Informatiemaatschappij

EU beleid en wetgeving op het gebied van de informatiemaatschappij brengen voor decentrale overheden taken en verantwoordelijkheden met zich mee. Voorbeelden hiervan zijn gegevensbescherming en toegang tot overheidsgegevens.

Wat is een informatiemaatschappij?

De informatiemaatschappij is een maatschappij waarin het creëren, verspreiden, gebruiken en integreren van informatie onmisbaar is. Vooral internet en mobiele telefonie worden steeds belangrijker in de hedendaagse maatschappij. In de EU is deze sector goed voor bijna 4% van de werkgelegenheid.

Digitale Agenda

In 2010 heeft de Europese Commissie de Digitale Agenda voor Europa opgesteld. Daarin wordt uiteengezet hoe de ICT van 2011 tot 2015 een belangrijke rol moet gaan spelen in de EU. Dit moet er voor zorgen dat Europa haar EU 2020 doelstellingen haalt. Hierover leest u meer onder algemeen Beleid informatiemaatschappij.

Beleid

Breedbandprojecten

In het Actieplan i2010 wordt nadruk gelegd op het stimuleren van snel en betrouwbaar breedband in de EU. Daarom is het actieplan van belang voor decentrale overheden die plannen hebben voor of bezig zijn met glasvezelprojecten.

Mededeling

Uit de Mededeling ‘Overbrugging van de breedbandkloof’ bleek dat bepaalde afgelegen gebieden niet voldoende kunnen profiteren van breedband. Deze digitale kloof dient overbrugt te worden. In Nederland is vanwege de hoge breedbanddekking geen sprake van een dergelijke digitale kloof.

Implementatie in Nederland

In de Breedbandnota is de Nederlandse aanpak van het Europese breedbandbeleid weergegeven. De nota richt zich op het stimuleren van de ontwikkeling van breedbanddiensten. Zo wordt er gewezen op de belangrijke rol van gemeenten en provincies bij de realisering van het breedbandbeleid.

E-Commerce

In januari 2011 presenteerde de Europese Commissie een actieplan over e-Commerce. Tegen 2015 moet de economische handel via internet zijn verdubbeld. Op dit moment beslaat de interneteconomie slechts 3% van het Europese BBP.

Obstakels

De Commissie wil de volgende vijf obstakels aanpakken:

1. Inadequaat aanbod van grensoverschrijdende legale diensten;
2. Onvoldoende informatie voor online service operators en onvoldoende bescherming voor internetgebruikers;
3. Inadequate betaal- en leversystemen;
4. Teveel gevallen van misbruik die moeilijk op te lossen zijn;
5. Te weinig gebruik van hogesnelheidscommunicatienetwerken en hightech oplossingen.

E-Factureren

Slechts 5 tot 10% van de bedrijven in de EU maakt gebruik van e-Factureren. Door middel van beleid probeert de EU e-Factureren aantrekkelijker te maken voor bedrijven en overheden. In december 2010 deed de Commissie een Mededeling hierover. Hierin worden vier hoofdprioriteiten gesteld om ‘het massale overstappen op e-Factureren te bevorderen’:

1. Zorgen voor een consistente wettelijke omgeving voor e-Facturering;
2. Een massale overstap door de markt bewerkstelligen door het bereiken van het MKB;
3. Een omgeving stimuleren die maximaal bereik mogelijk maakt;
4. Een standaard gegevensmodel voor e-Factureren bevorderen.

E-Handtekening
STORK

Om het systeem van wederzijdse erkenning van eID’s te verwezenlijken is het project STORK in het leven geroepen. Het eerste project is inmiddels afgerond. Bouwend op het succes en de resultaten hiervan is STORK 2.0 van start gegaan. Het doel van dit project is te komen tot één Europees elektronisch identificatie en authenticatie gebied.

Voornemen totstandkoming eID

In verschillende beleidsdocumenten van de Commissie werd de wens al uitgesproken om een systeem van met elkaar opererende elektronisch identiteiten te verwezenlijken. Dit gebeurde onder andere in het Actieplan e-Overheid, in de Single Market Act en in de Digitale Agenda.

