Dienstenrichtlijn

Decentrale overheden moeten zorgen dat dienstverleners zich onbelemmerd in Nederland kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. Dit is de kerngedachte van de Dienstenrichtlijn. Deze Europese richtlijn is in Nederland omgezet in de Dienstenwet.

Welke decentrale verplichtingen zijn er?

Decentrale overheden moeten permanent aan de volgende verplichtingen voldoen:

- Nieuwe of gewijzigde regelgeving vallend onder de reikwijdte van de richtlijn, moet in bepaalde gevallen worden genotificeerd;
- Vergunningsstelsels en eisen die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen moeten aan de voorwaarden van de Dienstenrichtlijn voldoen;
- Dienstverleners moeten via het Dienstenloket elektronisch procedures kunnen afhandelen;
- Instanties uit andere lidstaten moeten de decentrale overheid via het zogenoemde IMI-systeem om gegevens kunnen vragen en andersom.

Invoering

Voor 2010 moest de Dienstenrichtlijn zijn ingevoerd. Decentrale overheden hebben toen verschillende acties uitgevoerd om aan alle verplichtingen te voldoen. Deze acties waren er onder meer op gericht om bestaande belemmeringen voor dienstverleners op te heffen.

Waarom een Dienstenrichtlijn?

De Europese Commissie concludeerde in 2002 dat er nog steeds veel belemmeringen bestonden voor het grensoverschrijdende dienstenverkeer. Dit was tien jaar nadat de interne markt voltooid had moeten zijn. Daarom is eind 2006 de Europese Dienstenrichtlijn in werking getreden. Vóór 2010 moest zo een echte interne markt voor diensten ontstaan.

Doel

Het doel hiervan is dat dienstverleners, bijvoorbeeld bouwondernemingen, organisatoren van evenementen, horeca-exploitanten, kappers en zelfs iemand die een snuffelmarkt wil organiseren, overal in de EU gemakkelijk aan de slag kan.

Dienstenrichtlijn

Praktijkvragen


Dienstenrichtlijn

Wet- en regelgeving