Aanbestedingen

Om opdrachten voor bijvoorbeeld werken, diensten of leveringen aan een ondernemer te kunnen vergeven, moeten decentrale overheden eerst nagaan of er een Europese aanbestedingsprocedure gevolgd moet worden. De regels hiervoor staan al sinds 1973 in Europese Aanbestedingsrichtlijnen en sinds 1 april 2013 ook in de nationale Aanbestedingswet. In dit dossier krijgen decentrale overheden inzicht in de belangrijkste aanbestedingsrechtelijke onderwerpen, waarmee zij – in het kader van EU regelgeving en beleid – in de praktijk te maken krijgen.

Europese Aanbestedingsrichtlijnen

De belangrijkste Europese richtlijnen waar decentrale overheden op het gebied van aanbesteden mee te maken krijgen, zijn:

  • richtlijn 2014/24 (van toepassing op overheidsopdrachten binnen de klassieke sectoren: werken, leveringen en diensten);
  • richtlijn 2014/25 (van toepassing op overheidsopdrachten binnen de speciale sectoren: water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten);

De Europese aanbestedingsrichtlijnen worden gemiddeld om de vijf jaar herzien en ge-update. De laatste herziening vond plaats in 2014. Toen is ook een nieuwe Europese concessierichtlijn, richtlijn 2014/23, geïntroduceerd. Deze richtlijn is van toepassing op bepaalde concessieovereenkomsten die overheden sluiten.

Implementatie Nederlandse wetgeving

De Europese richtlijnen werden in het verleden in Nederland geïmplementeerd via Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB). De laatst geldende AMVB’s betroffen de besluiten Bao en Bass. Op 1 april 2013 vervielen deze besluiten. Sindsdien vindt de implementatie van de Europese aanbestedingsrichtlijnen plaats via de Aanbestedingswet 2012. Deze wet is aangepast naar aanleiding van de nieuwste versies van de Europese aanbestedingsrichtlijnen en de Concessierichtlijn uit 2014. De aangepaste Aanbestedingswet 2012 is op 1 juli 2016 in werking getreden.

Doel Aanbestedingsrichtlijnen

De aanbestedingsrichtlijnen zijn onder andere opgesteld om binnen de EU, en ten behoeve van het tot stand komen van een goed functionerende interne markt, eerlijke en vrije concurrentie te stimuleren. De EU wil daarom een Europese ruimte voor overheidsopdrachten tot stand brengen, waarbij in overeenstemming met de beginselen uit het Verdrag betreffende de Werking van de EU (VWEU) wordt gehandeld. Omdat overheidsopdrachten een groot deel van het inkoopvolume op de EU interne markt beslaan, is regulering vanuit de EU (door middel van richtlijnen) en harmonisatie van regelgeving op nationaal (lidstaat) niveau gewenst.

Een goede toepassing van de richtlijnen moet daarnaast zorgen voor een professioneel inkoopproces door opdrachtgevers. Belangrijke doelstellingen hierbij zijn:

  • integriteit van bestuur;
  • transparantie;
  • het bevorderen van duurzaamheid en innovatie;
  • het verkrijgen van de beste prijs-kwaliteitsverhouding tegen de economisch meest voordeligste inschrijving.
Definitie aanbesteden

Bij de herziening van de aanbestedingsrichtlijnen in 2014, is voor het eerst een definitie van aanbesteden vastgesteld: “Aanbesteding is de aankoop door middel van een overheidsopdracht van werken, leveringen of diensten door één of meer aanbestedende diensten van door deze aanbestedende diensten gekozen ondernemers, ongeacht of de werken, leveringen of diensten een openbare bestemming hebben of niet”(art. 1 lid 2 en overweging 4 richtlijn 2014/24).

Regelgeving en beleid

De regels voor Europees aanbesteden kunnen soms als complex ervaren worden. De richtlijnen moeten kritisch bekeken worden, onder meer om te beoordelen of een opdracht van een decentrale overheid onder de werking van de Europese aanbestedingsrichtlijnen valt. Naast de regels uit de richtlijnen, vormen ook de uitspraken van het Hof van Justitie EU een belangrijke bron bij de interpretatie van de regels.

Niet alleen wordt er gestuurd via EU regelgeving, maar ook via EU beleid wordt gestuurd op gewenste ontwikkelingen op de overheidsopdrachtenmarkt. Bij de toepassing van de Europese regels en de interpretatie hiervan kan dus ook Europees beleid van belang zijn voor decentrale overheden. Onder alle onderwerpen onder het dossier Aanbesteden treft u meer informatie over de betreffende regelgeving, jurisprudentie en het beleid dat voor dat onderwerp relevant is.

Publicaties en praktijk

Onder de onderwerpen van het dossier Aanbesteden vindt u praktijk- en naslaginformatie terug onder praktijkvragen, publicaties en links.

Beleid

Aanbestedingsrichtlijnen beleid

De belangrijkste Europese beleidsontwikkelingen op het gebied van aanbestedingen worden beschreven in de volgende documenten:

Feuilleton voorstellen nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, met de richtlijnvoorstellen uit 2011 van Europese Commissie;
Single Market Act 2011 en Single Market Act 2012;
Interpretatieve Mededelingen, Europese Commissie;
Werkprogramma’s, Europese Commissie;
EU 2020 strategie.

Beleidsdocumenten

Deze beleidsdocumenten staan in verbinding met elkaar en bevatten verwijzingen naar elkaar. De documenten:

– Schetsen de belangrijkste doelstellingen waar aanbestedingsbeleid en regelgeving op is gericht;
– Geven een beeld van de voornaamste probleemgebieden waar overheden en het bedrijfsleven bij de uitvoering van aanbestedingsregels momenteel mee te maken hebben;
– Geven richting aan te ontwikkelen aanbestedingsbeleid voor de nabije toekomst.

Onderwerpen

Onderwerpen die hierbij een belangrijke rol spelen, zijn:

– Het meedoen van Europa met een goed functionerende interne markt op mondiaal niveau;
– Duurzaamheid;
– Innovatie;
– Sociale doelstellingen;
– Samenwerking;
– Prijs-kwaliteitsbenadering;
– Professionalisering.

Aanbestedingswet

Om aanbestedende diensten – waaronder decentrale overheden – te helpen beter aan te besteden, heeft het ministerie van EZ beleidsmaatregelen vastgesteld. Deze golden al onder de Aanbestedingswet 2012, en een aantal beleidsmaatregelen is aangepast met de inwerkingtreding van de herziene Aanbestedingswet 2012. De maatregelen moeten de herziene Aanbestedingswet 2012 aanvullen en geven meer richting aan de aanbestedingspraktijk en ondersteunen en stimuleren professionalisering.

Onderdelen beleidsmaatregelen

De beleidsmaatregelen, ook wel flankerend beleid, omvatten onder andere de volgende elementen:

AMvB naast de Wet: Aanbestedingsbesluit

Het Aanbestedingsbesluit is tegelijk met de herziene Aanbestedingswet 2012 in werking treden (per 1 juli 2016). In de AMvB wordt een aantal zaken uit de Aanbestedingswet nader geregeld:

  • Verplicht gebruik ARW (art. 11 A-besluit, art. 1.22 herziene Aanbestedingswet 2012);
  • Eigen verklaring, ook wel Uniform Europees Aanbestedingsdocument (art. 2 A-besluit, art. 2.84 herziene Aanbestedingswet 2012);
  • Verplicht gebruik van de Gids proportionaliteit (art. 10 A-besluit, art. 1.10 lid 3 e.v. herziene Aanbestedingswet 2012);
  • Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA) (art. 8 A-besluit, art. 4.7 herziene Aanbestedingswet 2012);
  • Gebruik van elektronische communicatiemiddelen/accreditatie gedurende het aanbestedingsproces (art. 3 t/m 7 A-besluit, art. 2.52a herziene Aanbestedingswet 2012).
Aspecten beleid

Het beleid omvat de volgende aspecten:

Gids proportionaliteit

De Gids Proportionaliteit geeft invulling aan het beginsel van proportionaliteit, dat bij aanbesteden in acht moet worden genomen. Deze gids wordt in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) (art. 10 Aanbestedingsbesluit) bij de herziene Aanbestedingswet 2012 (art. 1.10 lid 3) als verplicht te volgen richtsnoer aangewezen.

ARW

Het Aanbestedingsreglement Werken 2016 (ARW 2016) is als verplichte richtsnoer voor het aanbesteden van werken onder de Europese aanbestedingsdrempel aangewezen. Boven de Europese drempel is het gebruik van het richtsnoer niet verplicht gesteld. Op basis van ervaring die is opgedaan met het ARW 2005 en 2012, wordt verwacht dat aanbestedende diensten het richtsnoer ook zullen toepassen bij aanbestedingen boven de drempel.

Model inkoop- en aanbestedingsbeleid VNG

Een (model) beleid komt de doelmatigheid, rechtmatigheid en integriteit van de inkoop- en aanbestedingspraktijk ten goede. Het leidt naast besparingen tot een betere kwaliteit van opdrachten en mogelijkheden voor innovatie. Dit heeft ten grondslag gelegen aan het model inkoop- en aanbestedingsbeleid voor gemeenten in juni 2012 (VNG). Het model beleid is ook door de UvW gebruikt voor de vaststelling van het model beleid voor waterschappen en is op bepaalde punten aangepast.

AMvB

De gewijzigde AMvB zal tegelijk met de herziene Aanbestedingswet 2012 in werking treden. In de AMvB wordt een aantal zaken uit de Aanbestedingswet geregeld:

  • Verplicht gebruik ARW;
  • Model Eigen verklaring;
  • Verplicht gebruik Gids proportionaliteit.
Uniform inkoop- en aanbestedingsbeleid UvW

Eind juni 2013 heeft het bestuur van de UvW een uniform inkoop- en aanbestedingsbeleid vastgesteld. De UvW zet zich continu in voor een verdere professionalisering van de inkoop- en aanbestedingspraktijk. Met het uniforme beleid kunnen de waterschappen op een goede en verantwoorde wijze inkopen en aanbesteden.

Uniform Europees Aanbestedingsdocument

Onder de Aanbestedingswet 2012 konden ondernemers gebruik maken van de Uniforme Eigen Verklaring. De nieuwe Europese Aanbestedingsrichtlijnen introduceren een nieuw Europees standaardformulier: het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA). Dit is vastgelegd in artikel 59 van richtlijn 2014/24 en artikel 2.84 van de herziene Aanbestedingswet 2012. Het UEA moet de in Nederland bestaande Eigen Verklaring (EV) vervangen (art. 2.84 Aanbestedingswet 2012).

Evaluatie Aanbestedingswet 2012

De Aanbestedingswet 2012 is geëvalueerd. Hieronder kunt u de documenten met betrekking tot deze evaluatie vinden.

Circulaire grensbedragen onder de drempelwaarde, per 1 september 2015

Deze circulaire bepaalt voor de Rijksoverheid op basis van de waarde van de opdracht, welke nationale aanbestedingsprocedure in een concreet geval de aangewezen procedure is.

Decentralisaties en aanbesteden
Wmo-Vragen VWS aan Europese Commissie

In oktober 2009 zond het ministerie van VWS (naar aanleiding van de motie Kant) een brief naar de Europese Commissie met vragen over de mogelijke Europese aanbestedingsverplichting ten aanzien van huishoudelijke zorg. Op 8 april 2010 gaf de Commissie aan dat er bij de meeste Wmo-opdrachten sprake is van IIA-diensten. Deze moeten daarom Europees aanbesteed worden.

In de brief van 7 mei 2010 rapporteert het ministerie van VWS aan de Tweede Kamer over deze visie van de Commissie. Onder de aanbestedingsrichtlijn 2014/24 is het onderscheid tussen IIA- en IIB-diensten komen te vervallen. Er geldt een nieuwe categorie sociale en andere specifieke diensten. De verwachting is dat Wmo-diensten die voorheen onder het IIB-regime vielen nu grotendeels kwalificeren als sociale en andere specifieke diensten. Een vergelijking van de diensten onder het huidige regime van richtlijn 2014/24 en het voormalige regime onder richtlijn 2004/18 vindt u op de website van PIANOo.

Bestuurlijk aanbesteden

Bestuurlijk aanbesteden is een concept dat via de particuliere adviesmarkt is ontstaan.  Gemeenten, provincies en waterschappen gebruikten het concept voorheen vooral als procedure voor het aanbesteden van IIB-diensten. Deze procedure zal waarschijnlijk ook gebruikt gaan worden voor het aanbesteden van sociale en andere specifieke diensten. Het wordt bijvoorbeeld veel gebruikt voor diensten in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Het instrument bestuurlijk aanbesteden is niet in de Aanbestedingswet of Europese aanbestedingsrichtlijnen beschreven en is daarom geen wettelijke en officieel erkende aanbestedingsprocedure. De procedure wordt in de praktijk wel door gemeenten gebruikt, al blijkt de wijze waarop dit instrument wordt ingezet nog niet volledig uniform met de regels.

Wederzijdse afhankelijkheid

Bij bestuurlijk aanbesteden is er sprake van wederzijdse afhankelijkheid tussen de opdrachtgevende aanbestedende diensten en de marktpartijen die bijvoorbeeld zorg aanbieden. Vanuit dit uitgangspunt maken gemeenten onder meer via flexibele convenants vormen – vaak nog nader uit te werken – afspraken met diverse dienstverleners over door hen te verlenen zorg- en welzijnsdiensten.

Fases bestuurlijk aanbesteden

Het proces van bestuurlijk aanbesteden bestaat uit meerdere fases: voorbereiden, onderhandelen en contracteren en uitvoeren. Het zwaartepunt ligt in de onderhandelings- en contracterende fase. Het enige dat doorgaans vastligt, is de prijs die de aanbestedende dienst wil betalen voor de diensten.

Veelvoorkomende vragen

Gemeenten stellen veel vragen over de toepassing van het concept bestuurlijk aanbesteden en de wijze waarop dit proces kan worden vormgegeven. Bijvoorbeeld met betrekking tot de voorschriften die de huidige Europese aanbestedingsrichtlijnen stellen. Ook vragen gemeenten zich af in hoeverre het concept onder de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen en de daarin verdwenen IIB-diensten procedure nog houdbaar is. Hebt u ook een vraag, stel deze dan aan onze helpdesk.

Duurzaam aanbesteden
Mededeling overheidsopdrachten voor een beter milieu

In 2008 heeft de Europese Commissie de Mededeling Overheidsopdrachten voor een beter milieu gepubliceerd. Deze biedt een leidraad om de gevolgen voor het milieu van de consumptie van de overheidssector te reduceren en de innovatie in milieutechnologie, producten en diensten door middel van groen aanbesteden te bevorderen.

GPP

Green Public Procurement (GGP) is een vrijwillig instrument. GPP wordt door de Commissie gedefinieerd als: “een proces in het kader waarvan overheidsdiensten goederen, diensten en werken beogen te verkrijgen die gedurende de volledige levenscyclus ervan een minder belastend milieueffect hebben dan vergelijkbare goederen, diensten en werken met dezelfde primaire functie.”

Doelstellingen Europese Commissie

De doelstellingen van de Commissie op het gebied van duurzaam aanbesteden zijn:

  • het vaststellen van gemeenschappelijke criteria voor groen aanbesteden;
  • het verschaffen van informatie over de levenscycluskosten van producten;
  • het geven van juridische en operationele richtsnoeren;
  • het bieden van politieke ondersteuning door middel van beleidsdoelstellingen, gekoppeld aan indicatoren en een systeem voor follow-up.

In 2010 moest volgens de mededeling 50% van alle aanbestedingen groen zijn, dat wil zeggen in overeenstemming met de vastgestelde gemeenschappelijke kerncriteria voor GPP. Uit onderzoek is gebleken dat dit doel in 2012 nog niet behaald was.

EU2020-strategie

De EU2020-strategie bevat verschillende doelen op het gebied van milieu, innovatie en sociaal beleid en biedt de langetermijnvisie van de EU op de sociale markteconomie.

Internationale richtlijn duurzaam inkopen

In 2013 is de Cinnussue gestart met de ontwikkeling van een nieuwe internationale richtlijn Duurzaam Inkopen (Sustainable Procurement). Deze ISO-richtlijn zal zowel publieke als private organisaties praktische handvatten bieden bij het inrichten en verrichten van een Maatschappelijk Verantwoord Inkoopproces (MVI). De basis hiervan is de bestaande richtlijn ISO 26000; de internationale richtlijn voor Maatschappelijk Verantwoorde Organisaties (MVO). Naar verwachting is de vernieuwde richtlijn ISO 26000 in 2016 gereed.

E-Aanbesteden
1. Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument

Met de invoering van richtlijnen 2014/23, 2014/24 en 2014/25 introduceert de Europese Commissie een Europees standaardformulier geïntroduceerd: het uniform Europees aanbestedingsdocument (art. 59 richtlijn 2014/24 en art. 2.84 Aanbestedingswet 2012). Dit document vervangt de in Nederland bestaande Eigen Verklaring (EV) (art. 2.84 Aanbestedingswet 2012).

Uitvoeringsverordening

Op 6 januari 2016 heeft de Commissie het standaardformulier voor het uniform Europees aanbestedingsdocument (UEA) in de Uitvoeringsverordening 2016/7 gepubliceerd. Hiermee sluit de Commissie aan op de doelstellingen die voortvloeien uit de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, namelijk het verlichten van de administratieve lasten van aanbestedende diensten en ondernemers. In bijlage II (p. 7 e.v.) van de Uitvoeringsverordening is het standaardformulier voor het UEA opgenomen.

Elektronisch invullen UEA

Voor het UEA heeft de Commissie een tool ontwikkeld, waarmee kopers, inschrijvers en andere partijen het document online in kunnen vullen. Dit formulier kan bij offline aanbestedingen ook worden afgedrukt en vervolgens samen met de overige onderdelen van de inschrijving aan de koper worden gestuurd. Bij e-aanbestedingen kan dit document elektronisch worden geëxporteerd, opgeslagen en ingediend. Een UEA dat in een eerdere openbare aanbestedingsprocedure is verstrekt, kan worden hergebruikt, zolang de daarin vermelde informatie nog steeds correct is.

De Commissie heeft een e-UEA – Veelgestelde Vragen opgesteld, met daarin een toelichting op het gebruik van het document.

2. Mededeling eind-tot-eind e-aanbesteding

Op 26 juni 2013 bracht de Commissie de mededeling Eind-tot-eind e-aanbesteding ter modernisering van het openbaar bestuur uit. Deze mededeling bevat de stand van zaken met betrekking tot de overgang naar “eind-tot-eind e-aanbesteding” (van de elektronische bekendmaking van aankondigingen tot de elektronische betaling) in de EU. De Commissie beschrijft maatregelen die de EU en de lidstaten moeten ondernemen met het oog op de overgang naar eind-tot-eind e-aanbesteding.

3. Strategie e-Aanbesteden

Op 20 april 2012 maakte de Commissie haar strategie voor e-Aanbesteden bekend. Volgens deze strategie moeten aanbestedingen in 2016 volledig digitaal verlopen. Hiervoor noemt de Commissie enkele maatregelen:

  • het bieden van technische en financiële ondersteuning;
  • bestaande goede voorbeelden zoeken en delen;
  • het gebruik en de voordelen van e-Aanbesteden monitoren;
  • een promotiestrategie opzetten om te informeren over kansen, mogelijkheden en voordelen.
4. Groenboek e-Aanbesteden

Op 18 oktober 2010 presenteerde de Commissie het Groenboek elektronisch aanbesteden, waarinde richting van de Commissie met betrekking tot e-aanbesteden wordt aangegeven. De geleidelijke invoering van e-aanbesteden maakt deel uit van de Digitale Agenda.