E-Health

In de Digitale Agenda geeft de Commissie aan dat de kwaliteit in de zorg verbeterd kan worden door e-gezondheidstechnologieën. Medische kosten kunnen worden verlaagd en zelfstandig wonen kan worden bevorderd.

Ambient Assisted Living

Om zelfstandig wonen te bevorderen, is het Ambient Assisted Living Programme (AAL) in 2008 het leven geroepen. Het eerste programma is in 2013 voltooid, waarna de Commissie een vervolg heeft opgesteld voor de periode 2014-2020. Het doel van het programma is om ondersteuning te bieden aan toegepast onderzoek en innovatieve ontwikkeling om diensten te verbeteren en om op een gezonde manier ouder te worden.

epSOS

Het Smart Open Services for European Patients Program (epSOS), dat startte in 2008, heeft als doel het creëren van een veilig systeem dat Europese gezondheidszorgsystemen toegang geeft tot medische informatie van patiënten. Daarvoor bestaan er twee e-Health services:

– Patient Summary (bevat patiënteninformatie in de taal van de arts);
– E-Prescription en e-Despensation (geeft het recept elektronisch door van voorschrijver naar verstrekker, waarna de informatie over de uitgifte elektronisch wordt gerapporteerd. Dit systeem moet tegen 2015 zijn afgerond).

E-Overheid
Actieplan e-Overheid

Het Actieplan e-Overheid is een resultaat van de conferentie met EU-ministers in Malmö en is de opvolger van het i-2010 actieplan e-Overheid. Het zet uiteen hoe ICT gebruikt kan worden om een duurzame en innovatieve overheid te bevorderen. Het actieplan stelt vier beleidsprioriteiten:

1. Het vergroten van zelfredzaamheid van burgers en bedrijven;
2. Het versterken van de mobiliteit in de interne markt door geïntegreerde digitale overheidsdiensten;
3. Efficiëntie en effectiviteit: het verminderen van de administratieve last door het gebruik van de e-Overheid (voorbeelden hiervan zijn e-Aanbesteden, e-Factureren en de e-Handtekening);
4. Het creëren van randvoorwaarden voor grensoverschrijdende digitale overheidsdiensten.

Tegen 2015 moeten 50% van de burgers en 80% van de ondernemingen de diensten van de e-Overheid hebben gebruikt.

Implementatie in Nederland

In Nederland zijn er meerdere initiatieven voor digitale diensten voor ondernemers. Zo wil het kabinet ondernemers zaken met de overheid elektronisch kunnen laten afhandelen. Met het systeem e-Herkenning kunnen bedrijven zich gemakkelijker identificeren bij overheden. Het systeem wordt gezien als een soort DigiD voor bedrijven. Zoals burgers via hun DigiD kunnen inloggen bij de overheid, zo kunnen bedrijven en ondernemers dit met e-Herkenning.

I-teams en i-NUP

Sinds 2011 zijn decentrale overheden zelf verantwoordelijk voor de juiste invoering van de elektronische overheid en het verbeteren van elektronische dienstverlening. Voor 2011 waren hier i-teams voor.

Het programma i-NUP ondersteunt de decentrale overheden. Het programma omschrijft ambities voor de komende jaren, waaronder steun voor implementatie van het e-Overheidsysteem aan gemeenten valt. Dit wordt gecoördineerd door de Nederlandse e-Overheid.

Wet elektronische bekendmaking

Vanaf 1 juli 2011 geldt in Nederland de Wet elektronische bekendmaking. Deze wet maakt het mogelijk om de Staatscourant, het Staatsblad en het Tractatenblad elektronisch te publiceren. Naast de rijksoverheid kunnen ook decentrale overheden en zelfstandige bestuursorganen de algemene voorschriften elektronisch bekend maken.

IMI

Het Interne Markt Systeem (IMI) is een beveiligde online toepassing waarmee (decentrale) overheden met partners in het buitenland kunnen communiceren. Het systeem helpt om de juiste instantie in een ander land te vinden en daarmee te communiceren via voorvertaalde standaardvragen en – antwoorden.

