentie waar medewerkers van gemeenten, provincies en waterschappen in de praktijk mee te maken krijgen.

3. Wat kunt u verwachten van het antwoord?
Het antwoord bevat:
- informatie over de actuele stand van zaken m.b.t. Europees beleid, Europese regelgeving en jurisprudentie;
- informatie over aankomend Europees beleid, Europese regelgeving en jurisprudentie;
- uitleg over Europees beleid, Europese regelgeving en jurisprudentie.

Indien van toepassing en beschikbaar treft u ook de volgende informatie aan:
- praktijkvoorbeelden;
- contactgegevens van 'lotgenoten' of andere betrokkenen;
- achtergrondinformatie.

4. Welke antwoorden krijgt u niet van Europa decentraal?
- Europa decentraal geeft u geen op maat gesneden juridisch advies, maar verschaft uitleg over Europese aangelegenheden. Voor een op maat gesneden juridisch advies kunt u terecht bij bijvoorbeeld advocatenkantoren en adviesbureaus;
- Europa decentraal beslist niet voor u wat u als gemeente, provincie of waterschap in een concreet geval moet doen of besluiten;
- Europa decentraal neemt geen standpunten in over voorgenomen of vastgesteld beleid, regelgeving of jurisprudentie;
- Europa decentraal behartigt geen belangen van decentrale overheden in Brussel.

5. Welke procedure volgt Europa decentraal als u een vraag hebt gesteld?
- Europa decentraal stuurt u een ontvangstbevestiging.
- Europa decentraal beantwoordt uw vraag binnen 5 werkdagen.
- Europa decentraal vraagt u om feedback te leveren op het antwoord.
- Europa decentraal registreert uw vraag in een database, die alleen voor medewerkers van Europa decentraal toegankelijk is. Eventuele openbaarmaking van de gegevens gebeurt anoniem, of Europa decentraal vraagt u om toestemming.
X

Grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van onderwijs

25 feb 2013

Vraag

Als medewerker onderwijs bij een grensgemeente vraag ik me af hoe het staat met de grensoverschrijdende samenwerking (GROS) tussen Nederland en onze buurlanden Duitsland en België op het gebied van onderwijs? Wat is sinds de Kamerbrief van het Ministerie van BZK over stand van zaken Task Force GROS (april 2010) bereikt en wat gaat er nog gebeuren?

Antwoord

Sinds de Kamerbrief van het ministerie BZK uit 2010 over GROS hebben zich actualiteiten voorgedaan voor wat betreft de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van onderwijs. Er is echter nog steeds veel te doen om grensoverschrijdende knelpunten weg te nemen en te voorkomen in de grensstreken op het gebied van onderwijs.

Onderwijs

Uit de Kamerbrief van 2013 blijkt dat Nederlandse en Belgische overheden intensiever gaan samenwerken om problematiek op het gebied van onderwijs in de grensstreek te verhelpen. Het Nederlands-Vlaams Verdrag inzake de accreditatie van opleidingen in Nederland en Vlaanderen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de internationale vergelijkbaarheid en herkenbaarheid van het onderwijs. Momenteel is er een verdragsuitbreiding in voorbereiding om onder andere de academische gelijkstelling van de bachelor- en masteropleidingen in Vlaanderen en Nederland te regelen.

Van knelpunten naar actiepunten

De focus van GROS blijft ook op het beleidsterrein onderwijs gericht op het benoemen en wegnemen van praktische knelpunten. Het ministerie wil selectief en realistisch omgaan met het aanpakken en oplossen van bepaalde knelpunten. Mede hierom spreekt het ministerie tegenwoordig van actiepunten. Deze worden in goed overleg met ieder buurland opgesteld. Met Vlaanderen is inmiddels overeenstemming bereikt. Het ministerie verwacht binnenkort ook met Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen tot een gezamenlijke lijst van actiepunten te komen.

Hoe zat het ook alweer?

De door BZK geleide Taskforce GROS ging vanouds uit van vier knelpunten (zie Kamerbrief uit 2010) op het gebied van onderwijs die door de Nederlandse grensregio’s zijn aangedragen en vervolgens zijn aangevuld vanuit Belgische en Duitse zijde. Hieronder een korte weergave van deze vier punten:

Middelbare scholen
Nederlandse scholieren uit het voortgezet onderwijs kunnen dankzij de wederzijdse erkenning van het onderwijssysteem tussen Nederland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen voortaan makkelijker wisselen van schoolsysteem in de grensregio. Hiertoe is een equivalentielijst opgesteld waarin de twee schoolsystemen van voortgezet onderwijs in Nederland en Noordrijn-Westfalen met elkaar worden vergeleken.

MBO-Opleiding
Nederlandse MBO-diploma’s worden in Noordrijn-Westfalen formeel wel erkend, maar Duitse werkgeversorganisaties beschikken vaak niet over de kennis om Nederlandse MBO-diploma’s te vergelijken met Duitse beroepsdiploma’s.

Universitaire opleiding
Ook op universitair gebied wordt gewerkt aan verdergaande grensoverschrijdende samenwerking. De European Graduate School of Neuroscience (EURON) is een voorbeeld waarbij een internationaal samenwerkingsverband tussen elf universiteiten in België, Duitsland en Nederland tot stand is gekomen. Vanuit de universiteit Maastricht is een voorstel gelanceerd om te komen tot een research master met een joint-program en een joint-degree.

Buurtaalonderwijs
De kennis van de Duitse en Franse taal in Nederland loopt terug. Kennis en actief gebruik van de talen van onze buurlanden is een van de belangrijkste voorwaarden om te komen tot een grensoverschrijdende arbeidsmarkt. Deze kennisuitwisseling is op het punt van buurtaalonderwijs verbeterd dankzij een pilot die is opgezet waarbij er op 15 basisscholen aan de grens, Duitse, Engelse en Franse taal wordt gebruikt gedurende 15% van de lestijd.

Door:

Kenniscentrum Europa decentraal, Lisette Martens

Meer informatie:

Rijksoverheid, 'Kamerbrief inzake beleid ten aanzien van België en Vlaanderen', 04-02-2013
Nieuwsbericht van 11 februari ’13 Europa decentraal ‘Decentrale overheden pakken grensproblematiek aan met GROS
Website Europa decentraal Grensoverschrijdende samenwerking
Kamerbrief GROS van het Ministerie BZK juli 2011
Voortgangsrapportage GROS: overzicht van een aantal grensoverschrijdende en bilaterale aangelegenheden (als bijlage bij Kamerbrief van september 2012)

Actualisatie februari 2013