Obstakels en risico’s

In het Groenboek worden obstakels en risico’s genoemd die het invoeren van e-Aanbesteden kunnen vertragen:

  • terughoudendheid en angst bij aanbestedende diensten;
  • onvoldoende standaardisering;
  • het ontbreken van hulpmiddelen die wederzijdse erkenning van nationale elektronische oplossingen vergemakkelijken;
  • lastige technische vereisten;
  • het omgaan met de variërende snelheid van de overstap naar e-aanbesteden.
Bevordering e-Aanbesteden

In het Groenboek worden verschillende opties genoemd voor een beter gebruik van e-Aanbesteden en om grensoverschrijdende deelname aan aanbestedingsprocedures te bevorderen:

  • het verplichten van e-aanbesteden middels Europese wetgeving;
  • vastleggen dat lidstaten e-aanbesteden in eigen land verplicht kunnen stellen;
  • het neerleggen van de verantwoordelijkheid voor het goede verloop van het aanbestedingsproces bij de organisatie van het e-aanbestedingssysteem.
5. PEPPOL en Open e-PRIOR

Pan European Public Procurement Online (PEPPOL) is een project dat grensoverschrijdend e-aanbesteden mogelijk wil maken en wil verbeteren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Open e-PRIOR, open source software voor e-Aanbesteden, e-Factureren en bestellen. Open e-PRIOR is de schakel tussen PEPPOL en degene die aanbesteedt. De software is hier te downloaden.

6. E-CERTIS

E-CERTIS is een online referentiebron en database met documenten en certificaten die bedrijven nodig hebben om in te mogen schrijven op EU aanbestedingen. Via e-CERTIS kunnen aanbestedende diensten nagaan welke documenten zij van inschrijvers moeten vragen of mogen accepteren. Meer informatie leest u in de brochure over e-CERTIS.

7. TED en Tenderned

Via Tenders Electronic Daily (TED) worden aankondigingen van overheidsopdrachten online gepubliceerd. In Nederland is Tenderned het marktplein voor digitaal aanbesteden. Decentrale overheden kunnen hier hun aanbestedingen en bijbehorende documenten onderbrengen. Deze informatie wordt automatisch naar TED doorgestuurd.

Vanaf 1 januari 2012 gebruiken alle ministeries Tenderned voor aanbestedingsopdrachten. Zodra de aanbestedingswet van kracht gaat, zijn decentrale overheden verplicht Tendernet te gebruiken.

8. Aanbestedingskalender

De Aanbestedingskalender helpt Nederlandse ondernemers bij hun inschrijvingen. Daarop staan onder andere standaardteksten die te gebruiken zijn voor de formulieren die nodig zijn om aanbestedingen in te schrijven.

Maatschappelijk aanbesteden beleid
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stimuleert in opdracht van het ministerie van BZK de verdere invulling van het relatief nieuwe fenomeen maatschappelijk aanbesteden. Bij die invulling blijkt er in sommige gevallen ook overlap te bestaan met bijvoorbeeld de rol van sociale-, milieu-, duurzaamheids– en innovatieve eisen in het aanbestedingsproces. RVO heeft een agenda opgesteld om maatschappelijk aanbesteden bekend te maken en te promoten bij gemeenten en lokale partijen. Daarnaast ondersteunt RVO specifieke projecten die maatschappelijk aanbesteden. In dat kader wordt ook gewerkt aan diverse producten die in de voorlichting van overheden ter stimulering van maatschappelijk aanbesteden een nadere rol kunnen spelen.

Milieucriteria
DOELSTELLINGEN DUURZAAM INKOPEN

Verschillende overheden hebben afspraken gemaakt over de doelstellingen voor duurzaam inkopen. Voor 2010 bijvoorbeeld was de doelstelling van het Rijk om 100% duurzaam in te kopen. Ook decentrale overheden hebben zichzelf doelen opgelegd:

Er zijn door de gemeenten en provincies na 2011 geen nieuwe akkoorden gesloten met het Rijk. In 2010 zouden gemeenten 75% duurzaam inkopen, waterschappen en provincies 50%. In 2015 moesten alle overheden voor 100% duurzaam inkopen. De Monitor Duurzaam inkopen laat zien in hoeverre overheden hun doelstellingen hebben gehaald.

DUURZAAMHEIDSCRITERIA

Voor een groot deel van de producten, diensten en werken die overheden inkopen zijn duurzaamheidscriteria ontwikkeld, die zijn bedoeld als handvat om duurzaam in te kopen. De meest actuele stand omtrent het duurzaam inkopen van overheden, vindt u op de websites van RVO en PIANOo.

Europees niveau

Op Europees niveau worden ook criteria ontwikkeld om duurzaam inkopen te stimuleren. Op de EU-website vindt u meer achtergrondinformatie en de meest actuele stand van zaken. Ook vindt u er criteriadocumenten. Momenteel zijn er negentien productgroepen gereed, waarop criteria zijn vastgesteld om duurzaam in te kopen.

MKB en aanbesteden
European Code of Best Practices

In 2008 stelde de Commissie de European Code of Best Practices op. Deze moet ervoor zorgen dat aanbestedende diensten de mogelijkheden van de aanbestedingsrichtlijnen volledig benutten. Zo kan iedereen deelnemen aan een openbare aanbesteding. De code kan decentrale overheden helpen om strategieën en programma’s te ontwikkelen om de toegang van het MKB tot aanbestedingscontracten te verbeteren.

Aanbestedingen MKB-vriendelijker

Uit de code volgen praktische voorbeelden en richtlijnen die lidstaten en aanbestedende diensten in staat stellen om hun aanbestedingen MKB-vriendelijker te maken. De code geeft antwoord op vragen vanuit het MKB, zoals:
– Moeilijkheden met betrekking tot de omvang van het contract;
– Het verzekeren van toegang tot relevante informatie;
– Het verbeteren van kwaliteit en het begrip van de gegeven informatie;
– Het stellen van proportionele kwalificaties en financiële vereisten;
– Het verlichten van administratieve lasten;
– Het benadrukken van kwaliteit voor geld in plaats van alleen de prijs;
– Het geven van voldoende tijd om een inschrijving voor te bereiden; en
– Het verzekeren van tijdige betaling.

Overheidstelecommunicatie
OT2010

Het programmateam van OT20120 heeft in 2010 vier clusters van telefoondiensten aanbesteedt:

  1. Vast;
  2. Mobiel;
  3. Inbound;
  4. EUD.
1. Vast

OT2010 vaste telefonie voorziet in de levering van vaste telefonieaansluiting met het openbare netwerk. Dit contract is gegund aan Tele2.

2. Mobiel

OT2010 mobiel voorziet in de levering van mobiele spraak en/of data-aansluitingen voor mobiele gebruikers, inclusief voorzieningen voor het verbeteren van de dekking en capaciteit van draadloze toepassingen in gebouwen. Dit contract is gegund aan Vodafone.

3. Inbound

OT2010 inbound voorziet in de afhandeling van verkeerstromen via vaste aansluitingen, waarin de ontvanger een rol speelt in de te verrekenen kosten, en waar sprake is van een groot volume. Denk hierbij aan 0800- en 0900-nummers, maar ook aan nummers gereserveerd voor de klantcontactcentra van de overheid (de zogenaamde 14-serie). Dit contract is gegund aan KPN.

4. EUD

OT2010 End User Devices (EUD) voorziet in de levering van end user devices voor mobiel gebruik, zoals mobiele telefoons en pda’s, inclusief aanvullende diensten als de beveiliging van deze apparatuur, software updates en logistieke diensten. Dit contract is gegund aan BTC teleconsult.

VERVOLG OT2010

OT2010 heeft in 2011 een vervolg gekregen. Dit met onder meer de aanbesteding van de:

  1. Cluster 14+netnummers;
  2. VoIP-telefooncentrales;
  3. InhouseDekking;
  4. 0800-crisisnummer.
1. Cluster 14+netnummer

Dit cluster draait om het afleveren van telefoonverkeer aan de klantcontactcentra van gemeenten. Een belangrijk onderdeel van de dienstverlening die wordt aanbesteed is Interactive Voice Response (IVR). Dit is software waarmee de beller op basis van spraakherkenning doorgeschakeld wordt naar het juiste klantcontactcentrum.

UPC Business heeft de aanbesteding gewonnen. UPC Business en het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten ondertekenden op 15 maart 2012 een contract. KING beheert de overeenkomst namens de Nederlandse gemeenten. Het contract kent een maximale looptijd van acht jaar.

2. Cluster VoIP-centrales

Het clusterVoIP-centrales draait om de leveringen van Voice-over-IP telefooncentrales en de basisdienstverlening die nodig is voor de inrichting, de implementatie en het beheer van de bedrijfstelefonieomgeving. Dit contract is gegund aan Detron. Van het contract gaan honderd (rijks)overheidsorganisaties gebruik maken. Zij verwachten, over de gehele looptijd van maximaal acht jaar, bijna 100.000 VoIP-poorten af te nemen.

3. en 4. Cluster InhouseDekking en cluster 0800-crisisnummer

Met het cluster Inhouse Dekking (IHD) worden aanvullende diensten voor inhouse dekking verworven, voor zover die niet door het cluster Mobiel kunnen worden ingevuld. Het cluster 0800-crisisnummer draait om de aanbesteding van een gratis telefoonnummer dat de overheid inzet in geval van crisis. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie is in 2012 gestart met een aanbesteding voor het crisisnummer 0800-1351. Deze opdracht is gegund aan SpeakUp B.V.

OT2017

Enkele van de huidige contracten onder OT2010 lopen in 2017 af. Welke contracten dat zijn is te vinden in het Interdepartementaal Contractregister. Omdat enkele contracten aflopen, wordt gestart met de opvolging van het programma, onder de naam OT2017. De telefoniedienstverlening valt onder de categorie ICT Werkomgeving Rijk en is toegewezen aan het ministerie van BZK.

Op 19 april 2016 is er een Concept Strategiedocument OT2017 uitgebracht. Momenteel is het nog een conceptversie van het strategiedocument OT2017. Het verzoek aan de markt om suggesties ter verbetering aan te dragen.

Gemeentelijke Telecommunicatie

Het project stond open voor alle gemeenten. Deze konden zich tot mei 2015 inschrijven. De raamovereenkomst is gesloten en vanaf de tweede helft januari 2016 kunnen deelnemers onder de Raamovereenkomst GT Mobiele Communicatie hun eigen nadere overeenkomst gaan gunnen. Indien uw gemeente niet heeft meegedaan met de eerste collectieve aanbesteding, kunt u meedoen aan de tweede ronde. VNG/KING organiseert een tweede, bijna identieke gezamenlijke aanbesteding: GT Mobiele Communicatie 2.

Onder de GT Mobiele Communicatie zijn er door de samenwerkende gemeenten vier raamovereenkomsten gesloten met vier aanbieders. Gemeenten kunnen onder GT zelf een verdere minicompetitie uitschrijven om een verdere lokale keuze te maken voor één van de vier providers. Er kan worden gekozen uit de volgende vier aanbieders:

  1. KPN;
  2. Tele2;
  3. T-Mobile;
  4. Vodafone.
Sociale criteria
Europees recht en beleid

In 2001 heeft de Europese Commissie een Interpretatieve Mededeling uitgebracht over de mogelijkheden om sociale aspecten in overheidsopdrachten te integreren. In 2001 verschenen al interpretatieve mededelingen over sociale criteria en milieucriteria.

In 2005 verscheen het Handboek Groen kopen (milieuoverwegingen) en in 2011 het Handboek Sociaal kopen (sociale overwegingen).

Doelstellingen overheden bij duurzaam inkopen

Verschillende overheden hebben afspraken gemaakt over de doelstellingen voor duurzaam inkopen. In 2010 had het Rijk tot doel 100% duurzaam inkopen, gemeenten 75% en waterschappen en provincies 50%. In 2015 moeten alle (decentrale) overheden 100% duurzaam inkopen. De Monitor Duurzaam Inkopen laat zien in hoeverre de doelstellingen zijn behaald.

Sociale voorwaarden

De overheid wil met sociale voorwaarden internationaal bijdragen aan betere arbeidsomstandigheden in de productieketen. Daarom heeft de Rijksoverheid sociale voorwaarden opgesteld voor aankopen boven de Europese aanbestedingsdrempels.

Jurisprudentie

Aanbestedingsprocedures jurisprudentie
HvJ EU, 10 december 2009. Europese Commissie tegen Franse Republiek

Zaak C-299/08. In deze zaak gaat het om de uitputtendheid van de aan te wenden procedures conform de Aanbestedingsrichtlijn 2004/18. Het Hof bepaalde dat Frankrijk niet de mogelijkheid heeft af te wijken van de opgesomde procedures in artikel 28. Lidstaten hebben enkel de vrijheid binnen de geldende procedures de materiële- en procedurele regels betreffende de aanbesteding van overheidsopdrachten te handhaven of vast te stellen.

Lees hier verder.

HvJ EU, 15 oktober 2009. Hochtief AG

Zaak C-138/08. Het Hof heeft in deze zaak bepaald dat er van de verplichting om een minimumaantal geschikte gegadigden toe te laten voor een opdracht volgens de procedure van gunning via onderhandelingen kan worden afgeweken als de aanbestedende dienst aan de economische en technische voorwaarden voor deze procedure heeft voldaan.

Lees hier verder.

HvJ EG, 16 september 1999. Fracasso-Leitschutz

Zaak C-27/98. In deze zaak wordt uitleg gegeven over het beëindigen van een aanbestedingsprocedure.

Ruime beoordelingsvrijheid

Aanbestedende diensten hebben hierbij een ruime beoordelingsvrijheid. De Europese richtlijnen bevatten geen bijzondere beperkingen of voorwaarden voor het beëindigen van een aanbestedingsprocedure. Ze eisen ook niet dat er sprake is van belangrijke of uitzonderlijke omstandigheden.

Richtlijn Werken 93/37

Art. 8, lid 2 Richtlijn Werken 93/37 beoogt de aanbestedende dienst te verhinderen zich op volstrekt willekeurige wijze of in strijd met de grondbeginselen van het Europees recht van een potentiële aannemer te ontdoen.

Alleenrecht
Rechtbank Gelderland 29 juli 2015, AVR-afvalbewerking b.v. tegen afvalsturing Friesland N.V.

Zaak 264413. Op grond van artikel 2.24 sub a kunnen aanbestedende diensten een alleenrecht vestigen op overheidsopdrachten voor diensten. De rechtbank oordeelt in dit arrest dat een besluit genomen door  het college van burgemeester en wethouder niet kwalificeert als ‘bekendgemaakte wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen (art. 18 richtlijn 2004/18).

Lees hier verder.

Rechtbank s’Gravenhage, 29 februari 2012. AVR tegen Westland

Zaak LJN BW5722. In deze zaak beoordeeld de rechter dat een besluit waarbij een alleenrecht voor onbepaalde tijd wordt verleend voor het verwerken van huishoudelijk afval, wordt gekwalificeerd als een besluit ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling. Hiertegen staat volgens art. 8:3 Awb geen bezwaar of beroep open voor derden.

Lees hier verder.

Voorzieningenrechter Den Haag, 25 augustus 2009. AVR-gemeente Westland-HVC en Gerechtshof Den Haag, 15 december 2009 en Hoge Raad, 18 november 2011

Zaak KG-ZA 09-797. In deze zaak gaat het om de verlening van een uitsluitend recht voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Het vestigen van een alleenrecht is volgens de rechter geoorloofd, omdat er sprake is van behoeften van algemeen belang die niet van commerciële of industriële aard zijn.

Lees hier verder.

HvJ EU, 3 juni 2010. Betfair

Zaak C-203/08. In deze zaak legt het Hof uit dat lidstaten de vrijheid hebben om binnen art. 56 VWEU (voorheen art. 49 EG) een alleenrecht te verlenen binnen de dienstensector van kansspelen. Dit mag op grond van dwingende redenen van algemeen belang, namelijk om de doelstellingen om consumentenbescherming te waarborgen en om criminaliteit en gokverslaving te bestrijden.

Lees hier verder.

HvJ EU, 21 januari 2010. Commissie tegen Duitsland

Zaak C-17/09. In deze zaak heeft het Hof bepaald dat een overheidsopdracht voor dienstverlening met betrekking tot de verwijdering van bio- en groenafval ten onrechte hebben aanbesteed zonder een Europese aanbestedingsprocedure te voeren. In de zaak waren de composteringsdiensten een kernbestanddeel van de gunning, terwijl dit volgens het Hof niet volgens de procedure van gunning via onderhandeling mag worden gedaan.

Lees hier verder.

HvJ EG, 10 april 2008. Termoraggi

Zaak C-323/07. In deze zaak bepaald het Hof dat zowel de levering als het beheer van verwarmingsinstallaties van bepaalde gemeentelijke gebouwen via een alleenrecht worden gegund aan gemeentelijke instellingen, buiten de vastgestelde aanbestedingsprocedures om.

Lees hier verder.

HvJ EG, 18 december 2007. Correos postdiensten

Zaak C-220/06. Het instellen van een uitsluitend recht kan enkel worden verleend wanneer dit verenigbaar is met het VWEU. In het Correos-arrest is bepaald dat er geen uitzondering bestaat op de Europese aanbestedingsplicht, wanneer dit onverenigbaar is met de doelstellingen van de Europese richtlijn voor postdiensten.

Lees hier verder.

HvJ EG, 6 november 2003. Gambelli

Zaak C-243/01. In het Gambelli-arrest oordeelt het Hof over de algemene voorwaarden die verbonden zijn aan de alleenrechtuitzondering en de dwingende redenen van algemeen belang.

Lees hier verder.

Hof Arnhem 15 februari 2000. Gemeenten Arnhem en Rheden tegen BFI Holding

Zaak KG 95/403.  In deze zaak oordeelt het Hof over de invulling van het begrip aanbestedende dienst volgens het Europees aanbestedingsrecht. Volgens het Hof voldoet een ophaaldienst van huishoudelijk afval, onder de juiste voorwaarden, aan de vereisten hiervan.

Lees hier verder.

HvJ EG, 10 november 1998. BFI Holding

Zaak C-360/96. In deze zaak geeft het Hof aan dat het voor de invulling van het begrip ‘publiekrechtelijke instelling’ niet enkel moet worden getoetst of de instelling aan een bepaalde behoefte van publiek belang voorziet. Er dient ook te worden meegenomen in hoeverre deze behoefte ook kan worden voldaan door particuliere ondernemingen.

Lees hier verder.

Rb. Arnhem, 18 mei 1995. BFI Holding BV tegen Arnhem, Rheden en ARA Holding N.V.

Zaak KT 1994/1901 en tussenarrest van het Hof van 25 juni 1996, Vindplaats BR 1996. In deze zaak gaat het om de uitlegging van het begrip alleenrecht. Volgens het Hof moet dit eng worden uitgelegd en het gebruik van de term ‘alleenrecht’ niet van doorslaggevend belang.

Lees hier verder.

HvJ EG, 8 juli 1999. Vlaamse Televisie Maatschappij

Zaak T-266/97. Beslissingen om ondernemingen uitsluitende rechten te verlenen kunnen een inbreuk op het Verdrag vormen. Indien aan de vereisten kan worden voldaan op een alternatieve manier, die minder nadelige effecten heeft op de mededinging. Zie ook noot 62 van het werkdocument van de Commissie uit november 2011 over de toepassing van het EU aanbestedingsrecht op publiek publieke samenwerking.

HvJ EG, 26 april 1994. Commissie/Italië- Lottomatica

Zaak C-272/91. Het gaat in deze zaak om de uitputtendheid van de voorwaarden bij het plaatsen van overheidsopdrachten. Het Hof bepaald dat concessievoorwaarden moeten duidelijk worden neergelegd en er mag niet van afgeweken worden. Daarnaast dient de concessiehouder daadwerkelijke verantwoordelijkheid te dragen voor taken die zij uitvoert in het kader van het publiek belang.

Lees hier verder.

HvJ EG, 23 april 1991. Höfner

Zaak C-41/90. In deze zaak gaat het om het verlenen van alleenrechten aan ondernemingen en de verenigbaarheid hiervan met het Verdrag. Lidstaten mogen geen uitsluitende rechten verlenen die tot gevolg hebben dat de concurrentie wordt beperkt of dat de betreffende onderneming ertoe wordt gebracht misbruik van haar machtspositie te maken.