Decentrale overheden gebruiken IMI op dit moment alleen in verband met de Dienstenrichtlijn. Het Rijk gebruikt het systeem in daarnaast ook verband met de Richtlijn beroepskwalificaties. De Europese Commissie denkt momenteel na over een bredere toepassing van IMI. Zo wordt het systeem bijvoorbeeld in het voorstel voor de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen genoemd.

Dienstenloket

Het Dienstenloket is in Nederland ondergebracht bij Antwoord voor Bedrijven. Hier kunnen dienstverleners vragen stellen aan (decentrale) overheden en informatie over regelgeving krijgen. Ook kunnen ze vergunningen aanvragen en transacties afhandelen.

E-Toegankelijkheid en e-Inclusie
Standaardisatie

Op 3 juli 2009 publiceerde de Commissie het Witboek modernisering ICT standaardisatie EU. Door middel van aanpassingen in Europese wetgeving, beleid en overheidsopdrachten wil de Commissie gemeenschappelijke criteria en processen voor ICT vaststellen. Hierdoor wordt de interne markt versterkt.

Op 1 juni 2011 is er op basis van het witboek een voorstelverordening gedaan. Onder wet- en regelgeving leest u hier meer over.

e-CODEX

Met e-CODEX kunnen lidstaten gemakkelijk digitaal juridische informatie uitwisselen. Het geeft burgers en bedrijven toegang tot juridische middelen en het versterkt de interoperabiliteit tussen autoriteiten in de EU.

e-Learning

Het Meerjarenprogramma e-Learning 2004-2006 en het e-Learning actieplan uit 2001 zijn voorbeelden van initiatieven en actieplannen van de Commissie op het gebied van e-Learning. Deze plannen hebben ook betrekking op het vergroten van de digitale geletterdheid in de EU.

e-Content

Momenteel loopt het Programma voor concurrentievermogen van ondernemingen en MKB’s (COSME) van 2014-2020. Voor deze periode is 2.3 miljard euro beschikbaar gesteld. Het programma volgt het Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP) op. Het doel is om burgers, bedrijven en overheden beter gebruik te laten maken van ICT en daardoor de concurrentiekracht op de Europese markt te verhogen. Onder subsidies leest u meer over de subsidiemogelijkheden.

Elektronisch aanbesteden
1. Strategie e-Aanbesteden

Op 20 april 2012 maakte de Commissie haar strategie voor e-Aanbesteden bekend. Volgens deze strategie moeten aanbestedingen in 2016 volledig digitaal verlopen. Hiervoor noemt de Commissie enkele maatregelen:

– Het bieden van technische en financiële ondersteuning;
– Bestaande goede voorbeelden zoeken en delen;
– Het gebruik en de voordelen van e-Aanbesteden monitoren;
– Een promotiestrategie opzetten om te informeren over kansen, mogelijkheden en voordelen.

2. Groenboek e-Aanbesteden

Op 18 oktober 2010 presenteerde de Commissie het Groenboek elektronisch aanbesteden, waarin de richting van de Commissie wordt aangegeven. De geleidelijke invoering van e-Aanbesteden maakt deel uit van de Digitale Agenda.

Obstakels en risico’s

In het Groenboek worden obstakels en risico’s genoemd die het invoeren van e-Aanbesteden kunnen vertragen:

– Terughoudendheid en angst bij aanbestedende diensten;
– Onvoldoende standaardisering;
– Het ontbreken van hulpmiddelen die wederzijdse erkenning van nationale elektronische oplossingen vergemakkelijken;
– Lastige technische vereisten;
– Het omgaan met de variërende snelheid van de overstap naar e-Aanbesteding.

Bevordering e-Aanbesteden

In het Groenboek worden verschillende opties genoemd voor een beter gebruik van e-Aanbesteden en om grensoverschrijdende deelname aan aanbestedingsprocedures te bevorderen:

– Het verplichten van e-Aanbesteden middels Europese wetgeving;
– Vastleggen dat lidstaten e-Aanbesteden in eigen land verplicht kunnen stellen;
– Het neerleggen van de verantwoordelijkheid voor het goede verloop van het aanbestedingsproces bij de organisatie van het e-Aanbestedingssysteem.

3. PEPPOL en Open e-PRIOR

Pan European Public Procurement Online (PEPPOL) is een project dat grensoverschrijdend e-Aanbesteden mogelijk wil maken en wil verbeteren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Open e-PRIOR, open source software voor e-Aanbesteden, e-Factureren en bestellen. Open e-PRIOR is de schakel tussen PEPPOL en degene die aanbesteedt. De software is hier te downloaden.

4. E-CERTIS

E-CERTIS is een online referentiebron en database met documenten en certificaten die bedrijven nodig hebben om in te mogen schrijven op EU aanbestedingen. Via e-CERTIS kunnen aanbestedende diensten nagaan welke documenten zij van inschrijvers moeten vragen of mogen accepteren. Meer informatie leest u in de brochure over e-CERTIS.

5. TED en Tenderned

Via Tenders Electronic Daily (TED) worden aankondigingen van overheidsopdrachten online gepubliceerd. In Nederland is Tenderned het marktplein voor digitaal aanbesteden. Decentrale overheden kunnen hier hun aanbestedingen en bijbehorende documenten onderbrengen. Deze informatie wordt automatisch naar TED doorgestuurd.

Vanaf 1 januari 2012 gebruiken alle ministeries Tenderned voor aanbestedingsopdrachten. Zodra de aanbestedingswet van kracht gaat, zijn decentrale overheden verplicht Tendernet te gebruiken.

6. Aanbestedingskalender

De Aanbestedingskalender helpt Nederlandse ondernemers bij hun inschrijvingen. Daarop staan onder andere standaardteksten die te gebruiken zijn voor de formulieren die nodig zijn om aanbestedingen in te schrijven.

Milieu-informatie
Shared Environmental Information System

De Commissie gaf in 2008 in een Mededeling te kennen dat ze van plan is om bestaande informatienetwerken te stroomlijnen in een nieuw Europees Gedeeld Milieu-informatiesysteem (SEIS). SEIS moet bestaande gegevensverzamelingsystemen en informatiebronnen beter aan elkaar koppelen. Dit vereist op den duur een aanpassing van de IT-systemen van decentrale overheden.

Implementatie SEIS EU

De implementatie van SEIS is opgenomen in het programma van het Europees Milieu Agentschap (EEA). Het is onbekend wanneer de Commissie dit plan uitvoert, SEIS ligt al enige tijd stil.

Doel SEIS

Het virtueel koppelen van databases met milieu-informatie dient meerdere doelen:

– Het snel informeren van besluitvormers en burgers;
– Het evalueren en maken van beleid moet beter en makkelijker worden door SEIS.

Op termijn moet overgestapt worden naar een geheel online rapporteringsysteem.

Gevolgen voor decentrale overheden

Na een aanpassingsslag waarmee decentrale overheden te maken krijgen, kan er winst gehaald worden uit de invoering van een dergelijk systeem. Het koppelen van databases vergemakkelijkt het nakomen van rapporteringverplichtingen die voortvloeien uit Europese milieuwetgeving en vermindert de monitoring- en verslagleggingkosten. Decentrale overheden kunnen financiële steun verwachten van de EU voor het uitvoeren van SEIS.

Open data

Volgens de Mededeling open gegevens kan het hergebruiken van overheidsinformatie ervoor zorgen dat er efficiënter wordt gewerkt. Daarnaast worden burgers meer betrokken bij het politieke en maatschappelijke leven.

Overheidsgegevens open stellen

Om overheidsgegevens open te stellen, moeten decentrale overheden zich bewust te zijn van hun informatiebeheer en het belang van bescherming van persoonsgegevens. Volgens de Commissie is het potentieel van open gegevens nog onvoldoende bekend bij openbare instanties.

Nieuws

3. digital
Digitale interne markt een jaar na lancering: wat is de stand van zaken?