Lees hier verder.

HvJ EG, 11 april 1989. Silver Line Reisebüro

Zaak C-66/86. Beslissingen om ondernemingen uitsluitende rechten te verlenen kunnen een inbreuk op het Verdrag vormen. Indien de door de dienstverlener na te leven voorschriften over openbare dienstverlening niet duidelijk zijn omschreven (r.o. 55 ev.).

Concessies
HvJ EU, 14 november 2013. Comune di Ancona tegen Regione Marche

Zaak C-388/12. Het Hof oordeelt in deze zaak dat aanbestedende diensten een concessie voor openbare diensten zonder aanbesteding mogen gunnen, mits die gunning voldoet aan het transparantiebeginsel. Lees hier verder.

HvJ EU, 10 mei 2012. Duomo Gpa e.a.

Gevoegde zaken C-357/10, C-358/10 en C-359/10. Een Italiaanse regeling op grond waarvan bij een openbare aanbestedingsprocedure alleen een concessie kan worden verleend aan een vennootschap die beschikt over een minimaal volgestort kapitaal van € 10 miljoen is in strijd met het vrij verkeer van diensten en het vrij verkeer van vestiging. Deze uitspraak is relevant voor decentrale overheden omdat zij bij het opleggen van eisen in aanbestedingsprocedures rekening moeten houden met de vrij verkeersregels. Het Hof heeft in dit arrest duidelijk de stappen uiteengezet die zij volgt bij het toetsen van eisen bij aanbestedingsprocedures aan de vrij verkeersbepalingen. Zie voor meer informatie het eurrest van november 2012.

HvJ EU, 10 november 2011. Norma-A/Dekom tegen Latgales plānošanas reģions

Zaak C-348/10. In deze zaak bepaalde het Hof dat voor het verlenen van een concessie van een openbare dienst het noodzakelijk is dat het exploitatierisico wordt overgedragen aan de concessiehouder. Lees hier verder.

HvJ EU 10 maart 2011. Stadler tegen Passau

Zaak C-274/09. In deze zaak overweegt het Hof dat het verschil tussen een concessieovereenkomst en een overheidsopdracht voor diensten ligt in de tegenprestatie voor de dienstverlening. Het economische exploitatierisico dat een ondernemer bij een concessieovereenkomst kent moet worden opgevat als het risico van blootstelling aan de grillen van de markt. Lees hier verder.

HvJ EU, 22 april 2010. Commissie tegen Spanje (autosnelweg A-6)

Zaak C-423/07. In deze zaak gaat het om de procedures bij het geven van een concessieopdracht. Volgens het Hof bestaat er in de procedurele eisen voor de aankondiging van een aanbesteding geen verschil tussen een concessieovereenkomst voor openbare werken en een overeenkomst met dezelfde kenmerken als overheidsopdracht voor de uitvoering van werken, met uitzondering van de te leveren tegenprestatie van de aanbestedende dienst. Lees hier verder.

HvJ EU, 13 april 2010. Wall AG tegen Frankfurt

Zaak C-91/08. In deze zaak heeft het Hof nadere invulling gegeven aan het begrip ‘wezenlijke wijziging’ en wanneer een opdracht opnieuw dient te worden aanbesteed. Daarbij in ogenschouw nemende de beginselen van gelijke behandeling, het verbod op discriminatie van nationaliteit en de transparantieplicht in het kader van de gunning van dienstenconcessies. Lees hier verder.

HvJ EG, 10 september 2009. WAZV Gotha tegen Eurawasser

Zaak C-206/08. In deze zaak heeft het Hof geoordeeld over de invulling van het begrip tegenprestatie bij concessieovereenkomsten. Wanneer een opdrachtnemer in het kader van een overkomst niet rechtstreeks door de aanbestedende dienst wordt vergoed, maar het recht heeft om vergoedingen van derden te innen en de opdrachtnemer neemt het exploitatierisico in zijn geheel of voor een aanzienlijk deel op zich is er sprake van een concessieovereenkomst. Lees hier verder.

HvJ EG, 17 juli 2008. ASM Brescia SpA tegen Comune di Rodengo Saiano

Zaak C-347/06. In deze zaak heeft het Hof geoordeeld dat automatische verlengingen voor concessies die eerder worden stopgezet door een aanbestedende dienst onder bepaalde omstandigheden geoorloofd zijn. De verlening dient als doel om te voorzien in een overgangsperiode, wanneer dat vanwege het rechtzekerheidsbeginsel noodzakelijk is voor de medecontractanten van de concessie. Lees hier verder.

HvJ EG, 13 september 2007. Commissie tegen Italië

Zaak C-260/04. In deze zaak heeft het Hof bepaald dat het geheel ontbreken van een aanbesteding met het oog op de toewijzing van de concessies voor het beheer van paardenweddenschappen in strijd zijn met de verdragsbeginselen. Alhoewel lidstaten vrij zijn beleidsdoelstellingen op het gebied van kansspelen te bepalen, dienen uitzonderingen van aanbestedingen wel gerechtvaardigd te worden onder een dwingende reden van algemeen belang. Lees hier verder.

HvJ EG, 13 oktober 2005. Parking Brixen

Zaak C-458/03. In deze zaak legt het Hof uit wat het toezichtcriterium inhoudt, welke leidend is voor het bepalen van een gezagsstructuur tussen concessieverlenende en concessiehoudende overheidsinstanties. Lees hier verder.

HvJ EG, 21 juli 2005. Zaak Coname

Zaak-231/03. Deze zaak gaat over het direct toewijzen van een concessie, zonder het volgen van een aanbestedingsprocedure, en de bijhorende eisen van transparantie. Lees hier verder.

HvJ EG, 7 december 2000. Telaustria

Zaak C-324/98. In deze zaak heeft het Hof bepaald dat concessieovereenkomsten niet onder de werkingssfeer van richtlijn 93/38 (oude aanbestedingsrichtlijn voor nutssectoren) vallen. Dit neemt echter niet weg dat de fundamentele regels van het VWEU bij dergelijke overeenkomsten in acht moeten worden genomen. Lees hier verder.

HvJ EG, 26 april 1994. Commissie/Italië- Lottomatica

Zaak C-272/91. Het gaat in deze zaak om de uitputtendheid van de voorwaarden bij het plaatsen van overheidsopdrachten. Het Hof bepaald dat concessievoorwaarden duidelijk moeten worden neergelegd en er niet van afgeweken mag worden. Daarnaast dient de concessiehouder daadwerkelijke verantwoordelijkheid te dragen voor taken die zij uitvoert in het kader van het publiek belang. Lees hier verder.

Dwingende spoed
Voorzieningenrechter Rechtbank ’s-Gravenhage, 2 juni 2009. Ahrend Inrichten B.V. tegen CBS

Zaak KG ZA 09-650. In deze zaak werd een beroep op dwingende spoed goedgekeurd. De levering van kantoormeubilair werd door het CBS aanbesteed. Kembo schreef zich in met eigen spullen en spullen van onderaannemer Gispen. Kembo kreeg de opdracht, maar ging failliet. CBS sloot daarop een overeenkomst met Gispen, de afspraken die gemaakt waren met Kembo konden worden voortgezet. Het CBS beriep zich op spoedeisendheid. Lees hier verder.

HvJ EU, 8 april 2008. Commissie tegen Italië

Zaak C-337/05. Italië plaatste opdrachten voor de aankoop van helikopters direct bij Augusta. De Commissie vroeg het Hof vast te stellen dat Italië hiermee het EG-recht heeft geschonden. Italië beroept zich op de uitzondering in richtlijn 93/36, met betrekking tot bijzondere technische kenmerken. Volgens het Hof volgt uit de richtlijn dat deze uitzondering slechts toegepast kan worden in limitatief opgesomde gevallen.

HvJ EU, 2 juni 2005. Commissie tegen Griekenland

Zaak C-394/02. Het Hof herhaalt in deze zaak dat er voor het bestaan van een rechtvaardiging van een beroep op dwingende spoed, voldaan moet zijn aan de cumulatieve voorwaarden. Er moet sprake zijn van een onvoorziene gebeurtenis, van dwingende spoed die onverenigbaar is met de in acht te nemen termijnen en tussen de onvoorziene gebeurtenis en de dwingende spoed moet een causaal verband zijn.

HvJ EU, 14 september 2004. Commissie tegen Italië

Zaak C-385/02. Italië plaatste opdrachten voor de voltooiing van de bouw van een waterretentiebekken volgens de procedure van gunning via onderhandelingen. Hieraan ging geen bekendmaking van uitnodiging tot inschrijving vooraf. De Commissie vroeg het Hof vast te stellen dat hiermee in strijd werd gehandeld met richtlijn 93/37, inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken.

Italië beroept zich op de uitzonderingen van technische of artistieke redenen en dwingende spoed. Volgens het Hof konden de gebeurtenissen door de aanbestedende dienst voorzien zijn en was de spoed aan de aanbestedende dienst zelf te wijten. Er was dus geen sprake van dwingende spoed.

HvJ EU, 28 maart 1996. Commissie tegen Duitsland

Zaak C-318/94. Duitsland heeft een overheidsopdracht voor het uitbaggeren van de Beneden-Eems volgens een onderhandelingsprocedure gegund, zonder voorafgaande bekendmaking van een uitnodiging tot inschrijving. Dit vanwege een vertraging die was opgelopen bij de goedkeuring van de plannen. Duitsland beriep zich op de uitzondering van dwingende spoed.

De Commissie vroeg het Hof vast te stellen dat Duitsland het EG-recht hiermee heeft geschonden. Volgens het Hof was aan één van de voorwaarden van dwingende spoed niet voldaan, de vertraging kon niet worden aangemerkt als onvoorziene omstandigheid. De betreffende onderhandelingsprocedure mocht niet worden gevolgd.

HvJ EU, 17 november 1994. Commissie tegen Spanje

Zaak C-71/92. De Commissie verzoekt het Hof om vast te stellen dat Spanje verplichtingen niet is nagekomen met betrekking tot de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken en leveringen door het handhaven van bepalingen inzake technische voorschriften, gunningcriteria en bepalingen die niet-openbare procedures toestaan.

Volgens het Hof moeten uitzonderingen in de aanbestedingsrichtlijnen restrictief worden uitgelegd. De bewijslast ligt bij de aanbestedende dienst, deze moet bewijzen dat aan alle voorwaarden van de uitzonderingsbepaling is voldaan.

HvJ EU, 2 augustus 1993. Commissie tegen Italië

Zaak C-107/92. Italië heeft geen aankondiging bekend gemaakt voor de opdracht voor de aanleg van een lawinewering. De Commissie vroeg het Hof vast te stellen dat Italië het EG-recht, m.b.t. het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, heeft geschonden. Italië beriep zich op dwingende spoed, vanwege onvoorziene omstandigheden. Lees hier meer.

HvJ EG, 18 maart 1992. Commissie tegen Spanje, Universiteit Madrid

Zaak C-24/91. Spanje heeft de uitbreiding en verbouwing van een universiteit onderhands gegund. De Commissie vroeg het Hof vast te stellen dat Spanje het EG-recht, m.b.t. het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, heeft geschonden. Volgens Spanje moesten de werkzaamheden met spoed worden uitgevoerd. Lees hier meer.

Beschikking President van het Hof, 27 september 1988. Commissie tegen Italië

Zaak C-194/88. Italië heeft de aanbesteding van werken in verband met een verbrandingsinstallatie niet bekendgemaakt. De Commissie verzocht het Hof vast te stellen dat Italië verplichtingen uit richtlijn 71/305 niet is nagekomen.

Volgens het Hof is er geen sprake van dwingende spoed. De uit te voeren werken zijn wel spoedeisen, maar dit is niet het gevolg van onvoorziene gebeurtenissen. Het was al langer bekend dat de verbrandingsinstallatie verbouwd moest worden. De richtlijn is gewoon van toepassing.

HvJ EU, 10 maart 1987. Commissie tegen Italië

Zaak 199/85. Italië deed een onderhandse aanbesteding van de bouw van een recycleerinstallatie voor stadsafval. De Commissie vroeg het Hof vast te stellen dat Italië het EG-recht, m.b.t. het plaatsen van een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken, heeft geschonden. Italië beriep zich onder andere op de uitzondering van dwingende spoed. De bouw zou buitengewoon urgent zijn.

Volgens het Hof moet deze uitzondering strikt worden uitgelegd om de doeltreffendheid van het EG-recht te verzekeren. Ook moet Italië bewijzen dat er sprake is van dwingende spoed. Hieraan heeft Italië niet voldaan.

.
Fiches

2016

Hof van Justitie, fiche datum 22 maart 2016. Unibet International

Prejudiciële hofzaak C49/16. In deze zaak moet het Hof beoordelen of een regeling voor het verdelen van concessies voor kansspelen mag onder het vrij verkeer van vestiging, artikel 56 VWEU, waarbij in theorie geen monopolie wordt veroorzaakt, maar als in de praktijk (de Staat bepaalt wanneer een aanbesteding wordt georganiseerd) blijkt dat het verkrijgen van een concessie voor aanbieders uit andere lidstaten moeilijk zo niet onmogelijk wordt gemaakt. Met name het moeten voldoen aan de in een nieuw besluit van augustus 2014 opgenomen criteria voor ‘betrouwbare kansspelaanbieder’ blijkt problematisch.

Hof van Justitie, fiche datum 29 februari 2016. Malpensa Logistica Europa

Prejudiciële hofzaak C-701/16. In deze zaak moet het Hof beoordelen of de toewijzing zonder openbare aanbesteding van een concessie voor goederenafhandeling op luchthavens voor een beschikbaarstelling voor beperkte duur (ca twaalf maanden) op een zeer beperkte ruimte om Beta (een nieuwe onderneming) in staat te stellen haar activiteiten op te starten. Volgens de ITA regelgeving (omzetting RL 96/67) is de luchthavenbeheerder niet verplicht hiervoor openbare aanbestedingen uit te schrijven, zolang de bekende beginselen (transparantie, objectiviteit, non-discriminatie) in acht genomen zijn. Staat richtlijn 2004/17 een dergelijke toewijzing in de weg?

2015

Hof van Justitie, fiche datum 29 december 2015. LitSpecMet

Prejudiciële hofzaak C-567/15. In deze zaak moet het Hof beoordelen of een onderneming die werd opgericht door een aanbestedende dienst, die actief is op het gebied van spoorwegvervoer in het algemeen en met het beheer van de openbare spoorweginfrastructuur, passagiers- en vrachtvervoer kwalificeert als aanbestedende dienst conform artikel 1 lid 9 van aanbestedingsrichtlijn voor klassieke sectoren 2004/18 of in de zin van artikel 1 van aanbestedingsrichtlijn voor nutssectoren 2004/17.

Hof van Justitie, fiche datum 3 november 2015. Aeroporto Valerio Catullo di Verona Villafranca

Prejudiciële hofzaak C-485/15. In deze zaak gaat het om een ministerieel besluit van het MinEZ en IenM in Italië voor het toewijzen van het volledige beheer van een luchthaven voor de duur van 40 jaar. Deze concessie is toegewezen zonder aanbestedingsprocedure met mededinging. De verwijzende rechter vraagt zich daarop het volgende af: ‘Staan de beginselen van non-discriminatie, gelijke behandeling, transparantie, bekendmaking, mededinging in de weg aan het ministerieel besluit?’

Hof van Justitie, fiche datum 11 september 2015. Marina del Mediterráneo ea

Prejudiciële hofzaak C-391/15. In deze zaak wordt beroep ingesteld tegen een voorbereidingsbesluit van een aanbestedende dienst, waarin een openbaar lichaam ook als onderneming wordt gekwalificeerd. Het beroep zou niet-ontvankelijk moeten worden verklaard op grond van geldende nationale wetgeving. In nationale wetgeving is vastgelegd dat een zuiver voorbereidingsbesluit dat geen rechtstreekse of indirecte beslissing over de gunning inhoudt, de voortzetting van de procedure niet belet, het voeren van verweer niet onmogelijk maakt en rechten of legitieme belangen niet onherstelbaar schaadt, is uitgesloten van beroep. De rechter vraagt zich af of art. 1 lid 1 en 2 lid 2 sub a, b van richtlijn 89/665 in het licht van de beginselen van loyale samenwerking en nuttige werking van de richtlijnen zich verzetten tegen deze nationale bepaling.

Hof van Justitie, fiche datum 27 augustus 2015. Bietergemeinschaft Technische Gebäudebetreuung und Caverion Österreich

Prejudiciële hofzaak C-355/15. In deze zaak gaat het om een uitsluiting van een aanbesteding, waarvan de vorderingen hiertegen worden afgewezen, omdat de verzoeker geen procesbelang zou hebben. De rechter vraagt zich af of art. 1 lid 3 van richtlijn 89/665 moet worden uitgelegd dat een uitgesloten inschrijver en hierdoor een niet bij de procedure betrokken inschrijver is in de zin van art. 2 bis, het recht kan worden ontzegd om beroep in te stellen tegen een besluit tot gunning en het sluiten van de overeenkomst zelfs wanneer slechts twee inschrijvers offertes hebben ingediend en ook de offerte van de geselecteerde inschrijver aan wie de opdracht is gegund volgens de niet bij de procedure betrokken inschrijver had moeten worden uitgesloten?

In geval van ontkennende beantwoording van vraag 1:
2. Moet artikel 1, lid 3, van richtlijn 89/665 aldus worden uitgelegd, dat de niet bij de procedure betrokken inschrijver alleen het recht om beroep in te stellen toekomt:
a) indien uit de stukken van de beroepsprocedure duidelijk blijkt dat bij de offerte van de geselecteerde inschrijver sprake is van onregelmatigheden?
b) indien bij de offerte van de geselecteerde inschrijver op identieke gronden sprake is van onregelmatigheden?

Hof van Justitie, fiche datum: 18 augustus 2015. Medisanus

Prejudiciële Hofzaak C-296/15. In deze zaak gaat het over de aanbesteding van de levering van bloedproducten, die alleen uit Sloveens plasma verkregen mogen zijn volgens Sloveens nationaal recht. Hierdoor kan alleen het Sloveens Instituut voor transfusiegeneeskunde een offerte indienen, omdat dat als enige gerechtigd is om bloed van Sloveense donoren te verzamelen. De verwijzende rechter vraagt zich af of richtlijn 2004/18/EG (art. 23 lid 2 en 8), richtlijn 2001/83/EG (art. 83), richtlijn 2002/98/EG (art. 4 lid 2) en art. 18 VWEU zich verzetten tegen deze nationale regeling van Slovenië.

Hof van Justitie, fiche datum 14 augustus 2015. Tecnoedi Costruzioni

Prejudiciële Hofzaak C-318/15. In deze zaak gaat het om de uitsluiting van een deelnemer aan een aanbestedingsprocedure voor werk aan een kleuterschool, omdat het zou gaan om een abnormaal lage inschrijving. De geraamde waarde van de opdracht ligt onder de drempel, maar heeft wel grensoverschrijdend belang. De rechter vraagt zich af of de automatische uitsluiting van dit soort opdrachten om die reden in de weg staat aan art. 49 en 56 VWEU, de beginselen van vrijheid van vestiging, dienstverrichting, gelijke behandeling, het discriminatieverbod en het evenredigheidsbeginsel.

Hof van Justitie, fiche datum 13 augustus 2015. Società LIS et Società Cerutti Lorenzo

Prejudiciële Hofzaak C-287/15. Deze zaak gaat over een afwijzing voor een aanbesteding, omdat er surseance van betaling onder voorbehoud is aangevraagd. Het Hof vraagt zich af of het verenigbaar is met art. 45 lid 1 a, b richtlijn 2004/18/EG dat een verzoek om surseance van betaling als aanhangige procedure wordt aangemerkt. Ook vraagt het Hof zich af of het verenigbaar is met dit artikel dat de verzoeker op basis hiervan wordt uitgesloten van de aanbesteding. Daarnaast vraagt het Hof  zich af of het verenigbaar is met art. 48 van richtlijn 2004/18/EG dat een onderneming geen beroep mag doen op een derde, als deze derde geen deelnemer is aan de aanbestedingsprocedure.

Hof van Justitie, fiche datum: 6 augustus 2015. Borta

Prejudiciële Hofzaak C-298/15. In deze zaak wordt de vraag behandeld of het overeenkomstig is met richtlijn 2004/17 dat er een voorwaarde is bij een aanbesteding die combinaties die zich inschrijven verplicht om te specificeren hoe de onderlinge verdeling van de diensten zal zijn. Dit zal bindend zijn voor de deelnemers van de combinatie, en geen verplichtingen meebrengen voor de klant.

Hof van Justitie, fiche datum: 4 augustus 2015. Hormann Reisen

Prejudiciële Hofzaak C-292/15. Deze zaak heeft betrekking op Vo. 1370/2007. Volgens de aanbesteding kunnen inschrijvers 30% van de diensten, gerekend in km., in onderaanneming geven. Is Vo. 1370/2007 van toepassing en kan de beperking van 70% procent op onderaanneming aan de hand van deze Verordening worden opgelegd?

Hof van Justitie, fiche datum: 16 juli 2015. Politano

Prejudiciële Hofzaak C-225/15. In deze zaak wordt ingegaan op de vraag of artikelen 49 en 56 van het VWEU zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling op het vlak van kansspelen op grond waarvan een aanbesteding wordt uitgeschreven waarin een uitsluiting is opgenomen voor het niet voldoen aan economische en financiële draagkracht.

Hof van Justitie, fiche datum: 2 juli 2015. Ciclat

Prejudiciele Hofzaak C-199/15. Artikel 24 richtlijn 2004/18 en artikelen 49 en 56 VWEU. Is het in strijd met het EU-recht dat er een nationale wettelijke regeling bestaat op grond waarvan voor een aanbestedingsprocedure mag worden verzocht om een getuigschrift, door de sociale zekerheidsinstanties opgesteld, en een aanbestedende dienst verplicht is om een getuigschrift aan te merken waaruit blijkt dat in het verleden een schending van de bijdragebetalingsvoorschriften is begaan waarvan de ondernemer geen weet had, en die zich op tijdstip van de gunning niet langer voordeed ?

Hof van Justitie, fiche datum: 15 juni 2015. Connexxion

Prejudiciële Hofzaak C-171/15. Deze zaak gaat over artikel 45 van richtlijn 2004/18/EG. Verzet art. 45 lid 2 van richtlijn 2004/18/EG zich ertegen dat het nationale recht een aanbestedende dienst verplicht met toepassing van het evenredigheidsbeginsel te beoordelen of uitsluiting moet volgen van een inschrijver die een ernstige beroepsfout heeft begaan?

Hof van Justitie, fiche datum: 13 mei 2015. Ambsig

Prejudiciële Hofzaak C-601/13. Deze zaak gaat over de artikelen 44 tot en met 48 en 53 van richtlijn 2004/18/EG. Bij een aanbesteding is in de voorwaarden opgenomen dat de opdracht zal worden gegund aan de economisch voordeligste inschrijver, en zijn de wegingsfactoren beschreven. Ambsig doet mee maar wint de aanbesteding niet. Zij constateert dat het gunningscriterium in strijd is met richtlijn 2004/18. De Portugese rechter vraagt het volgende aan het HvJEU: Is het verenigbaar met richtlijn 2004/18/EG dat bij een aanbesteding wordt voorzien in een factor die strekt tot de beoordeling van de teams die de inschrijvers specifiek voorstellen voor de uitvoering van de opdracht, waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling, de aangetoonde ervaring en de curricula van de leden van die teams?

Hof van Justitie, fiche datum: 5 mei 2015. M

Prejudiciële Hofzaak C-129/15. Deze zaak gaat in op artikel 1, lid 9 van richtlijn 2004/18/EG. Vormt een instelling/vennootschap een ‘publieke instelling’ om de enkele reden dat meer dan 30% van haar inkomsten uit haar activiteiten van het afgelopen jaar afkomstig zijn uit medische activiteiten die zijn vergoed door het nationale ziekenfonds en in mededinging met andere gezondheidsinstellingen zijn verricht?

Hof van Justitie, fiche datum 2 maart 2015. TNS Dimarso

Prejudiciële Hofzaak C-6/15. Deze zaak wordt het Hof gevraagd of de weging van de gunningsfactoren (artikel 53, lid 2 van richtlijn 2004/18), vereist dat de aanbestedende dienst bij de gunning van een opdracht voor het verrichten van diensten op basis van de economisch meest voordelige inschrijving, de inschrijvers in de aankondiging of het bestek informeert over de bij de beoordeling van de offertes van de inschrijvers gehanteerde beoordelingsmethodiek. Met name in relatie tot de verdragsbeginselen van transparantie en non-discriminatie.

2014

Hof van Justitie, fiche datum 26 december 2014. Star Storage ea

Prejudiciële hofzaak C- 439/14 en C-488/14 In deze zaak moet het Hof beoordelen of de bepalingen van artikel 1, leden 1, derde alinea, en 3, van richtlijn 89/665, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66 (de rechtsbeschermingsrichtlijn), aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een regeling die aan de toegang tot procedures van beroep tegen besluiten van aanbestedende diensten de voorwaarde verbindt dat verzoekende partijen tevoren een „zekerheid voor goed gedrag” stellen.

Hof van Justitie, fiche datum: 4 november 2014. Impresa Edilux et SICEF

Prejudiciële Hofzaak C-425/14. Deze zaak gaat over artikel 45 van Richtlijn 2004/18/EG. Is het in strijd met het Europese recht dat een overheidsopdracht niet gegund wordt, omdat de onderneming de verplichtingen in de nationale wet niet gerespecteerd heeft? Deze verplichtingen hebben tot doel infiltraties van georganiseerde misdaad bij de gunning te bestrijden. Daarnaast vraagt de verwijzende rechter zich af een dergelijke verplichting kan worden beschouwd als een afwijking van de exhaustieve lijst van artikel 45 van richtlijn 2004/18/EG, en of deze afwijking gerechtvaardigd kan worden door de dwingende noodzaak om georganiseerde misdaad te bestrijden?

Hof van Justitie, fiche datum: 20 oktober 2014. Wroclaw

Prejudiciële Hofzaak C-406/14. Deze zaak gaat over de uitlegging van artikel 25 en 26 van Richtlijn 2004/18/EG. Mag een opdrachtgever in bestek bepalen dat de ondernemer gehouden is minimaal 25% van de onder de opdracht vallende werken met eigen middelen uit te voeren?

Hof van Justitie, fiche datum: 14 oktober 2014. Falk Pharma

Prejudiciële Hofzaak C-410/14. Deze zaak betreft de vraag wanneer er sprake is van een overheidsopdracht in overeenstemming met artikel 1(2)(a) Richtlijn 2004/18/EG. Is er ook sprake van een overheidsopdracht wanneer aanbestedende diensten een toelatingsprocedure voeren waarbij zij de opdracht plaatsen zonder één of meer ondernemers te kiezen (het openhousemodel)? En zo ja, hoe moet het kenmerk van de keuze voor ondernemers dan uitgelegd worden?

Hof van Justitie, fiche datum: 14 oktober 2014. Esaprojekt

Prejudiciële Hofzaak C-387/14. Deze zaak gaat over het gelijkheidsbeginsel en artikel 51 van richtlijn 2004/18/EG. De verwijzende rechter stelt onder andere vragen betreffende het beginsel van gelijke behandeling en de overlevering van (aanvullende) stukken.

Hof van Justitie, fiche datum 2 september 2014. PARTNER Apelski Dariusz

Prejudiciële Hofzaak C-324/14. Deze zaak gaat over artikel 48 van Richtlijn 2004/18/EG. Het is de vraag hoe een ondernemer zich op de vakkennis van een andere entiteit kan beroepen. Moet artikel 48 lid 3 jo. Artikel 2 van Richtlijn 2004/18/EG beperkend of verruimend geïnterpreteerd worden?

Hof van Justitie, fiche datum 25 juli 2014, SC Enterprise Focused Solutions

Prejudiciële Hofzaak C-278/14. Deze zaak betreft een vraag omtrent de technische specificaties van een product en de uitlegging van artikel 23 lid 8 Richtlijn 2004/18/EG. Wanneer de aanbestedende dienst de technische specificaties omschrijft doormiddel van een verwijzing naar een bepaald merk (in deze zaak minimum Intel Core i5 3,2 GHz of gelijkwaardig), mogen dan de kenmerken van het als gelijkwaardig aangeboden product alleen getoetst worden op de technische specificaties van producten die nog worden vervaardigd, of ook aan de producten op de markt die niet meer worden vervaardigd?

Hof van Justitie, fiche datum 18 juli 2014. Suomen Palvelutaksit et Oulun Taksipalvelut

Prejudiciële Hofzaak C-269/14. Deze zaak gaat over de concessieovereenkomsten en de toepassing van Richtlijn 2004/18. Wanneer moet iets als een concessieovereenkomst geïnterpreteerd worden? Is iets een concessieovereenkomst als de overeenkomst van toepassing is op één complete regeling die een systeem van rechtstreekse vergoeding omvat waar een overheidsinstantie verantwoordelijk voor is, maar ook een systeem omvat waarvoor de instantie geen verantwoordelijkheid draagt?

Hof van Justitie, fiche datum: 1 juli 2014. Regiopost

Prejudiciële Hofzaak C-568/13. Deze zaak betreft de verenigbaarheid met het Unierecht van een Duitse regeling omtrent minimumloon. De vraag die speelt is of het verenigbaar is wanneer aanbestedende diensten opdrachten enkel mogen gunnen aan ondernemingen, en hun onderaannemers, die bij de indiening van de inschrijving zich er schriftelijk toe verbinden om de werknemers die met deze opdracht bezig gaan het minimumloon te betalen. De verwijzende rechter vraagt een uitlegging van artikel 56 (1) VWEU en artikel 3 (1) Richtlijn 96/71/EG.

Hof van Justitie, fiche datum 30 juni 2014. Ostas celtnieks

Prejudiciële Hofzaak C-234/14. Deze zaak gaat over de vraag of de eis van een samenwerkingsovereenkomst kan worden opgelegd. Hoewel de aanbestedende dienst na dient te gaan of de aannemer in staat is een opdracht uit te voeren, is het onduidelijk of het is toegestaan eisten te stellen die nodig zijn om het risico dat een opdracht niet wordt uitgevoerd, te beperken.

De verwijzende rechter vraagt het Hof uitlegging te geven over richtlijn 2004/18/EG: Verzet de Richtlijn zich tegen het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst bij het gunnen van een opdracht aan een inschrijver.

Hof van Justitie, fiche datum: 27 juni 2014. Grupo Hospitalario Quirón

Prejudiciële Hofzaak C-552/13. Deze zaak gaat over de vraag of het verenigbaar met het Unierecht is, wanneer er een voorwaarde in overheidsopdrachten inzake de vestigingsplaats van de overheidsdienst gesteld wordt.

Hof van Justitie, fiche datum: 16 juni 2014, Consorci Sanitari del Maresme

Prejudiciële Hofzaak C-203/14. In deze zaak verbiedt de Spaanse wetgever overheidsinstellingen niet om in te schrijven op aanbestedingen voor overheidsopdrachten. Echter, zij verwacht wel dat deze overheidsinstellingen over een bedrijfsclassificatie beschikken waarmee universiteiten en andere agentschappen uitdrukkelijk van de procedure worden uitgezonderd. De vraag wordt gesteld wat nu onder het begrip ‘openbare lichamen’ valt, of overheidsinstellingen marktdeelnemers zijn in de zin van richtlijn 2004/18/EG en of de richtlijn wel correct is omgezet in het Spaanse recht.

Hof van Justitie, fiche datum 27 mei 2014, MedEval

Prejudiciële Hofzaak C-166/14. In deze zaak vraagt de verwijzende rechter uitlegging van het doeltreffendheidsbeginsel en richtlijn 2007/66/EG. Verzet het Unierecht zich tegen een nationale regeling die bepaalt dat een verzoek tot vaststelling van een inbreuk op het aanbestedingsrecht binnen zes maanden na sluiting van de overeenkomst moet worden ingediend? Ook wanneer de vaststelling van een inbreuk ook een voorwaarde vormt voor het instellen van een schadeverordening naast de nietigverklaring van de overeenkomst?

Hof van Justitie, fiche datum: 31 maart 2014. Orizzonte Salute

Prejudiciële Hofzaak C-61/14. Deze zaak betreft de vraag of hoge bedragen geëist mogen worden voor de toegang tot de rechterlijke instanties die bevoegd zijn voor bestuursrechterlijke zaken op het gebied van plaatsing van overheidsopdrachten.

Hof van Justitie, fiche datum: 28 januari 2014, Ambisig

Prejudiciële Hofzaak C-601/13. Deze zaak gaat over de vraag of het verenigbaar is met richtlijn 2004/18/EG dat bij de aanbesteding van intellectuele diensten een factor wordt opgenomen die strekt tot beoordeling van de teams die de inschrijvers specifiek voorstellen voor de uitvoering van de opdracht. Hierbij wordt rekening gehouden met de samenstelling van de respectievelijke teams en de ervaring en curricula van deze leden.

2013

Hof van Justitie, fiche datum: 24 december 2013, Data Medical Service

Prejudiciële Hofzaak C-568/13. In deze zaak verlangt de Italiaanse Rechter een uitlegging van de afbakening van het communautaire begrip ‘ondernemer’. Mag een land een interne regeling hebben dat openbare lichamen van deelneming aan aanbestedingen uitsluit? Daarnaast vraagt de Italiaanse rechter zich af of een nationale regeling dat toestaat dat een rechtssubject dat op vaste basis overheidsgeld ontvangt een doorslaggevend concurrentievoordeel kan halen, zonder dat er maatregelen worden ontwikkeld om de distorsie van de mededinging te voorkomen.

Hof van Justitie, fiche datum: 9 december 2013. Bundesdruckerei

Prejudiciële Hofzaak C-549/13. Deze zaak gaat over de vraag of artikel 56 VWEU en artikel 3, lid 1, richtlijn 96/71/EG in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling of een aanbestedingsvoorwaarde van een aanbestedende dienst om een inschrijver op een aanbestedende overheidsopdracht te verplichten het personeel een bij de wet vastgesteld cao- of minimumloon te laten betalen; dit ook verplicht ten opzichte van de onderaannemer; deze onderaannemer is gevestigd in een andere EU-lidstaat.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie EUrrest december 2014.

Hof van Justitie, fiche datum: 6 december 2013. eVigilo

Prejudiciële Hofzaak C-538/13. Deze zaak gaat over het transparantiebeginsel in aanbestedingsprocedures. Hoeveel en welke informatie volstaat om te vorderen dat de beroepsinstantie het optreden van de aanbestedende dienst waarbij de transparantie en de objectiviteit van de procedures niet werden gewaarborgd, onrechtmatig te verklaren?

Hof van Justitie, fiche datum: 28 oktober 2013. Emmeci et Cotral

Prejudiciële Hofzaak C-427/13. Deze zaak gaat over artikel 56 van Richtlijn 2004/17/EG. In Italië, tijdens een niet-openbare procedure werd gebruik gemaakt van een elektronisch veilingsysteem. Tijdens de laatste vijf minuten van de veiling, kunnen deelnemers nog één keer een bod uitbrengen, maar zij kunnen hun plaats in de ranglijst en de inschrijvingen van andere marktpartijen niet inzien. Is dit in strijd met het algemene beginsel van transparantie en openbaahreid in de aanbestedingsprocedures?

Hof van Justitie, fiche datum: 18 oktober 2013. Stanley International betting et Stanleybet Malta

Prejudiciële Hofzaak C-463/13. Deze zaak gaat over het aanbesteden van concessies. Staan de verdragsbepalingen in de weg bij de aanbesteding van consessies met een kortere looptijd dan de in het verleden verleende concessies?

Hof van Justitie, fiche datum: 17 oktober 2013. Generali-Providencia Biztosító

Prejudiciële Hofzaak C-470/13. Deze zaak gaat over de uitsluiting uit een aanbestedingsprocedure voor verzekeringsdiensten wegens een wettelijke uitsluitingsgrond. Hoe moet artikel 45 van Richtlijn 2004/18/EG geïnterpreteerd worden? Mag een marktdeelnemer ook uitgesloten worden op een andere grond dan opgesomd in artikel 45 van Richtlijn 2004/18/EG? Men kan bijvoorbeeld denken aan gronden die gerechtvaardigd worden geacht om redenen van bescherming van het algemeen belang.

Hof van Justitie, fiche datum: 11 oktober 2013. Croce Arnica One Italia

Prejudiciële Hofzaak C-440/13. Deze zaak gaat over het intrekken van overheidsopdrachten op basis van de vaststelling van de strafrechtelijke aansprakelijkheid, als in artikel 45 Richtlijn 2004/18/EG. In hoeverre moet deze strafrechtelijke aansprakelijkheid geïnterpreteerd worden, en op welke gronden mag de uitoefening van de aanbestedende dienst ingetrokken worden?

Hof van Justitie, fiche datum: 1 juli 2013. Impresa Pizzarotti

Prejudiciële Hofzaak C-213/13. Deze zaak gaat over voorovereenkomsten tot huur welke mogelijk gelijk is aan een opdracht voor de uitvoering van werken, maar wel met kenmerken van een huurovereenkomst. Kan artikel 1(a) richtlijn 93/37 zo uitgelegd worden dat de voorovereenkomst gelijk is aan een opdracht voor de uitvoering van werken en dus een overheidsopdracht?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 7 juni 2013. Wagenborg Passagiersdiensten

Prejudiciële Hofzaak C-207/13. Deze zaak gaat over de toepassing van de Cabotageverordening op het openbaar persoonsvervoer over de Waddenzee tussen het Nederlandse vasteland en de Waddeneilanden Terschelling, Schiermonnikoog, Vlieland en Ameland. Staat deze Cabotageverordening in de weg aan de toepassing van Richtlijn 2006/87 en de PSO-verordening?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie EUrrest april 2014.

Hof van Justitie, fiche datum: 21 mei 2013. Idrodinamica Spurgo Velox e.a.

Prejudiciële Hofzaak C-161/13. Deze zaak gaat over de vraag of bij het plaatsen van een overheidsopdracht voldoende openheid van zaken is geweest. Moet de termijn voor de instelling van een beroep tot nietigverklaring van de beschikking tot de gunning van een opdracht opnieuw aanvangen in een situatie waarin de aanbestedende dienst, na het verstrijken van de beroepstermijn, een besluit heeft vastgesteld dat van invloed kan zijn op de rechtmatigheid van de gunningsbeschikking.

Hof van Justitie, fiche datum: 25 maart 2013. Cartiera dell’Adda

Prejudiciële Hofzaak C-042/13. Deze zaak gaat over de toepassing van artikel 45 Richtlijn 2004/18/EG. Verzoekster van een openbare aanbestedingsprocedure maakt een procedurefout waarbij zij vergeet een soort ‘verklaring van goed gedrag’ toe te voegen. Hierdoor wordt zij van deelname uitgesloten. Verzoekster heeft niet de mogelijkheid gekregen een andere verklaring op te leggen, en de Italiaanse rechter is van mening dat dit in strijd is met artikel 45 Richtlijn 2004/18/EG

Hof van Justitie, fiche datum: 5 maart 2013. Fastweb

Prejudiciële Hofzaak C-019/13. Deze zaak gaat over de interpretatie van artikel 2 quinquies, lid 4 van Richtlijn 2007/66/EG. Kan dit artikel zo geïnterpreteerd worden dat het de nationale rechter verboden kan worden om overeenkomsten die aan bepaalde voorwaarden voldoen onverbindend te verklaren?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie EUrrest november 2014.