Op het lijstje van tien prioriteiten van de Juncker commissie staat de Digital Single Market (DSM) op nummer twee. Volgens de Commissie is het hoog tijd om de Europese interne markt klaar te stomen voor het digitale tijdperk. Bestaande online barrières voor burgers en bedrijven moeten verdwijnen. Een jaar na de lancering maken we de balans op; hoe staat het met de ambitieuze plannen van Eurocommissarissen Ansip en Oettinger?  Lees het volledige bericht

Law3
Algemene Verordening Gegevensbescherming treedt in werking op 25 mei 2016

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal op 25 mei 2016 in werking treden. Dit betekent dat decentrale overheden tot 25 mei 2018 hebben om aan de regels uit de AVG te voldoen. U kunt hierbij denken aan het verplicht aanstellen van een Functionaris voor Gegevensbescherming, het uitvoeren van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling of uitvoering geven aan de rechten van de betrokkenen. Lees het volledige bericht

Raad van State2
Raad van State doet uitspraak in zaak omtrent bescherming persoonsgegevens

Persoonsgegevens moeten goed beschermd worden. Deze bescherming van persoonsgegevens was dan ook onderwerp van een uitspraak van de Raad van State (RvS) van 26 april 2016. De RvS oordeelt echter dat het bezwaar tegen een brief van de gemeente over het koppelen van een afvalpas aan het adres van bewoners niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Een actueel onderwerp, omdat onlangs de definitieve versie van de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is goedgekeurd.

Lees het volledige bericht

smartphone-571961_960_720
Europese toezichthouders beoordelen EU-VS Privacyschild

De conceptovereenkomst tussen de Europese Unie (EU) en de Verenigde Staten (VS) over de uitwisseling van gegevens moet op een aantal punten worden aangepast. Dat vinden de Europese toezichthouders die woensdag 14 april 2016 hun oordeel uitspraken over deze conceptovereenkomst. De Europese Commissie staat nu onder druk om deze opmerkingen mee te nemen in haar uiteindelijke besluit.

Lees het volledige bericht

2 Akkoord gegevensbescherming
Nieuwe wetgeving bescherming persoonsgegevens goedgekeurd

De Europese Unie is akkoord gegaan met de nieuwe wetgeving betreffende de bescherming van persoonsgegevens. Op 8 april 2016 heeft de Raad van Ministers van de EU zijn standpunt in eerste lezing vastgesteld. Vervolgens heeft het Europees Parlement op 14 april 2016, tijdens de plenaire vergadering van het Parlement, deze nieuwe wetgeving goedgekeurd. De wetgeving is nog niet gepubliceerd in het publicatieblad en dus nog niet in werking getreden.

Lees het volledige bericht

Aanbestedingsrichtlijn
Nieuwe handreiking Wet hergebruik overheidsinformatie gepubliceerd

Het ministerie van BZK heeft een handleiding geschreven die u door de wet hergebruik overheidsinformatie zal heenleiden. De richtlijn hergebruik van overheidsinformatie is op 18 juli 2015 geïmplementeerd in de Wet hergebruik overheidsinformatie. Op basis van de Who kunnen burgers, bedrijven en onderzoeksinstellingen een verzoek indienen om overheidsinformatie, die onder de wet valt, beschikbaar te stellen voor hergebruik.
Lees het volledige bericht

Akkoord nieuwe EU-Verordening gegevensbescherming

De Europese Commissie, het Parlement en de Raad hebben een finaal akkoord bereikt over de hervorming van de Europese Verordening gegevensbescherming. De Europese Commissie heeft dit op 15 december bekendgemaakt. Met deze hervorming wordt de huidige regelgeving over privacy grondig herzien. De verordening is ook van belang voor provincies, gemeenten en waterschappen.
Lees het volledige bericht

Praktijk

Open data
Rotterdam Open Data

De gemeente Rotterdam loopt al vooruit op deze regels. Daar wordt overheidsinformatie beschikbaar gesteld voor algemeen en educatief gebruik. Hiermee wil Rotterdam kansen bieden voor onderwijs, onderzoek en ondernemen.

Praktijkvragen

Wat betekenen de nieuwe privacyregels voor onze gemeente?
We hebben gehoord dat zowel het Europees Parlement als de Raad voor Ministers de nieuwe Europese regels omtrent privacy hebben goedgekeurd. Wat betekent dit voor onze gemeente? Per wanneer moet onze gemeente voldoen aan deze regels? Moeten wij daarnaast als gemeente ook een aparte Functionaris voor Gegevensbescherming in dienst nemen?