Hof van Justitie, fiche datum: 25 februari 2013. Datenlosen Informationssysteme

Prejudiciële Hofzaak C-15/13. Deze zaak gaat over de vraag of de aanbesteding van Technische Universität Hamburg-Harburg aan de Hochschul-Informations-System – een volledig door de overheid gefinancierde instelling, als inhouse-aanbesteding gezien moet worden of als overheidsopdracht in de zin van Richtlijn 2004/18.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie EUrrest september 2014.

Hof van Justitie, fiche datum: 7 februari 2013. Nordecon en Ramboll Eesti

Prejudiciële Hofzaak C-561/12. Deze zaak gaat over de vraag of een aanbestedende dienst met inschrijvers mag onderhandelen over inschrijvingen die niet beantwoorden aan de technische specificaties van de opdracht gestelde dwingende eisen. Moet de aanbestedende dienst deze inschrijvingen links laten liggen of mogen de technische specificaties ook gewijzigd worden?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

2012

Hof van Justitie, fiche datum: 1 november 2012. Portgás

Prejudiciële Hofzaak C-425/12. Deze zaak gaat over de coördinatie van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie als in richtlijn 94/4/EG. Hoewel in Italië de Richtlijn nog niet omgezet was in nationaal recht, speelt de vraag of organisaties die belast zijn bij overheidsmaatregel met het verlenen van een dienst van openbaar belang de bepalingen van deze richtlijn tegengeworpen kunnen krijgen?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 13 september 2012. Consiglio Nazionale degli Ingegneri

Prejudiciële Hofzaak C-352/12. Deze zaak gaat over het aanbesteden van de restauratie/reconstructie van twee historische steden in Italië. De gemeenten hebben een contract afgesloten met twee universiteiten en geen openbare procedure gevolgd. Is de gemeente terecht afgeweken van de geldende regeling inzake overheidsopdrachten omdat de aanbesteding complex en eenmalig was, en omdat er wetenschappelijk onderzoek verricht moest worden?

Hof van Justitie, fiche datum : 27 september 2012. Consorzio Stabile Libor Lavori Pubblici

Prejudiciële Hofzaak C-358/12. Deze zaak gaat over de vraag of de Italiaanse regelgeving omtrent een ‘ernstige schending’ verenigbaar is met het evenredigheidsbeginsel. Indien een schending van bijdragebetalingsvoorschriften als ernstig gekwalificeerd kan worden, i.e. hoger is dan 100 EUR en groter dan 5 % van het voor een bepaald betalings- of bijdragetijdvak verschuldigd bedrag een objectieve maatstaf om een inschrijver van diensten uit te sluiten van aanbesteding?

Hof van Justitie, fiche datum: 10 september 2012. Manova

Prejudiciële Hofzaak C-336/12. Deze zaak gaat over het beginsel van gelijke behandeling in de inschrijving voor een aanbestedende dienst. De verzoekster meent dat de contracten van de bedrijven die de aanbestedende dienst ontvangen hebben nietig verklaard moeten worden, omdat deze bedrijven geen balans hadden overlegd. Dit zou gelijk zijn aan een overschrijding van de inschrijvingstermijn.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 27 september 2012. Centro Hospitalar de Setúbal en SUCH

Prejudiciële Hofzaak C-574/12. Deze zaak gaat over het aanbesteden van een opdracht zonder de inleiding van een aanbestedingsprocedure (inhouse-aanbesteding). De geselecteerde entiteit moet een vereniging van algemeen nut zonder winstoogmerk zijn. Voldoet de geselecteerde entiteit aan de voorschriften van richtlijn 2004/18 inzake inhousetransacties?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 8 december 2011. IVD

Prejudiciële Hofzaak C-526/11. Deze zaak gaat over de vraag wanneer een publiekrechtelijke instelling (art. 1(9) richtlijn 2004/18) die hoofdzakelijk door de overheid wordt gefinancierd een bijdrage mag heffen van haar leden. Is het beheer ervan dan onderworpen aan toezicht door de overheid?

De wet stelt noch het bedrag van de bijdragen, noch de omvang van de met de bijdrage te financieren prestaties vast. De tariefregeling moet bovendien worden goedgekeurd door de overheid.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 6 april 2012. Swm Costruzioni et Mannocchi Luigino

Prejudiciële Hofzaak C-094/12. Deze zaak gaat over Italiaanse regelgeving om een beroep te doen op nevenondernemingen in een aanbestedingsprocedure. RTI wordt uitgesloten van verdere deelname, omdat zij een beroep heeft gedaan op twee ondernemingen binnen dezelfde kwalificatiecategorie. Volgens Italiaanse regelgeving is slechts één nevenonderneming per categorie toegestaan.

Is de betreffende regelgeving niet in strijd met art. 47 lid 2 richtlijn 2004/18. Hierin is geregeld dat ‘hulp’ kan worden ingeroepen om te kwalificeren voor een bepaalde opdracht.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 17 april 2012. Fastweb

Prejudiciële Hofzaak C-100/12. Deze zaak gaat over de beginselen van de gelijkheid van partijen, non-discriminatie en de bescherming van de mededinging bij openbare aanbestedingen (richtlijn 2007/66/EG, voorheen richtlijn 89/665/EEG).

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

2011

Hof van Justitie, fiche datum: 25 november 2011. Vivaio dei Molini Azienda Agricola Porro Savoldi

Prejudiciële Hofzaak C-502/11. Deze zaak gaat over een toezichthouder die bepaalde dat maatschappen (als verzoekster) niet meer mogen meedingen met overheidsopdrachten. Voornaamste reden is dat de activiteiten van de maatschappen eigenlijk geen handelsactiviteiten betreft.

Volgens de verzoekster is deze maatregel ongrondwettelijk is en discriminerend. De verwijzende rechter vraagt zich af of in dit geval niet te ruimhartig gebruik is gemaakt van de discretionaire bevoegdheid die lidstaten hebben om regels te stellen, uitmondend in het opleggen van de beschreven beperking.

Hof van Justitie, fiche datum: 3 november 2011. Praxis et ABC Direct Contact

Prejudiciële Hofzaak C-465/11. Deze zaak gaat over een openbare aanbesteding voor de bezorging van postpakketten. De postdienst laat weten dat de verzoeksters het contract zullen krijgen. Twee weken later wordt dat bericht ingetrokken, omdat de dienst hen wegens onherstelbare onrechtmatigheid alsnog van de procedure uitsluit. Verzoeksters gaan tegen dat besluit in beroep. Ernstige fout bij de beroepsuitoefening.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van justitie, fiche datum: 14 juli 2011. Piepenbrock

Prejudiciële Hofzaak C-386/11. Deze zaak gaat over een overheidsopdracht in de zin van richtlijn 2004/18/EG. Tussen de verzoekster en de regio Düren zijn overeenkomsten gesloten voor schoonmaakwerkzaamheden. De schoonmaakwerkzaamheden worden voor twee jaar overgedragen aan de stad Düren. Hiervoor wordt een publiekrechtelijke overeenkomst gesloten.

De vraag is of het hier gaat om een overheidsopdracht in de zin van de Wet tegen beperkingen van de mededinging of dat het gaat om intercommunale samenwerking (die niet onder het aanbestedingsrecht valt).

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier en het EUrrest oktober 2013.

Hof van Justitie, fiche datum: 15 juli 2011. Édukövizig et Hochtief Construction

Prejudiciële Hofzaak C-218/11. Deze zaak gaat over art. 44(2) en art. 47 richtlijn 2004/18/EG inzake draagkracht en bekwaamheden. Hochtief Construction, een dochterbedrijf van Hochtief, moet haar winst jaarlijks aan de moedermaatschappij overdragen. Daardoor staat de balans altijd op nul of negatief.

Hierdoor komt zij niet door de selectie van een overheidsopdracht. Hochtief vecht die beslissing aan, stellende dat de voorwaarde discriminerend is en de nationale wet overheidsopdrachten geschonden wordt.

Hof van Justitie, fiche datum: 20 juni 2011. Econord e.a.

Prejudiciële Hofzaken C-182/11 en C-183/11. Deze zaak gaat over een inhouse aanbesteding. Econord heeft buitengewoon beroep aangetekend in Italië naar aanleiding van gesloten overeenkomsten voor gecoördineerd beheer van de stadsreinigingsdienst. De opdracht is gegund aan de gemeente Varese.

Econord vraagt nietigverklaring van de goedkeuring van deelneming van deze gemeente, omdat daarmee de vrije mededinging zou zijn geschonden. Er wordt getwijfeld of aan de voorwaarden voor rechtstreekse gunning is voldaan.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie EUrrest januari 2013.

Hof van Justitie, fiche datum: 1 juni 2011. Azienda Sanitaria Locale di Lecce

Prejudiciële Hofzaak C-159/11. Deze zaak gaat over richtlijn 2004/18/EG. De gezondheidsdienst van de Italiaanse provincie Lecce heeft een overeenkomst gesloten met de universiteit van Salento om onderzoek te doen naar de aardbevingsgevoeligheid van de ziekenhuisvoorzieningen.

Tegen dit besluit tot rechtstreekse gunning wordt beroep ingesteld. In het Italiaanse recht is bepaald dat overeenkomsten tussen overheidsinstellingen zijn toegestaan indien de dienst tot de reguliere taken van het overheidsorgaan behoort. De verwijzende rechter twijfelt of in dit geval richtlijn 2004/18 niet geschonden wordt, aangezien de universiteit een ondernemer zou kunnen zijn.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier en het EUrrest Mei 2013.

Hof van Justitie, fiche datum: 4 maart 2011. Insinööritoimisto Ins Tiimi

Prejudiciële Hofzaak C-615/10. Deze zaak gaat over defensiematerieel. Het betreft hier een inschrijving voor levering van een draaitafelinstallatie voor elektromagnetische metingen voor vier leveranciers. De vraag is of richtlijn 2004/18 van toepassing is, aangezien militair materieel van de richtlijn is uitgesloten.

Volgens de verzoekster gaat het om een technische innovatie die gebruikt wordt in de civiele industriesector. Volgens de strijdkrachten is het apparaat bedoeld voor het nabootsen van militaire scenario’s.

Hof van Justitie, fiche datum: 7 maart 2011. SAG ELV Slovensko e.a.

Prejudiciële Hofzaak C-599/10. Deze zaak gaat over het verzoek om nadere toelichting van een offerte. NDS schrijft een aanbesteding uit voor diensten op het gebied van elektronische inning van tolgelden. De verzoekster dient als consortium een offerte in, maar wordt van de aanbesteding uitgesloten. Er zou niet zijn voldaan aan de gestelde specificaties.

De vraag aan het Hof is onder andere of art. 51 en art. 2 richtlijn 2004/18/EG zo moet worden uitgelegd, dat de aanbestedende dienst bij de plaatsing van overheidsopdrachten verplicht is om nadere toelichtingen met betrekking tot een offerte te verzoeken.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

2010

Hof van Justitie, fiche datum: 1 januari 2011. Europese Commissie tegen Nederland

Prejudiciële Hofzaak C-576/10. Deze zaak gaat over het verzoek om vaststelling dat Nederland haar verplichtingen uit richtlijn 2004/18/EG niet is nagekomen voor wat betreft de gunning van een concessieovereenkomst voor openbare werken.

Volgens de Commissie is de samenwerkingsovereenkomst een concessieovereenkomst in de zin van de richtlijn. De geraamde waarde ligt boven het toepasselijke drempelbedrag. De overeenkomst had moeten worden aanbesteed.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 16 november 2010. Chambre de commerce en d’industrie de l’Indre

Prejudiciële Hofzaak C-465/10. Deze zaak gaat over de vraag of er een bepaling in het gemeenschapsrecht bestaat die verplichting om verleende steun of subsidies terug te vorderen, wanneer een in het kader van het EFRO gesubsidieerde aanbestedende dienst bij de uitvoering één of meer regels inzake het plaatsen van overheidsopdrachten heeft geschonden?

Hof van Justitie, fiche datum: 15 december 2010. Duomo Gpa e.a.

Prejudiciële Hofzaken C-357/10 – C-359/10. Deze zaak gaat over een Italiaanse gemeente die een aanbesteding uitschrijft voor een concessie voor vaststelling en inning van gemeentelijke reclamebelasting en openbare aanplakrechten.

Voor het contract te kunnen finaliseren, moet nog voldaan worden aan een financiële voorwaarde, namelijk de hoogte van verzoeksters maatschappelijk kapitaal. Volgens de verzoekster mag deze voorwaarde niet gesteld worden.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier en zie ook het EUrrest november 2012.

Hof van Justitie, fiche datum: 12 augustus 2010. Commissie tegen Nederland (koffieautomaten)

Prejudiciële Hofzaak C-368/10. Deze zaak gaat over het verzoek om vast te stellen dat Nederland in strijd heeft gehandeld met richtlijn 2004/18/EG. De aanbestedende dienst heeft bij een overheidsopdracht voor de levering en het beheer van koffieautomaten voorwaarden opgenomen die niet zijn toegestaan.

Het gaat met name om ten onrechte voorgeschreven technische specificaties, criteria voor duurzaam inkopen, maatschappelijk verantwoord ondernemen en een (EKO-)keurmerk.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier en zie ook het EUrrest augustus 2012.

Hof van Justitie, fiche datum: 3 september 2010. Norma-A et Dekom

Prejudiciële Hofzaak C-348/10. Deze zaak gaat over een concessieovereenkomst voor het verrichten van openbaarvervoersdiensten. De vraag is of art. 1(3)(b) richtlijn 2004/17/EG zo moet worden uitgelegd dat een overeenkomst voor het verrichten van openbaar busvervoer als een concessieovereenkomst moet worden beschouwd, wanneer de tegenprestatie gedeeltelijk bestaat uit het recht om de betrokken diensten te exploiteren.

De aanbestedende dienst vergoedt de dienstverrichter ook voor het verlies dat hij lijdt.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 16 juli 2010. Accor Services France

Prejudiciële Hofzaak C-269/10. Deze zaak gaat over het verzoek om vernietiging van het besluit om een opdracht voor de levering van maaltijdcheques te gunnen aan Le Chèque Déjeuner CCR. Gesteld wordt dat het opgenomen voorkeursrecht in strijd is met de doelstellingen van richtlijn 2004/18/EG.

Hof van Justitie, fiche datum: 28 april 2010. Strong Seguranca

Prejudiciële Hofzaak C-95/10. Deze zaak gaat over deelname aan een aanbesteding voor bewaking- en beveiligingsdiensten voor gemeentelijke installaties. Verzoekster doet een beroep op haar moedermaatschappij voor financiële ondersteuning. De vraag is of art. 47(2) richtlijn 2004/18/EG rechtstreeks toepasselijk is in de nationale rechtsorde in die zin dat het particulieren rechten verleent die deze tegenover de autoriteiten kunnen inroepen?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

2009

Hof van Justitie, fiche datum: 5 oktober 2009. Strabag e.a.

Prejudiciële Hofzaak C-314/09. Deze zaak gaat over de Rechtsbeschermingrichtlijn 89/665/EEG, recht op schadevergoeding bij schending communautair aanbestedingsrecht door opdrachtgever afhankelijk gesteld van vereiste van schuld, commissie van toezicht voor aanbestedingen.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 7 september 2009. Stadler

Prejudiciële Hofzaak C-274/09. Deze zaak gaat over de vraag of eerste hulpdiensten een concessieovereenkomst voor diensten zijn?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 13 augustus 2009. Terveystalo

Prejudiciële Hofzaak C-215/09. Deze zaak gaat over overheidsopdrachten, oprichting NV tussen gemeente en particuliere onderneming; afname diensten op gebied welzijn en gezondheid.

Hof van Justitie, fiche datum: 25 februari 2009. Apochetefseos

Prejudiciële Hofzaak Zaak C-570/08. Deze zaak gaat over de Rechtsbeschermingrichtlijn 89/665/EEG, vernietiging van gunning van een opdracht.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 25 februari. Spijker- de Jonge

Prejudiciële Hofzaak C-568/08. Deze zaak gaat over de gevolgen van de Nederlandse situatie dat voor rechtsbescherming in Europees rechtelijke aanbestedingsgeschillen. Zowel de bestuursrechter als de civiele rechter kunnen worden geadieerd (en daarbij tegengestelde uitspraken worden gedaan).

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

2008

Hof van Justitie, fiche datum: 15 december 2008. Helmut Müller

Prejudiciële Hofzaak C-451/08. Deze zaak gaat over voorwaarden voor het bestaan van een overheidsopdracht voor werken of concessieovereenkomst voor werken, de kwalificatie als aanbestedingsrechtelijke eenheid van de verkoop van een grondperceel en van een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 7 november 2008. Uniplex

Prejudiciële Hofzaak C-406/08. Deze zaak gaat over de toepassing van nationaal rechtelijke beroepsprocedurebepalingen bij een beroep tegen de gunning van een raamovereenkomst onder richtlijn 2004/18.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 4 november 2008. ERG

Prejudiciële Hofzaak C-378/08. Deze zaak gaat over een nationale regeling die volgens de overheid de analyse, planning en uitvoering van een sanering in een openbaar gebied rechtstreeks mag plaatsen bij particuliere marktdeelnemers, zonder een aanbestedingsprocedure te volgen.

In het Verdrag tot oprichting van de EG en in de richtlijnen 2004/18/EG, 93/97/EEG en 89/665/EEG zijn beginselen over bescherming van de mededinging opgenomen. Staan deze de betreffende regeling in de weg?

Hof van Justitie, fiche datum: 10 oktober 2008. Serrantoni

Prejudiciële Hofzaak C-376/08. Deze zaak gaat over deelname aan een aanbestedingsprocedure bij een nationaal rechtelijk verbod op deelname van consortia. De leden gelden als zelfstandige onderneming gelden.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 25 augustus 2008. CoNISma

Prejudiciële Hofzaak C-305/08. Deze zaak gaat over de deelname van een interuniversitair consortium aan een aanbestedingsprocedure. Ook de vraag of het consortium voldoet aan het profiel ‘ondernemer’.

Hof van Justitie, fiche datum: 8 juli 2008. WAZV Gotha

Prejudiciële Hofzaak C-206/08. Deze zaak gaat over aanbesteding, overheidsopdracht, energie.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 7 juli 2008. Club Hotel Loutraki

Prejudiciële Hofzaken C-145/08 en C-149/08. Deze zaak gaat over een overeenkomst met een casino. Is dit een concessieovereenkomst?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 3 juni 2008. Hochtief

Prejudiciële Hofzaak C-138/08. Deze zaak gaat over de rechtstreekse werking aanbestedingsrichtlijnen. Is richtlijn 2004/18 al van toepassing op een tijdstip dat deze nog niet is omgezet in nationaal recht?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 30 april 2008. Wall AG

Prejudiciële Hofzaak C-91/08. Deze zaak gaat over transparantieverplichtingen bij concessieovereenkomsten.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 19 februari 2008. Sea

Prejudiciële Hofzaak C-573/07. Deze zaak gaat over de onderhandse aanbesteding van een opdracht voor het verrichten van diensten van ophalen, transport en verwijdering van vast stads- en soortgelijk afval aan een aandelenvennootschap. Het kapitaal is volledig in handen van de overheid. Is dit verenigbaar met het gemeenschapsrecht?

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

Hof van Justitie, fiche datum: 30 januari 2008. Assitur

Prejudiciële Hofzaak C-538/07. Deze zaak gaat over uitsluitingsgronden in aanbestedingsrichtlijn een uitputtende lijst.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

2007

Hof van Justitie, fiche datum: 18 september 2007. Coditel

Prejudiciële Hofzaak C-324/07. Deze zaak gaat over (quasi) inbesteding bij publieke samenwerkingsverbanden.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

2006

Hof van Justitie, fiche datum: 11 oktober 2006. Rüffert

Prejudiciële Hofzaak C-346/06. Deze zaak gaat over het opnemen van een eis bij de aanbesteding van bouwwerken dat werknemers het CAO-loon uitbetaald krijgen.