Bekijk het antwoord

Is mijn gemeente al verplicht om elektronisch te factureren?
In 2013 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor richtlijn 2014/55/EU omtrent e-factureren voor overheidsopdrachten. Is mijn gemeente al verplicht om elektronisch te factureren? Ik ben benieuwd wat de huidige stand van zaken omtrent deze richtlijn is, en wat voor verplichtingen deze richtlijn voor mijn gemeente gaat inhouden. Aan wat voor eisen en voorwaarden moet een e-Factuur bijvoorbeeld voldoen?

Bekijk het antwoord

Is de nieuwe EU Richtlijn gegevensbescherming politionele en justitiële samenwerking al in werking getreden?
In het kader van onze regierol in het lokale integrale veiligheidsbeleid onderzoekt de gemeente de ontwikkelingen op het terrein van bescherming van persoonsgegevens. Wij inventariseren welke regelgeving inzake privacy en informatiebeveiliging van toepassing is op samenwerking tussen politie en justitie. Wij begrepen dat parallel aan de Verordening gegevensbescherming Europa ook een nieuwe Richtlijn voor politie en justitie opstelt. Is deze Richtlijn al in werking getreden?

Bekijk het antwoord

Verplicht de Europese richtlijn hergebruik overheidsinformatie om al onze data beschikbaar te stellen?
Een medewerker van ons gemeentearchief stelde onlangs vragen over de toekomstige Wet hergebruik overheidsinformatie die deze zomer in werking treedt en de Europese Richtlijn die daaraan ten grondslag ligt. Verplicht deze richtlijn ons straks als gemeente, maar ook ons archief, om alle data die wij in huis hebben beschikbaar te stellen?

Bekijk het antwoord

Nieuwe Europese bepalingen privacy van kinderen in de jeugdzorg?
Onze gemeente inventariseert welke regels er gelden voor het beheer, de verwerking en het delen van de persoonsgegevens van minderjarige kinderen in het kader van jeugdzorg. Bevat de Europese concept Verordening over privacy hier nieuwe bepalingen over, waar wij als gemeente straks rekening mee moeten houden? Zo ja, wat is het verschil tussen deze concept Verordening en de bepalingen in de Jeugdwet en de Wbp? En wanneer treedt de Verordening in werking?

Bekijk het antwoord

Wat houdt e-aanbesteden in?
In het kader van de Europese Digitale Agenda wilde onze gemeente al meer gaan digitaliseren. Een onderdeel van deze plannen betreft ook elektronisch aanbesteden (e-aanbesteden). Onze gemeente vraagt zich af wat elektronisch aanbesteden nu precies inhoudt, ook gezien de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijnen die hier verder invulling aan willen geven. Tot slot willen wij graag weten of de verplichting tot e-aanbesteden alleen geldt voor opdrachten met een waarde boven de Europese drempelwaarden?

Bekijk het antwoord

Hoe verhoudt de concept-Verordening bescherming persoonsgegevens zich tot de huidige Nederlandse wet?
Voor bescherming van persoonsgegevens kennen we de huidige Nederlandse Wet bescherming persoonsgegevens maar ook de Europese concept-Verordening bescherming persoonsgegevens. Onze gemeente vraag zich af wat de verhouding is tussen beide. Botst de Europese concept-Verordening mogelijk met de huidige nationale privacy regels? En op welke punten verschillen de Wbp en de concept-Verordening?

Bekijk het antwoord

Mag ons waterschap een vergoeding vragen voor verstrekken open data?
Ons waterschap beschikt over veel actuele en historische data die interessant zijn voor bedrijven, bijvoorbeeld over afvalwater, de hoogte van het oppervlaktewater en de waterkwaliteit op meerdere locaties. Met het verstrekken van deze data willen wij onderzoek en bedrijvigheid op het gebied van water stimuleren. Ook zouden wij inkomsten kunnen genereren door het verkopen van deze data. Mag het waterschap volgens de Europese Richtlijn Hergebruik Overheidsinformatie een vergoeding vragen? En hoe verhoudt deze richtlijn zich tot de Wet Markt en Overheid?

Bekijk het antwoord

Publicaties

Wet- en regelgeving

E-Commerce

De ontwikkeling van elektronische handel werd gehinderd door verschillen in wetgeving van de lidstaten. Daarom is de Richtlijn elektronische handel vastgesteld. Hierin zijn de juridische aspecten van het elektronisch zakendoen geregeld.

Doel richtlijn

Het doel van de richtlijn is om belemmeringen zoveel mogelijk weg te nemen en de consument vertrouwen te geven in de elektronische handel. Binnen de EU moeten er zonder problemen rechtsgeldig via de elektronische weg contracten kunnen worden gesloten. De elektronische handel moet transparant zijn.

Mogelijke aanpassing

De Commissie heeft eind 2011 door middel van publieke consultatie geanalyseerd waarom e-Commerce nog een kleine rol speelt in Europa. Ook factoren die de ontwikkeling van e-Commerce tegenhouden werden geanalyseerd. Er zijn geen aanpassingen gedaan na deze analyse.

Implementatie in Nederland

In 2004 is de richtlijn in Nederland geïmplementeerd door middel van de Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel. Hierin zijn regels opgenomen voor het rechtsgeldig sluiten van een overeenkomst via de elektronische weg. Zo’n overeenkomst is rechtsgeldig wanneer:

– De overeenkomst voor beide partijen te raadplegen is;
– De authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate is gewaarborgd;
– Het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld.

E-Factureren

Op 13 juli 2010 is de Richtlijn 2010/45 vastgesteld. Deze stelt de BTW voor elektronische facturen gelijk aan die van papieren facturen. Hierdoor wordt de drempel om e-Facturen te gebruiken verlaagd.

Implementatie in Nederland

Op 1 januari 2013 is de verordening in Nederland in werking getreden. De wet Omzetbelasting is hierdoor gewijzigd.

E-Handtekening
Verordening elektronische identificatie en transactie

In juni 2012 deed de Commissie een voorstel voor een Verordening elektronische identificatie en transactie. Deze verordening is 23 juli 2014 in werking getreden. De verordening moet 1 juli 2016 geïmplementeerd zijn in alle lidstaten. Deze verordening vereenvoudigt elektronische transacties in Europa. De verordening zorgt ervoor dat lidstaten nationale eID’s van andere lidstaten erkennen. Decentrale overheden, burgers en bedrijven hebben hierdoor gemakkelijker toegang tot overheidsdiensten in andere EU-landen.

Juridische status

De eID krijgt met deze verordening dezelfde juridische status als de elektronische handtekening en de gebruikelijke handgeschreven handtekening, waardoor processen op papier kunnen worden gedigitaliseerd en kosten kunnen worden bespaard.

Nationale systemen

De verordening is niet specifiek gericht om één Europees eID in te voeren. Ook wijzigt de verordening niets aan de bestaande nationale systemen. De EU heeft namelijk geen bevoegdheden op dit terrein: elektronische identificatie is een lidstatelijke aangelegenheid.

E-Handtekening

De bedoeling van de Commissie is om de uiteenlopende vormen van digitale handtekeningen en digitale transacties door lidstaten wederzijds te laten erkennen. Voor de komst van dit voorstel hadden de lidstaten in de EU weliswaar al een e-Handtekening op basis van de Richtlijn elektronische handtekeningen, maar deze verschilde tussen lidstaten onderling. Ze werden ook niet wederzijds erkend waardoor het uitvoeren van online grensoverschrijdende transacties bemoeilijkt werd.

Wederzijdse herkenning

De verordening verplicht lidstaten elkaars eID wederzijds te erkennen, zodra deze bij de Commissie genotificeerd zijn. Deze notificatie is niet verplicht: lidstaten kunnen vrijwillig tot deze notificatie overgaan. De notificatie moet dan voldoen aan vereisten uit de verordening.

Voorwaarden

De makers van eID’s (‘qualified trust service providers’) moeten voldoen aan een aantal voorwaarden om de veiligheid van de gebruikers te waarborgen. Daarnaast moeten zij melding maken van eventuele datalekken en het verlies van (persoons) gegevens.