Zie voor de samenvatting van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier.

 

Gebiedsontwikkeling jurisprudentie
HvJ EU, 11 juli 2013. Eindhoven en Nederland

Zaak C‑576/10. In deze uitspraak wordt bevestigd dat Nederland en de gemeente Eindhoven voor de gunning van de opdracht geen oproep tot mededinging hoefden te doen. De adviesnota waar de opdracht op is gebaseerd is al in 2002 goedgekeurd. Op dat moment was richtlijn 2004/18 nog niet vastgesteld en de richtlijn is dus niet van toepassing. Lees hier verder.

 

 

Milieucriteria jurisprudentie
Conclusie van AG Kokott HvJ, 15 december 2011. Commissie tegen Nederland

Zaak C-368/10. Het gaat in deze zaak om het stellen van bepaalde milieu- en sociale eisen in een aanbestedingsprocedure (fair trade Max Havelaar koffie). Lees hier meer.

Voorzieningenrechter Alkmaar, 18 maart 2010. Douwe Egberts Coffee Systems Nederland B.V. tegen Den Helder, Alkmaar en Max Havelaar

Zaak LJNnr. BL7898. Het gaat in deze zaak om het stellen van bepaalde duurzaamheidseisen in een aanbestedingsprocedure. In de aanbestedingsprocedure zijn handelsvoorwaarden opgenomen. Deze schrijven voor dat alleen bedrijven die het Fair Trade label of een vergelijkbaar keurmerk hebben, in aanmerking komen voor de opdracht. Lees hier meer.

HvJ EG, 3 april 2008. Rüffert

Zaak C-346/06. Bij de aanbesteding van bouwwerken mag niet altijd als voorwaarde worden gesteld dat werknemers het Cao-loon betaald krijgen. Wanneer het Cao-loon niet algemeen verbindend is verklaard, hoeven buitenlandse (onder)aannemers zich daaraan niet te houden. Een dergelijke aanbestedingseis is in strijd met de richtlijn terbeschikkingstelling van werknemers (Richtlijn 96/71/EG) en met het vrij verkeer van diensten.

HvJ EG, 4 december 2003. Wienstrom

Zaak C-448/01. In een aanbesteding tot levering van elektriciteit werd vereist dat de stroom voor 45% moest worden opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. Het Europees recht verzet zich hier in principe niet tegen. In deze zaak gaat het om het gelijkheids- en transparantiebeginsel. Lees hier meer.

HvJ EG, 17 september 2002. Concordia Bus Finland

Zaak C-513/99. Het gaat in deze zaak om het stellen van bepaalde milieucriteria in een aanbestedingsprocedure.

Milieucriterium
De stad Helsinki had de opdracht voor de exploitatie van een stadsbuslijn gegund aan de onderneming HKL-Bussiliikenne (HKL). In de aanbesteding was een milieucriterium opgenomen betreffende stikstofmonoxide en het geluidsniveau.

Hof
Het Hof oordeelt dat ecologisch voordeel mag meewegen bij een aanbestedingsprocedure, indien de milieucriteria:

– Inhoudelijk aansluiten bij het onderwerp van aanbesteding;
– Geen ongelimiteerde vrijheid van keuze in de aanbesteding opleveren;
– Uitdrukkelijk zijn genomen tijdens de inschrijvingsprocedure;
– Voldoen aan alle beginselen van gemeenschapsrecht, met name het non-discriminatie beginsel.

Voorwerp van de opdracht
Een gunningscriterium hoeft volgens het Hof dus niet noodzakelijk van zuiver economische aard te zijn. Milieucriteria kunnen als gunningscriterium worden meegewogen mits deze verband houden met het voorwerp van de opdracht.

HvJ EG, 20 september 1988. Beentjes/ Staat der Nederlanden

Zaak 31/87. In een aanbesteding was de eis opgenomen dat 70% van het totale arbeidspersoneel bij uitvoering van de opdracht ingeschreven werklozen uit Nederland betrof. Het Hof geeft aan dat dergelijke voorwaarden aan de Verdragsbeginselen moeten worden getoetst. Lees hier meer.

 

Overheidsopdrachten jurisprudentie
HvJ EU, 2 juni 2016, Dr. Falk Pharma GmbH v DAK-Gesundheit

Zaak C-410/14. Een Duits ziekenfonds maakte gebruik van een constructie om tot kortingsafspraken met farmaceuten te komen, voor het leveren van medicijnen. In deze zaak boog het HvJ EU over de vraag of dit een overheidsopdracht in de zin van de aanbestedingsrichtlijnen betrof en of in dat geval deze richtlijnen van toepassing waren. Het Hof bepaalt dat de richtlijnen niet zien op een systeem van afspraken, waarbij aanbestedende diensten tijdens de gehele looptijd van dat systeem overeenkomsten sluiten met iedere ondernemer die zich ertoe verbindt om de betrokken goederen te leveren tegen vooraf vastgestelde voorwaarden. Hierbij wordt geen selectie onder de belangstellende ondernemers gemaakt en is het voor hun toegestaan tot dat systeem toe te treden tijdens de gehele looptijd ervan (ro. 42). Lees hier verder.

HvJ EU, 11 december 2014. Azienda Opedaliero-Universitaria tegen Data Medical Services (DMS)

Zaak C-568/13. In deze zaak heeft het Hof bepaald dat openbare lichamen mogen meedingen naar opdrachten uit aanbestedingen. Een inschrijver kan niet worden uitgesloten van een aanbestedingsprocedure omdat hij door ontvangen subsidies in staat is een scherpere aanbieding te doen dan zijn concurrenten. Lees hier verder.

HvJ EU, 6 november 2014. Azienda sanitaria locale nr.5 – Comitato regionale Liguria/San Lorenzo

Zaak C-113/13. In deze zaak bepaalt het Hof dat sociale doelstellingen een rechtvaardiging kunnen zijn voor het verstrekken van een opdracht tot het verrichten van medisch vervoer zonder het volgen van een aanbestedingsprocedure. Hiermee erkent het Hof dat de organisatie van sociale zekerheid kan leiden tot een gerechtvaardigde uitzondering op de aanbestedingsregels (voor IIB diensten). Lees hier verder.

C/19/91890/ HA ZA 12-85, 3 april 2013. Zaak Voril BV tegen gemeente Assen

Zaak C/19/91890/ HA ZA 12-85. In deze uitspraak is aan de orde of een aanbestedende dienst aanbestedingplichtig is bij het sluiten van een contract voor de inzameling en verwerking van papier. De rechtbank stelt dat oud papier niet als afvalstof wordt gekwalificeerd en een gemeente daarom niet op grond van regelgeving verplicht is om oud papier te verwerken. Om deze reden is een gemeente aanbestedingsplichtig. Lees hier verder.

HvJ EU, 29 oktober 2009. Europese Commissie vs Duitsland

Zaak C-536/07. In deze zaak heeft het Hof bepaald dat een overeenkomst tussen een aanbestedende dienst en een private onderneming over de huur van een door de onderneming voor de publieke instelling te bouwen vastgoed moet worden aanbesteed. Dat de aanbestedende dienst de werken niet koopt maar huurt doet hier niet aan af. Dat de aanbestedende dienst de hallen onderverhuurt aan een derde private partij maakt ook geen verschil voor de aanbestedingsplicht. Lees hier verder.

GvEA HvJEG, 4 maart 2003, FENIN

Zaak T-319/99. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of een aankoopactiviteit een economische activiteit behelst of dat deze classificatie afhankelijk is van het betreffende gebruik van de goederen of diensten die worden ingekocht. Het Hof bepaalde dat de classificatie inderdaad afhankelijk is van het gebruik waardoor de publieke instelling bij de aankopen niet onder de Europese mededingingsregels valt. Lees hier verder.

Past performance
HvJ EU Forposta en ABC Direct Contact. 13 december 2012

Zaak C-465/11. Het gaat in deze zaak om de uitlegging van het begrip ‘fout bij de beroepsuitoefening’ art. 45 lid 2 sub d van richtlijn 2004/18/EG. Dit artikel bevat een aantal gronden waarop een ondernemer van een opdracht kan worden uitgesloten. Het Hof stelt in deze zaak dat onder bepaalde voorwaarden inschrijvers bij een aanbesteding op basis van ‘past performance’ uitgesloten mogen worden. Lees hier verder.

Percelen jurisprudentie
HvJ EU, 29 mei 2013. Commissie tegen Spanje

Zaak T-384/10. In deze zaak gaat het om de toepassing van financiële correcties op aan Spanje toegekende Europese subsidies in verband met schending van aanbestedingsregels. Het Gerecht vat de aanbestedingsrechtelijke leerstukken van ongeoorloofde splitsing van werken en opdrachten met grensoverschrijdend belang samen en past deze toe. Hier lees hier meer over de zaak.

 

 

 

 

 

 

 

Nederlandse standpunten

Inbesteden

Position paper, VNG, IPO en UvW over de voorstellen voor een nieuwe aanbestedingsrichtlijn

Nieuws

Jeugdzorg
Kamerbrief over dialoogmogelijkheden aanbesteden in de jeugdzorg

Minister Blok (Wonen en Rijksdienst) heeft de Kamer ingelicht over aanbestedingen in de jeugdzorg en over mogelijkheden om inspectietoezicht in de jeugdzorg integraal vorm te geven. Aanleiding voor de kamerbrief was de eerder geuite zorg over dialoogmogelijkheden bij jeugdzorgaanbestedingen na de wijziging van de Aanbestedingswet 1 juli 2016.

Lees het volledige bericht

Conceptual image of law enforcement, justice and sentencing with a closeup view of a wooden judges gavel lying on a law book
1 juli 2016: Nieuwe aanbestedingswet treedt in werking

De herziene Aanbestedingswet is vanaf 1 juli 2016 van kracht. Deze gewijzigde wet blijft de Aanbestedingswet 2012 heten. Het aanbestedingsdossier op de website van Europa decentraal zal vanaf deze datum worden aangepast aan de nieuwe regelgeving. Deze wijzigingen zijn nodig naar aanleiding van de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen die met de nieuwe Aanbestedingswet 2012 nu ook in de Nederlandse rechtsorde geïmplementeerd zijn.

Lees het volledige bericht

Aanbestedingswet3
Nieuwe Aanbestedingswet aangenomen door Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft op 21 juni 2016 het voorstel voor de gewijzigde Aanbestedingswet aangenomen. De nieuwe wet zal Aanbestedingswet 2012 gaan heten. Minister Kamp van Economische Zaken heeft eerder aangegeven te streven naar inwerkingtreding van de gewijzigde Aanbestedingswet per 1 juli 2016. Dit zal nu afhangen van de herziening van het Aanbestedingsbesluit, dat samen met de wet inwerking zal treden.

Lees het volledige bericht

pexels-photo
Slechts vijf lidstaten halen implementatiedeadline aanbestedingsrichtlijnen

De nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen moesten voor 18 april 2016 geïmplementeerd zijn in de nationale wetgeving van de lidstaten van de Europese Unie. Slechts vijf lidstaten – te weten: Denemarken, Hongarije, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Bulgarije – hebben de Europese Commissie laten weten dat zij de Europese richtlijnen hebben geïmplementeerd. De overige 23 lidstaten hebben de implementatiedeadline niet gehaald.

Lees het volledige bericht

rechtstreekse werking
Rechtstreekse werking aanbestedingsrichtlijnen?

De deadline van 18 april 2016 voor de implementatie van de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen en de nieuwe concessierichtlijn gaat niet gehaald worden. Hierdoor leven er veel vragen over de mogelijke rechtstreekse werking van deze richtlijnbepalingen. De komende tijd zullen er meerdere initiatieven worden ontplooid om ook decentrale overheden meer duidelijkheid te kunnen verschaffen over welke bepalingen uit de nieuwe Europese richtlijnen wel en mogelijk niet direct per 18 april al toegepast dienen te worden.

Lees het volledige bericht

bijeenkomst1
Terugblik voorlichting Europa decentraal en PIANOo over Gewijzigde Aanbestedingswet

Op 18 april 2016 moet de huidige Aanbestedingswet 2012 zijn gewijzigd, ter implementatie van de Europese aanbestedingsrichtlijnen die in 2014 zijn vastgesteld. Omdat deze datum nadert, organiseerden Europa decentraal en PIANOo in januari en februari bijeenkomsten om decentrale overheden voor te lichten over de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe Aanbestedingswet 2012.
Lees het volledige bericht

Praktijk

Breedband en aanbesteden

Decentrale overheden kunnen veel van elkaar leren op het gebied van aanbestedingsvraagstukken die in breedbandprojecten kunnen spelen. In de handreikingen breedband en in het onderstaande treft u een aantal praktijkvoorbeelden van breedbandzaken in Nederland.

Om aan te kunnen geven hoe de Europese Commissie over staatssteun oordeelt in breedbandzaken, is het noodzakelijk haar beschikkingen over dit onderwerp te bestuderen. Zie verder het dossier breedband en staatssteun.

Praktijkvoorbeelden breedband in Nederland

Breedband Eindhoven (Eindhoven)
Community Network (Groningen)
ICT Center (Leeuwarden)
Wireless Leiden (Leiden)
Ons Net Nuenen (Nuenen)
Pilot Nesselande en BBnet
Breedband Tilburg (Tilburg)
Breedband Zwolle (Zwolle)

Inbreukprocedures praktijk
2009, Noord-Holland:

De Europese Commissie grijpt in bij koffiecontract van de provincie Noord-Holland. De Commissie stelt dat de openbare aanbestedingsprocedure die de provincie Noord-Holland heeft uitgeschreven voor de levering en het beheer van koffieautomaten niet voldoet aan de regels inzake overheidsopdrachten die voortvloeien uit Richtlijn 2004/18/EG.

Inbreuk provincie

Noord-Holland heeft naar de mening van de Commissie inbreuk gepleegd op de bepalingen betreffende de technische specificaties en de selectie- en gunningscriteria uit deze richtlijn. Met name het stellen van eisen aangaande keurmerken betreffende duurzame inkoop staat in deze zaak onder de aandacht (biologische of fairtradeproducten). In mei 2010 bericht de Commissie dat zij Nederland voor het HvJ EU daagt.

Conclusie

Op 15 december 2011 is de conclusie van Advocaat Generaal Kokott verschenen (zie zaak C-368/10 onder jurisprudentie Milieucriteria).

2009, Eindhoven:

De Commissie spreekt gemeente Eindhoven aan op een gebiedsontwikkelingsproject. Het gaat om de gunning van een concessieovereenkomst voor openbare werken betreffende de bouw van een gemeenschapscentrum dat bekend is als het “Doornakkers Centrum”. De Commissie is van mening dat dit contract is gegund zonder openbare aanbestedingsprocedure, die door de EU-regels inzake overheidsopdrachten is voorgeschreven.

Concessieovereenkomst voor werken

Volgens de Commissie is het contract een concessieovereenkomst voor openbare werken betreft en daarom op grond van Richtlijn 2004/18/EG inzake openbare aanbestedingen had moeten worden gegund na de publicatie van een aankondiging in het Officiële Publicatieblad van de EU en het voltooien van een aanbestedingsprocedure. De Commissie merkt op dat de concessieovereenkomst niet alleen de verkoop van grond als voorwerp heeft en dat het werk aan de door de gemeente bepaalde voorwaarden voldoet.

Realisatie gebouwen en parkeerplaatsen

De overeenkomst verbindt de ontwikkelaar er onder meer toe een bepaald aantal gebouwen van een bepaalde omvang en een bepaald aantal parkeerplaatsen te realiseren. De vraag of de betrokkenheid van de gemeente bij het project op het publiek recht is gebaseerd, heeft volgens de Commissie voor de EU-regels inzake openbare aanbestedingen geen belang.

Hoewel de ontwikkelaar het vastgoed op eigen risico en voor eigen rekening bouwt en van de gemeente geen betaling ontvangt, is de Commissie van oordeel dat de gemeente Eindhoven de ontwikkelaar een exploitatierecht heeft verleend in de betekenis van Richtlijn 2004/18/EG. De ontwikkelaar krijgt namelijk een op maat gesneden bouwvergunning die hem het recht geeft de in de samenwerkingsovereenkomst bepaalde werken te realiseren en te exploiteren.

In juni 2010 bericht de Commissie dat zij Nederland voor het HvJ EU daagt in deze zaak. Op 11 april 2013 is de conclusie van Advocaat Generaal Wathelet verschenen (zaak C-576/10). De uitspraak van het Hof van Justitie EU is gedaan op 11 juli 2013. De Commissie wordt door het Hof in het ongelijk gesteld.

2010, Ede:

De Commissie vraagt Nederland de EU regelgeving na te leven bij vastgoedproject in Ede. De gemeente Ede heeft verschillende contracten voor het project “Het Nieuwe Landgoed” aan één ontwikkelaar gegund zonder een Europese aanbesteding uit te schrijven. De ontwikkelaar kreeg de opdracht een centrum met commerciële en sociale functies te bouwen. Dit omvat onder meer een sporthal, 1 168 parkeerplaatsen en 648 woningen, waaronder 60 sociale woningen. De totale waarde van de contracten bedroeg ongeveer € 140 miljoen.

Overheidsopdrachten voor werken

De Commissie is van oordeel dat hier sprake is van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken en van een concessieovereenkomst voor openbare werken en dat aan de gunning van deze contracten een aankondiging in het Publicatieblad van de EU en een aanbestedingsprocedure hadden moeten voorafgaan. Volgens de Commissie heeft Nederland door het niet volgen van een dergelijke aanbestedingsprocedure niet voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de EU-regels inzake openbare aanbestedingen.

Het hoofddoel was van de contracten niet de verkoop van grond, maar wel de uitvoering van werken, wat onder de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten valt. Aangezien de ontwikkelaar bepaalde zones diende te ontwikkelen, besliste de gemeente welke gebouwen moesten worden opgetrokken.

Initiatief door gemeente

Bovendien heeft de gemeente Ede het initiatief voor de realisatie van het project genomen en ging de invloed van de gemeente op het project veel verder dan de loutere uitoefening van haar stedenbouwkundige bevoegdheden. Hoewel de ontwikkelaar het project op eigen risico en voor eigen rekening moet realiseren en van de gemeente geen rechtstreekse betaling ontvangt, is de Commissie van oordeel dat de gemeente Ede de ontwikkelaar een exploitatierecht heeft verleend in de zin van de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten, aangezien de ontwikkelaar een op maat gesneden bouwvergunning krijgt die hem het recht geeft de in het contract bepaalde werken te realiseren en te exploiteren.

Bepaalde delen van het project – de sporthal en een aantal parkeerplaatsen – worden rechtstreeks gefinancierd door de gemeente. Volgens de Commissie levert de opdracht de gemeente Ede bovendien een duidelijk en rechtstreeks economisch voordeel op in de zin van de rechtspraak van het Hof van Justitie in een vergelijkbare zaak (Helmut Muller).

Beëindiging inbreukprocedure

Op 19 mei 2011 laat de Europese Commissie weten dat de ingebrekestellingsprocedure wordt beëindigd. Naar aanleiding van het met redenen omkleed advies van de Commissie (IP/10/1233) hebben de Nederlandse autoriteiten besloten de contracten met betrekking tot de bouw van de sporthal en de aanleg van de parkeerplaatsen te annuleren. Ook de verplichtingen inzake de bouw van de woningen en het centrum met commerciële en sociale functies zijn uit het contract verwijderd.

Herziene contract

Het herziene contract heeft daardoor nu nog alleen betrekking op de verkoop van grond en niet op werken. In het licht van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Helmut Müller (zaak C-451/08) moet het contract dan ook niet meer als een concessieovereenkomst voor openbare werken worden beschouwd. Een soortgelijke inbreukprocedure in verband met een grondontwikkelingsproject in de Nederlandse gemeente Eindhoven is momenteel in behandeling door het HvJ EU (IP/10/679).

Verklaring BZK

Op 31 mei 2011 brengt het ministerie van BZK een verklaring uit in reactie op het persbericht van de Commissie van 19 mei 2011. Nederland heeft als standpunt dat de realisatieovereenkomst met betrekking tot Het Nieuwe Landgoed geen overheidsopdracht tot de uitvoering van een werk en ook geen concessieovereenkomst voor openbare werken is, zoals door de Europese Commissie betoogd.

2010, Nederland:

De Commissie vraagt Nederland de EU-regelgeving na te leven bij openbare aanbestedingen van brandverzekeringen. In Nederland bestaat er een algemene administratieve praktijk om openbare brandverzekeringscontracten te gunnen via onderhandelingen na bekendmaking van een aankondiging van een opdracht. Hoewel een dergelijke procedure in principe open staat voor alle belangstellenden, zorgt het feit dat er wordt onderhandeld tussen de overheid en individuele kandidaten voor aanzienlijk meer risico’s wat de gelijke behandeling van de kandidaten betreft dan een openbare of niet-openbare aanbestedingsprocedure, de standaardprocedures waarin het EU-recht voorziet. Bovendien is een gunning via onderhandelingen veel minder transparant.

EU-regels inzake overheidsopdrachten

Op grond van de EU-regels inzake overheidsopdrachten mogen overheden slechts in uitzonderlijke gevallen een contract via onderhandelingen gunnen. Het algemene gebruik van deze procedure voor brandverzekeringen strookt volgens de Commissie niet met deze regels.

Bovendien merkt de Commissie op dat de Nederlandse autoriteiten niet alle verplichte informatie, zoals de naam van de onderneming waaraan het contract is gegund en de totale waarde van het contract, bekend maken in de gunningsberichten in het Publicatieblad van de EU. De Commissie is van oordeel dat de openbare aanbesteding hierdoor minder transparant verloopt.

Beëindiging inbreukprocedure

Op 19 mei 2011 laat de Europese Commissie weten dat de ingebrekestellingsprocedure wordt beëindigd. Naar aanleiding van het met redenen omkleed advies van de Commissie (zie IP/10/1233) hebben de Nederlandse autoriteiten publiekelijk verklaard dat zij deze algemene administratieve praktijk in strijd met de EU-aanbestedingsregels achten.

De Nederlandse aanbestedende diensten dienen voortaan de correcte procedures te volgen en alle dienstige informatie te vermelden in de gunningsberichten die in het Publicatieblad van de EU worden bekendgemaakt.

2011, Nederland:

De Commissie heeft Nederland verzocht de EU-regelgeving inzake overheidsopdrachten na te leven bij de gunning van overheidsopdrachten voor de verwerking en het vervoer van oud papier. Dat zou ervoor zorgen dat alle bedrijven in de EU die oud papier verwerken en vervoeren, de kans krijgen het contract binnen te halen en dat de Nederlandse belastingbetaler meer waar voor zijn geld kan krijgen. 

Niet nagekomen verplichtingen

De Commissie is van oordeel dat Nederland zijn verplichtingen niet is nagekomen door de twee betrokken aanbestedende diensten (Coöperatieve Vereniging VAOP u.a., en Vaop Oud Papier B.V.) toe te staan overheidsopdrachten ter waarde van € 15 miljoen per jaar rechtstreeks aan bepaalde ondernemingen te gunnen, zonder een open en concurrerende pan‑EU openbare aanbestedingsprocedure te volgen.

Het verzoek van de Commissie aan Nederland neemt de vorm aan van een “met redenen omkleed advies”; dat is de tweede fase van de inbreukprocedure. Indien Nederland de Commissie uiterlijk over twee maanden niet in kennis heeft gesteld van maatregelen die waarborgen dat de EU‑regelgeving wordt nageleefd, kan de Commissie deze zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie.

Maatschappelijk aanbesteden praktijk
Maatschappelijk aanbesteden in Eindhoven

In WijEindhoven selecteert de wijkbewoner zelf de welzijnsorganisatie. In 2014 heeft WIJeindhoven op allerlei manieren steeds meer samengewerkt met bewoners. De rol van de bewoner in de werving- en selectiegesprekken voor nieuwe WIJmedewerkers kwam aan de orde en er waren verschillende sessies met bewoners om te komen tot een organisatievisie voor de nieuwe WIJorganisatie in wording. Daarnaast heeft een grote groep bewoners meegedacht over de ontwikkeling van een instrument om de tevredenheid van bewoners in beeld te brengen en te meten. Bovendien wordt momenteel met diverse bewoners onderzocht hoe WIJeindhoven een klankbordgroep met bewoners kan opzetten.

Maatschappelijk aanbesteden in Arnhem

Resto VanHarte serveerde vorig jaar ruim 120.000 maaltijden op meer dan 34 locaties in aandachtswijken in heel Nederland. Van het imago ‘gezellig eten en dijenkletsen’ naar de maaltijd als bindmiddel voor een compleet programma gericht op het terugdringen van eenzaamheid en sociaal isolement. Samen met onder andere de gemeente Arnhem maakte Resto VanHarte een verdiepingsslag.

Milieucriteria
Gemeente Nijmegen: Duurzame catering en een schoon wagenpark

Nijmegen heeft een aantal budgethouders aangewezen, die zelfstandig inkopen en goed op de hoogte zijn van nieuwe eisen van productgroepen. Hiermee wilde Nijmegen de doelstelling halen om in 2010 volledig duurzaam in te kopen. De catering is voor een deel biologisch en minder milieubelastend. Binnenkort volgt de vervanging van het wagenpark en moeten stadsbussen op aardgas gaan rijden.

Gemeente Utrecht: Elektrische bierboot

Sinds 2010 worden onder andere horecagelegenheden bevoorraadt met de bierboot. Er rijden minder vervuilende vrachtwagens in de stad en de boot is voorzien van een elektromotor met oplaadbare accu’s. Na een hele dag varen, laden en lossen worden de accu’s met groene stroom opgeladen.

Waterschap Rivierenland: Duurzame mindset medewerkers

Pas als duurzaamheid geïntegreerd is in het beleid, geeft iedere ambtenaar en bestuurder er de verdiende aandacht aan. Waterschap Rivierenland heeft daarom een duurzaamheidbeleid aanvaard. Maximale betrokkenheid wordt gestimuleerd door duurzaamheid middels een puntensysteem persoonlijk voordeel op te laten leveren. Zo kunnen medewerkers punten verdienen door op de fiets naar het werk te komen. In praktijk leidt dit systeem tot bruikbare ideeën voor duurzaamheid en duurzaam inkopen.

Meerdere gemeenten: Samen nog duurzamer

In de omgeving van Amersfoort hebben een aantal samenwerkende gemeenten een multifunctionele brandweerauto aangeschaft. Deze voldoet aan de duurzame eisen van alle gebruikers, door innovatieve oplossingen in te zetten. Het is verstandig om ambitieuzere criteria met meerdere aanbestedende diensten af te stemmen. Voor ondernemers is het hinderlijk om iedere aanbesteding met andere eisen en bewijsmiddelen te worden geconfronteerd.

Praktijkvragen

three blurred figures in medical uniforms walking away in hospital corridor
Wat is de aanbestedingsprocedure voor sociale en andere specifieke diensten?
Onze gemeente wil een opdracht voor sociale en andere specifieke diensten aanbesteden. De opdracht heeft een waarde van meer dan € 750.000,- en is dus boven de Europese drempelwaarde voor sociale en andere specifieke diensten. Welke aanbestedingsprocedure moet onze gemeente onder de nieuwe Europese Aanbestedingsrichtlijnen toepassen? En welke regels zijn van toepassing, wanneer de opdracht onder de drempel op de markt gezet wordt?

Bekijk het antwoord

Elektriciteit
Mogen waterschappen grondstoffen rechtstreeks inkopen?
Ons waterschap koopt de levering van energie, gas en elektriciteit, in via de Endex, een grondstoffenmarkt. Kan een waterschap dit rechtstreeks op de grondstoffenmarkt voor energie inkopen, zonder een verplichte aanbestedingsprocedure te volgen?

Bekijk het antwoord

Syrian people in refugee camp in Suruc. These people are refugees from Kobane and escaped because of Islamic state attack. 3.4.2015, Suruc, Turkey
Moet onze gemeente de Europese interne marktregels toepassen bij initiatieven voor de integratie van asielzoekers en vluchtelingen?
Onze gemeente vangt vluchtelingen op en werkt hard aan beleid op het gebied van de opvang en integratie van vluchtelingen. Zijn er Europese initiatieven die ons op weg kunnen helpen? En moeten wij rekening houden met Europese regels over aanbesteden en staatssteun bij de uitvoering van ons beleid?

Bekijk het antwoord

Is mijn gemeente al verplicht om elektronisch te factureren?
In 2013 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor richtlijn 2014/55/EU omtrent e-factureren voor overheidsopdrachten. Is mijn gemeente al verplicht om elektronisch te factureren? Ik ben benieuwd wat de huidige stand van zaken omtrent deze richtlijn is, en wat voor verplichtingen deze richtlijn voor mijn gemeente gaat inhouden. Aan wat voor eisen en voorwaarden moet een e-Factuur bijvoorbeeld voldoen?

Bekijk het antwoord

Moet mijn waterschap ook uitkijken voor aanbestedingsvalkuilen bij het besteden van een Europese subsidie?
Mijn waterschap heeft een Europese subsidie binnengekregen voor de verdere uitvoering van een project. Nu las ik net op jullie website over het project Europese subsidies Europaproof en het feit dat bij het spenderen van Europese subsidiegelden altijd rekening moet worden gehouden met onder meer de Europese aanbestedingsregels. Moet mijn waterschap ook uitkijken voor aanbestedingsvalkuilen bij het besteden van de Europese subsidie, en kunt U misschien ook wat meer toelichten in hoeverre precies?

Bekijk het antwoord

Moet onze gemeente diensten rondom de opvang van vluchtelingen aanbesteden?
Als gevolg van de huidige asielcrisis in Europa en in Nederland worden momenteel onder de EU-lidstaten een groot aantal vluchtelingen verdeeld. Gemeenten in Nederland hebben ook een verantwoordelijkheid voor de opvang van vluchtelingen. Onze gemeente wil graag meer opvang voor vluchtelingen aanbieden. Moet onze gemeente diensten die zij inkoopt voor de opvang van vluchtelingen Europees aanbesteden?

Bekijk het antwoord

Kan een waterschap voor de uitvoering van een project al gebruik maken van de procedure voor het innovatiepartnerschap?
Via onze aanbestedingen proberen wij als waterschap om onderzoek en innovatie bij de uitvoering of de totstandkoming van (het eindproduct of dienst van) de opdracht te bevorderen. Ook nu weer in een Horizon2020-programma waarin overheidsopdrachten voor ‘innovatieve oplossingen’ worden gedefinieerd. Wij weten dat de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijn 2014/24 in dit verband ook een nieuwe aanbestedingsprocedure – het innovatiepartnerschap- introduceert. Kunnen wij deze procedure nu al gebruiken om de met het project te bewerkstelligen innovatie te bereiken?

Bekijk het antwoord

Wat is er veranderd voor opdrachten voor de inhuur van personeel onder de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen?
Onze gemeente huurt op dit moment personeel in, bijvoorbeeld voor adviesdiensten. Het gaat in dit geval om een opdracht voor dienstverlening die kwalificeert als IIB-dienst en waarop dus het huidige verlichte IIB-regime van toepassing is. Zal dit onder het regime van de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen nog steeds mogelijk zijn?

Bekijk het antwoord

Publicaties

Aanbestedingsrichtlijnen

Publicatie Veelgestelde vragen Aanbesteden
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 1 (Aanbestedingsrecht algemeen)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 2 (Opdrachten die (gedeeltelijk) buiten de EU Aanbestedingsrichtlijnen vallen)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 3 (Alleenrecht, bijzonder recht en uitsluitend recht)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 4 (Inbesteden en quasi-inbesteden)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 5 (Contractsduur en waardebepaling van een opdracht)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 6 (Raamovereenkomsten)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 7 (Geschiktheidseisen, uitsluitingsgronden, selectiecriteria en gunningscriteria)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 8 (Rechtsbescherming)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 9 (Subsidie of opdracht?)
Veelgestelde vragen Aanbesteden, hoofdstuk 10 (Duurzaam aanbesteden; sociale- en milieucriteria)

Nieuwe aanbestedingsrichtlijnen 2012/2014
Voorstel klassieke aanbestedingsrichtlijn 2011/896 (ter vervanging van richtlijn 2004/18), december 2011
Voorstel speciale sectoren aanbestedingsrichtlijn 2011 895 (ter vervanging van richtlijn 2004/17), december 2011
Feuilleton voorstellen van Europa decentraal over de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen (begin 2012)
Compromistekst van juli 2013 over het voorstel voor een Directive on public procurement (Classical Directive)
Compromistekst van juli 2013 over het voorstel Directive on procurement by entities operating in the waterenergy, transport and postal service sectors
Compromistekst van juli 2013 over het voorstel voor een Directive on the award of concession contracts (‘Concessions’ Directive)
Zie deze pagina voor de vastgestelde, definitieve teksten van de richtlijnvoorstellen
17 factsheets Europese Commissie, over de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen
Notitie nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen
, Europa decentraal (juli 2014)
Notitie nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen, Europa decentraal (januari 2016)
Notitie nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen, implementatie in Aanbestedingswet, Europa decentraal (juni 2016)
FAQ Voorlichtingsbijeenkomsten herziening Aanbestedingswet 2012, Publicatie Europa decentraal

Single market act
Single Market Act I
Single Market Act II

Definitie van bijzondere of speciale rechten
Explanatory note nutssectorenrichtlijn (93/38 EG en 2004/17/EG)

Concurrentiegerichte dialoog
Explanatory note klassieke richtlijnen (werken, leveringen en diensten en 2004/18/EG)

Diensten van algemeen belang
Groenboek, diensten van algemeen belang
FAQ, over de toepassing van aanbestedingsregels op SDAB
Gids, voor toepassing van EU-regels voor staatssteun, overheidsopdrachten en de een gemaakte markt op DAEB, met name SDAB

Elektronisch aanbesteden
Groenboek, over de bevordering van e-aanbesteden in de EU

Modernisering van de aanbestedingsrichtlijnen
Groenboek, over modernisering van de Europese markt voor overheidsopdrachten

PPS en Concessies
Groenboek, over PPS en concessieovereenkomsten
Interpretatieve mededeling, over concessieovereenkomsten in het Communautaire recht
Mededeling, over PPS en concessieovereenkomsten
Interpretatieve Mededeling, over geïnstitutionaliseerde PPS

Publiek publieke samenwerking
Werkdocument, over toepassing van aanbestedingsrecht op publiek publieke samenwerking

Raamovereenkomsten
Explanatory note raamovereenkomsten (richtlijn 2004/18/EG)

Sociale- en milieucriteria
Interpretatieve mededeling, over de mogelijkheden om sociale criteria in overheidsopdrachten te integreren
Interpretatieve mededeling, over de mogelijkheden om milieucriteria in overheidsopdrachten te integreren
Handboek Groen Kopen, over milieuvriendelijke overheidsopdrachten en een Engelstalige update
Handboek Sociaal Kopen, om sociale overwegingen mee te nemen in aanbesteding

Transparantie
Interpretatieve mededeling, over het plaatsen van opdrachten die niet/gedeeltelijk onder de richtlijnen inzake overheidsopdrachten vallen

Handleidingen voormalige aanbestedingsrichtlijnen
Handleiding bij voormalige richtlijn Diensten (92/50/EEG)
Handleiding bij voormalige richtlijn Werken (93/37/EEG)
Handleiding bij voormalige richtlijn Leveringen (93/36/EEG)

Vragen over aanbesteden en inkopen
Overzicht, waar kunt u terecht met vragen over aanbesteden en inkopen

Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Elsevier Overheid, J.W.A. Bergevoet, 2006. Bevat de tekst van Bao en toelichting, voor iedereen betrokken bij de aanbesteding van overheidsopdrachten

Besluit aanbestedingen speciale sectoren
Elsevier Overheid, J.W.A. Bergevoet, 2006. Bevat de tekst van Bass en toelichting, voor iedereen betrokken bij de aanbesteding van overheidsopdrachten in de speciale sectoren.

Aanbestedingsrecht voor overheden
‘Naar een verantwoord aanbestedingsbeleid onder het nieuwe aanbestedingsrecht’, Mr. M.J.J.M. Essers, 3e druk 2009, Reed Business.

Aanbestedingsrecht
‘Aanbestedingsrecht’, mr. E.H. Pijnacker Hordijk, mr. G.W. van der Bend, mr. J.F. van Nouhuys – 4e druk 2009. Hét handboek van het Europese en Nederlandse aanbestedingsrecht.

Praktijkboek aanbesteden
‘Praktijkboek aanbesteden’, mr. S.C. Brackmann, mr. J.C. Verlinden-Bijlsma, 2e druk 2011

Privatiseringen en bestrijding corruptie en georganiseerde criminaliteit
‘EG-aanbestedingsrechtelijke problemen bij privatiseringen en bij de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit’ mr. dr. E.R. Manunza, diss. Amsterdam VU, Europese Monografieën, deel 68, 2001.

De Leidraad aanbesteden voor de bouw
Handleiding voor aanbesteden in de bouw. Breed perspectief en inzetbaar voor de hele bouwsector.

Pluk de vruchten van de interne markt
Europees beleid als kans voor decentraal beleid, Bart Hessel, Ann-Marie Kühler, Emile Perton, 2011, hoofdstuk 3.

Contractmanagement
Handreiking contractbeheer en contractmanagement

Concessies

Richtlijn 2014/23
Voorstel concessierichtlijn (december 2011)
Werkprogramma 2010 Europese Commissie met een initiatief voor een concessierichtlijn
Mededeling (november 2005) over PPS en gemeenschapsrecht voor overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten
Groenboek (april 2004) PPS en concessies
Interpretatieve mededeling (april 2000) over concessies

Notitie Europa decentraal over de nieuwe richtlijnvoorstellen (versie 15 juli 2014 en versie 15 januari 2016), hoofdstuk 5
Feuilleton voorstellen van Europa decentraal over de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen (februari 2012) hoofdstuk 4 over concessierichtlijn
Handboek Aanbestedingsrecht, Pijnacker Hordijk, Nouhuys en van der Bend
Aanbestedingsrecht voor overheden, Essers
Artikel: De Concessierichtlijn, Implementatie in Nederland en België. mr. R.S. Damsma, prof. mr. G.W.A. van de Meent en mr. F. Vlassembrouck, Tijdschrift voor Staatssteun, Jaargang 6, December 2015

CPV

Rapport Europese Commissie, over het functioneren van het CPV codes/systeem (december 2012)
Factsheet Europa decentraal, over de werking van de CPV (december 2009)

Decentralisaties en aanbesteden

Veelgestelde vragen aanbesteden, Europa decentraal
Notitie Nieuwe aanbestedingsrichtlijnen 2014, Europa decentraal
Overzicht handreikingen Wmo, Rijksoverheid
Wijziging van Europees aanbestede contracten en subsidies (contracten Jeugdzorg en Wmo), VNG
Productencatalogus Drie Decentralisaties, VNG
Op weg naar maatschappelijke meerwaarde in het sociaal domein (Toepassingen en lessen van maatschappelijk aanbesteden in de gemeentelijke Wmo-aanbestedingen 2015), ministerie van BZK
Bestuurlijk aanbesteden: mag het nu wel of niet onder de gewijzigde aanbestedingsregelgeving?, Mr. E.E. Zeelenberg en mr. T.T.A. Oudenhoven (Gst. 2016/63)

Wet- en regelgeving

Aanbestedingsrichtlijnen

De Europese Aanbestedingsrichtlijnen 2004/17 en 2004/18 bevatten de Europese aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten voor respectievelijk speciale sectoren dan wel de zogenaamde klassieke sectoren van werken, leveringen en dienstenopdrachten.

Nieuwe aanbestedingsrichtlijnen

In december 2011 heeft de Europese Commissie drie nieuwe voorstellen voor aanbestedingsregels voor klassieke sectoren, speciale sectoren en concessies uitgebracht.
Voorstel klassieke aanbestedingsrichtlijn 2011 896 (ter vervanging van richtlijn 2004/18) van december 2011
Voorstel speciale sectoren aanbestedingsrichtlijn 2011 895 (ter vervanging van richtlijn 2004/17) van december 2011
Voorstel concessierichtlijn 2011 897 (nieuw) van december 2011

In juli 2013 zijn de compromisteksten uitgebracht:
Compromistekst van juli 2013 over het voorstel voor een Directive on public procurement (Classical Directive)
Compromistekst van juli 2013 over het voorstel voor een Directive on procurement by entities operating in the water, energy, transport and postal service sectors 
Compromistekst van juli 2013 over het voorstel voor een Directive on the award of concession contracts (Concessions Directive)

Op 15 januari 2014 zijn de voorstellen voor nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen door het Europees Parlement aangenomen en op 11 februari zijn de nieuwe richtlijnen definitief vastgesteld door de Raad van Ministers. De definitief vastgestelde teksten zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van 28 maart 2014 (L94):
Nieuwe richtlijn klassieke sectoren (2014/24)
Nieuwe richtlijn speciale sectorbedrijven (2014/25)
Nieuwe richtlijn concessies (2014/23)

De nieuwe richtlijnen moeten uiterlijk 18 april 2016 door het Ministerie van Economische Zaken worden geïmplementeerd via nationale regelgeving. Dit zal via een aanpassing van de Aanbestedingswet gebeuren.

Aanbestedingswet

Op 1 juli 2016 is de herziene Aanbestedingswet 2012 in werking getreden. Met deze wijzigingen zijn de Europese aanbestedingsrichtlijnen 2014/23, 2014/24 en 2014/25 geïmplementeerd, die in april 2014 zijn vastgesteld.

Verslag behandeling wetsvoorstel

Het ministerie van EZ heeft op 29 oktober 2015 het wetsvoorstel tot wijziging van de Aanbestedingswet naar de Tweede Kamer gestuurd. Zie ook de Memorie van Toelichting op het wetsvoorstel. Ook is er een advies van de Raad van State over het wetsvoorstel gepubliceerd.

De vaste commissie Economische Zaken is belast met het voorbereidend onderzoek naar het wetsvoorstel tot wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012. Zij bracht op 7 december 2015 een verslag uit van haar bevindingen ter voorbereidingen van de openbare behandeling van het wetsvoorstel. Het ministerie van EZ heeft vier Nota’s van Wijziging van het wetsvoorstel uitgebracht:

Consultatie Aanbestedingswet 2012

In april 2015 heeft het ministerie van EZ concept wetsvoorstellen voor de gewijzigde Aanbestedingswet 2012 in consultatie gebracht. Hier vindt u het consultatiedocument gewijzigde Aanbestedingswet 2012 en het concept Memorie van Toelichting.

Aanbestedingsbesluit

U kunt hier het aanbestedingsbesluit 2012 vinden.

Overige wet- en regelgeving
Geschiedenis Aanbestedingswet

In december 2002 is, naar aanleiding van de aanbevelingen van de Parlementaire Enquête Bouwnijverheid, aangegeven dat een nationaal aanbestedingskader gewenst zou zijn. In 2006 werd het concept wetsvoorstel van het ministerie van EZ door de Tweede Kamer aangenomen. Hierbij kwam ook een Memorie van Toelichting. Deze had in 2009 in werking moeten treden. De Eerste Kamer heeft in 2008 echter het wetsvoorstel verworpen. De Aanbestedingswet is uiteindelijk aangenomen en in werking getreden in 2012.

CPV
De CPV Verordening

In de CPV Verordening zijn zeven bijlagen opgenomen, wat is bedoeld als een classificatiesysteem voor alle soorten opdrachten voor leveringen, diensten en werken.

Bij de Verordening hoort een transponeringstabel, die een omnummering weergeeft van de codes uit de voormalige CPV-Verordening uit 2003 naar de codes uit 2007 en vice versa. Ook zijn er vier tabellen toegevoegd, die een omschrijving geven van oude CPV-codes uit 2003 en de bestaande CPV-codes uit 2007.

Decentralisaties en aanbesteden
Wmo 2015

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 – aangenomen in Eerste Kamer 14 juli 2014 – Parlementaire stukken nr. 33841 (Staatsblad 2014, 280, zie artikel 8.11 voor moment van inwerkingtreding bij nader Koninklijk Besluit (kan per onderdeel verschillen) te bepalen tijdstip)

Met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) verschuift het inkopen van langdurige, niet intensieve zorg van het Rijk naar de gemeenten. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt vervangen door nieuwe regelingen. Lichtere vormen van zorg en ondersteuning uit de AWBZ gaan dan over naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet. Bijvoorbeeld begeleiding, hulpmiddelen, thuiszorg, dagbesteding en verzorging en verpleging thuis.

Na 1 januari 2015 valt alleen langdurige, intensieve zorg nog onder de Algemene Wet Bijzondere ziektekosten (AWBZ).

Participatiewet

Invoeringswet Participatiewet – aangenomen in Eerste Kamer 1 juli 2014 – Parlementaire stukken nr. 33161 (treedt in werking op 1 januari 2015)

In de Participatiewet komen drie bestaande regelingen over werk en inkomen samen: de huidige wet werk en bijstand (WWB), de wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wajong. Met de Participatiewet is er voortaan één regeling om meer mensen, ook met een arbeidsbeperking, naar vermogen aan het werk te krijgen.

Jeugdwet

Jeugdwet – aangenomen in  Eerste Kamer 18 februari 2014 – Parlementaire stukken nr. 33684.

Aanbestedingsrichtlijn 2014/24

De nieuwe aanbestedingsrichtlijn voor overheidsopdrachten in de klassieke sector (richtlijn 2014/24) heeft ook consequenties voor Jeugdhulp en Wmo. Meer informatie hierover vindt u in een factsheet van Europa decentraal en de VNG.

E-Aanbesteden
AANBESTEDINGSRICHTLIJNEN EN E-AANBESTEDEN

Aanbestedingsrichtlijnen 2014/23, 2014/24 en 2014/25 moeten lidstaten helpen om volledig over te gaan op elektronische aanbestedingen. Ook moet het voor ondernemers beter mogelijk worden om deel te nemen aan (online) aanbestedingsprocedures binnen de gehele EU. Om dat voor elkaar te krijgen, voorziet richtlijn 2014/24 in:

  • een verplichte verzending van aankondigingen in elektronische vorm;
  • de verplichte elektronische beschikbaarstelling van aanbestedingsdocumenten;
  • een verplichte overgang naar volledige elektronische communicatie.

De Europese Commissie heeft een tijdspad opgesteld waarbinnen e-aanbesteden moet worden uitgerold in de EU.

VOLLEDIG ELEKTRONISCHE COMMUNICATIE

Onder volledig elektronische communicatie wordt verstaan: “het overbrengen van informatie langs elektronische weg in alle fasen van de procedure, met inbegrip van de verzending van verzoeken om deelneming en de verzending van inschrijvingen via elektronische indiening” (overweging 52 van richtlijn 2014/24).

VERPLICHTING E-AANBESTEDEN

Richtlijn 2014/24 is op 1 juli 2016 in Nederland geïmplementeerd middels een aanpassing in de Aanbestedingswet. De overgang naar volledig elektronisch aanbesteden kan volgens de richtlijn worden uitgesteld tot 18 april 2018 (art. 90), maar wordt in de Aanbestedingswet 2012 verplicht gesteld per 1 juli 2017. Deze verplichting geldt voor aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven. Volledig digitaal aanbesteden kan via TenderNed, of een van de andere aanbestedingsplatforms.

TenderNed

Sinds de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 moeten Nederlandse overheden aankondigingen van Europese opdrachten (elektronisch) publiceren via TenderNed. Dit Nederlandse online-aankondigingssysteem is bedoeld voor alle Nederlandse overheids- en publiekrechtelijke instellingen die een aanbestedingsplicht hebben of ondernemingen die overheidsopdrachten willen uitvoeren.

Gunningscriteria
Nieuwe aanbestedingsrichtlijn – selectie en gunning

Artikel 56 lid 2 van richtlijn 2014/24 geeft een implementatiekeuze aangaande de selectie en gunning waarbij lidstaten ten aanzien van openbare procedures kunnen besluiten:
In openbare procedures kunnen aanbestedende diensten besluiten tot onderzoek van de inschrijvingen over te gaan voorafgaand aan de controle op het ontbreken van gronden tot uitsluiting en het voldoen van de selectiecriteria overeenkomstig artikelen 57 t/m 64. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaken, zien zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten overeenkomstig artikel 57 of die niet voldoet aan de selectiecriteria van de aanbestedende dienst.

De lidstaten kunnen besluiten het gebruik van de in de eerste alinea bedoelde procedure uit te sluiten of te beperken tot bepaalde soorten aanbestedingen of bepaalde omstandigheden.

Nieuwe aanbestedingsrichtlijn – abnormaal lage inschrijving

In de nieuwe richtlijn 2014/24 is de regeling over abnormaal lage inschrijving opgenomen in artikel 69. De nieuwe aanbestedingsrichtlijn  moet voor 18 april 2016 via een aanpassing van de Aanbestedingswet in Nederland geïmplementeerd zijn.
Het nieuwe artikel 69 in richtlijn 2014/24 komt grotendeels overeen met het huidige artikel 55 van richtlijn 2004/18. Er is wel een bepaling toegevoegd in de nieuwe richtlijn. De aanbestedende dienst wijst volgens de nieuwe richtlijn de inschrijving af indien hij heeft vastgesteld dat de abnormaal lage prijzen of kosten het gevolg zijn van niet-nakoming van dwingende sociaal-, arbeids- of milieurechtelijke voorschriften van het Unierecht, van met het Unierecht verenigbare voorschriften van nationaal recht, of van internationale arbeidsrechtelijke voorschriften.

Innovatief aanbesteden
Innovatiepartnerschap

In de nieuwe aanbestedingsrichtlijn 2014/24 wordt aan de innovatiedoelstelling uit de EU2020-strategie tegemoetgekomen: het invoeren van het innovatiepartnerschap. Het gaat om de ontwikkeling en de daaropvolgende aankoop van nieuwe, innovatieve producten, werken en diensten. Deze moeten geleverd kunnen worden tegen overeengekomen kwaliteit- en prijsniveaus.

Fasen

Het partnerschap bepaalt tussentijdse streefdoelen en voorziet in betaling van de vergoeding in passende termijnen. Op basis van deze streefdoelen kan de aanbestedende dienst na elke fase besluiten het partnerschap op te zeggen. Als de aanbestedende dienst daarvoor intellectuele eigendomsrechten heeft verkregen, kan hij voor de resterende fasen een nieuwe aanbestedingsprocedure opzetten.

Artikel 31 van richtlijn 2014/24 beschrijft de procedurestappen van deze innovatiepartnerschap. In het kort worden onder meer de volgende stappen beschreven:

  • elke ondernemer kan een verzoek om deelname indienen door verstrekking van door de aanbestedende dienst gevraagde informatie voor kwalitatieve selectie;
  • de aanbestedende dienst geeft aan dat er behoefte is aan innovatieve producten, diensten of werken en dat met de aanschaf van reeds op de markt beschikbare producten (etc.) niet in die behoefte kan worden voorzien;
  • de aanbestedende dienst geeft aan welke elementen de minimumeisen zijn;
  • de toepasselijke termijnen voor ontvangst van verzoeken tot deelname staan, net als bovenstaande eisen, ook in lid 1 van artikel 31;
  • het partnerschap is gericht op de ontwikkeling van innovatieve producten (etc.) en de daaropvolgende aankoop van daaruit resulterende leveringen (etc.), mits ze voldoen aan de afgesproken prestatieniveaus en onder de maximumkosten blijven;
  • de procedure bestaat uit opeenvolgende fasen, die de reeks stappen in het onderzoeks- en innovatieproces volgen. Er worden ook tussentijdse doelen bepaald en er wordt voorzien in betaling in passende termijnen;
  • de aanbestedende dienst kan na elke fase besluiten het innovatiepartnerschap te beëindigen of het aantal partners te verminderen (artikel 31 lid 2);
  • er wordt onderhandeld om de inhoud van de inschrijving te verbeteren. Over de minimumeisen en gunningscriteria wordt niet onderhandeld (lid 3);
  • tijdens de onderhandelingen waarborgt de aanbestedende dienst de gelijke behandeling van alle inschrijvers en maakt deze vertrouwelijke inlichtingen niet bekend zonder toestemming (lid 4);
  • er kunnen onderhandelingen plaatsvinden om het aantal inschrijvingen waarover moet worden onderhandeld te beperken (lid 5);
  • bij het selecteren van de gegadigden hanteren aanbestedende diensten criteria inzake het potentieel van de kandidaten en hun vermogen om nieuwe oplossingen te ontwikkelen;
  • in de aanbestedingsstukken bepalen aanbestedende diensten welke regelingen op intellectuele eigendomsrechten van toepassing zijn (lid 6):
  • lid 7 van artikel 31 geeft nog voorschriften voor de structuur van de partnerschap, de duur en de waarde van de verschillende fasen en de geraamde waarde van de leveringen, diensten of werken, die in verhouding moet staan met de investering voor de ontwikkeling ervan.
Integriteit

In art. 57 van aanbestedingsrichtlijn 2014/24 staan ‘dwingende en facultatieve’ uitsluitingsgronden benoemd. Decentrale overheden kunnen hiermee inschrijvende partijen uitsluiten van een aanbestedingsprocedure, bijvoorbeeld wanneer zij fraude hebben gepleegd.

WET BIBOB

Decentrale overheden kunnen ervoor kiezen om de wet Bibob (Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur) toe te passen op een aanbestedingsprocedure. Het doel van deze wet is om te voorkomen dat overheden overeenkomsten aangaan met criminele elementen betrekkingen . Op basis van de wet Bibob kan de integriteit van ondernemers worden gecontroleerd en kan, indien nodig, worden besloten om gegadigden voor een overheidsopdracht uit te sluiten.

AANBESTEDINGSWET

De herziene Aanbestedingswet 2012 voert een verplichte toetsing van de integriteit van ondernemers door aanbestedende overheden in. Voordat aanbestedende overheden een opdracht aan een onderneming gunnen, moeten zij ondernemers vragen om een VOG-verklaring.

Milieucriteria
Nieuwe aanbestedingsrichtlijnen

Op 15 januari 2014 heeft het Europees Parlement 3 nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen aangenomen welke op 11 februari 2014 door de Raad van Ministers zijn vastgesteld. De definitieve tekst is op 28 maart 2014 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het betreft een nieuwe richtlijn voor de klassieke sectoren (2014/24/EU), een richtlijn voor de nutssectoren (2014/25/EU) en een concessierichtlijn (2014/23/EU). Nederland moet voor 18 april 2016 de nieuwe richtlijnen implementeren in de Aanbestedingswet.
De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen bevatten geen verplichtingen om sociale-, milieu-, of innovatiedoelstellingen te integreren in het aanbestedingsproces. Gezien de grote verschillen tussen sectoren en markten, heeft de Europese wetgever het niet raadzaam gevonden voor overheidsopdrachten algemene verplichtingen voor ecologisch en sociaal  verantwoorde en innovatieve aanbestedingen vast te stellen. Daarom is ervoor gekozen om via sectorspecifieke wetgeving sectorspecifieke verplichtingen vast te stellen.
Wel bevatten de richtlijnen een aantal nieuwe mogelijkheden om behalve prijs ook kwaliteit, milieueffecten, sociale factoren en innovatiepotentieel een rol te laten spelen bij de selectie.
Zie voor meer informatie ook de notitie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen van Europa decentraal.

Sectorspecifieke regelgeving met milieucriteria

In de volgende regelgeving zitten de milieucriteria verwerkt:

1. Richtlijn schone en energiezuinige wegvoertuigen

Met de richtlijn schone en energiezuinige wegvoertuigen geeft de Commissie aan dat zij wil dat decentrale overheden bij de aanschaf van wegvoertuigen meer rekening houden met het milieu. Vanaf 2012 is het verplicht om milieuoverwegingen op te nemen in de aanbesteding van vervoersmiddelen.

2. Richtlijn energieprestaties gebouwen

Volgens de richtlijn energieprestaties gebouwen moeten alle gebouwen waar overheden eigenaar van zijn, vanaf 2019 bijna energieneutraal zijn. Dit in kader van de voortrekkersrol van decentrale overheden. Vanaf 31 januari 2020 moeten alle nieuwe gebouwen bijna energieneutraal zijn en sinds 2013 moet al aan een aantal minimumeisen worden voldaan.

3. IT-producten

IT-producten die aanbestedende diensten kopen, moeten voldoen aan de minimum eisen die beschreven worden in de EU Energie Star Verordening.

MKB en aanbesteden

Ter voorbereiding van de Europese aanbestedingsrichtlijnen 2014/23, 24 en 25 heeft de Europese Commissie de Europese aanbestedingssystematiek geëvalueerd. Hieruit is het Groenboek modernisering aanbestedingsrichtlijnen voortgekomen. Daarin staat dat één van de hoofddoelstellingen van de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten is om ondernemingen de kans te geven daadwerkelijk te concurreren om overheidsopdrachten in andere lidstaten binnen te halen.

Aanbestedingsrichtlijn 2014/24 bevat dan ook verschillende artikelen die de toegang, van met name kmo’s en starters, tot de Europese aanbestedingsmarkt moeten verbeteren. Deze worden hieronder nader besproken.

Uniform Europees Aanbestedingsdocument

Het standaard Europees Uniform Aanbestedingsdocument (UEA) is een bewijsmiddel voor het ontbreken van gronden voor uitsluiting. Het UEA vervangt in Nederland de Eigen Verklaring. Het UEA bestaat uit een formele verklaring van de ondernemer dat de betrokken grond tot uitsluiting niet van toepassing is en/of dat aan het selectiecriterium is voldaan en bevat de relevante informatie die door de aanbestedende dienst wordt verlangd (art. 59 lid 1 richtlijn 2014/24).

Opdelen in percelen

Aanbestedende diensten moeten ertoe worden aangezet om opdrachten in percelen te verdelen. Zij krijgen de verplichting toe te lichten waarom zij dit niet doen (art. 46 richtlijn 2014/24). Hier leest u meer informatie over het opdelen van een aanbestedingsopdracht in percelen.

Beperking eisen voor deelname

Aanbesteden diensten kunnen niet van ondernemers verlangen dat zij een minimale omzet hebben die niet in verhouding staat tot het voorwerp van de opdracht. Als vuistregel geldt dat de omzeteis maximaal twee keer de geraamde waarde van de opdracht mag zijn (art. 58  lid 3 richtlijn 2014/24). Op goede gronden moet het echter mogelijk zijn strengere eisen op te stellen. In Nederland geldt sinds inwerkingtreding van de Aanbestedingswet een omzeteis van maximaal drie keer de geraamde waarde van de opdracht (art. 2.90 Aanbestedingswet).

Meer informatie hierover leest u in het Factsheet 2 ‘Simplifying the rules for bidders’ van de Commissie.

AANBESTEDINGSWET

Ook op nationaal niveau is er toenemende aandacht voor het aandeel van het MKB bij overheidsopdrachten. De Tweede Kamer heeft op 14 februari 2012 ingestemd met de Aanbestedingswet. Deze wet moet ervoor zorgen dat overheidsopdrachten eenvoudiger en transparanter zijn. Op grond van de Aanbestedingswet (art. 1.5) mogen opdrachten bijvoorbeeld niet meer zonder goede reden worden geclusterd. Zo moeten kleinere bedrijven meer kans maken om in aanmerking te komen voor overheidsopdrachten.