Met het eID wordt ook het elektronische zegel (‘electronic seal’) en het elektronische tijdsstempel (‘electronic time stamp’) wederzijds erkend. Het zegel garandeert de origine en de integriteit van een elektronisch document. De tijdsstempel koppelt de tijd van verzending aan een document, zodat achterhaald kan worden of deze voor een bepaalde deadline is verzonden. Hiermee verloopt de procedure voor bepaalde aanmeldingen en inschrijvingen, bijvoorbeeld op een aanbestedingsopdracht, eerlijker en bestaat er een hogere juridische zekerheid.

Actuele stand van zaken

De verordening zit nog in de behandelfase. De actuele stand van zaken is te vinden op PRELEX. Als de Verordening elektronische identificatie en transactie wordt aangenomen, komt de Richtlijn elektronische handtekeningen uit 1999 te vervallen.

Richtlijn elektronische handtekeningen

In 1999 stelde de EU de Richtlijn elektronische handtekeningen vast. Hierin worden e-Handtekeningen juridisch gelijk gesteld aan handtekeningen op papier. Er moet wel sprake zijn van een elektronisch gekwalificeerde handtekening. De e-Handtekening moet aan de volgende kwaliteitseisen voldoen:

– De handtekening is op unieke wijze aan de ondertekenaar verbonden;
– De handtekening maakt het mogelijk de ondertekenaar te identificeren;
– De handtekening komt tot stand met middelen die alleen de ondertekenaar onder controle kan houden;
– De handtekening is op zodanige wijze verbonden aan de gegevens waarop zij betrekking heeft, dat elke wijziging achteraf kan worden opgespoord.

Implementatie in Nederland

In 2003 is de richtlijn in Nederland omgezet in de Wet elektronische handtekeningen. Deze wet heeft twee aanvullende eisen bovenop eisen uit de richtlijn:

– De elektronische handtekening is gebaseerd op een gekwalificeerd certificaat dat voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Telecommunicatiewet;
– De elektronische handtekening is gegenereerd door een veilig middel voor het aanmaken van elektronische handtekeningen.

E-Health

In art. 14 Richtlijn grensoverschrijdende gezondheidszorg worden eisen gesteld aan het e-Health programma. Zo moeten er duurzame en sociale voordelen ontstaan uit het e-gezondheidsstelsel. Ook moeten er richtsnoeren komen die een lijst van gegevens opstellen die vereist zijn in het patiëntendossier. Gegevensbescherming speelt een belangrijke rol.

Implementatie in Nederland

De richtlijn is in oktober 2013 omgezet in Nederlandse wetgeving via de Regeling Geneesmiddelenwet.

E-Toegankelijkheid en e-Inclusie
Voorstelverordering modernisering Europese standaardisatie

Op 1 juni 2011 is er een voorstelverordening betreffende modernisering van de Europese standaardisatie gedaan. De Commissie stelt hierin dat standaarden onmisbaar zijn in de digitale samenleving om interoperabiliteit van systemen te verzekeren. Op dit moment is het vervolg van dit voorstel nog niet bekend.

Verplichting decentrale overheden

De verordening verplicht decentrale overheden optimaal gebruik te maken van de normen voor het aanschaffen van hardware, software en informatietechnologiediensten willen aanschaffen. Ook moeten de belangrijkste ICT normen die door gespecialiseerde fora en consortia zijn vastgesteld, formeel worden erkend. Zo kunnen overheden in overheidsopdrachten gebruik van maken van deze normen.

Elektronisch aanbesteden

De aanbestedingsrichtlijnen bevatten ook regels voor e-Aanbesteden en voorwaarden voor elektronische aankooptechnieken.

Doel aanbestedingsrichtlijnen

De aanbestedingsrichtlijnen hebben onder andere tot doel:

– Het digitaliseren van aanbestedingen en daarbij nieuwe aankooptechnieken en -instrumenten gebruiken;
– Het aanbesteden van overheidsopdrachten vereenvoudigen en moderniseren;
– Elektronisch aanbesteden stimuleren (zo kunnen termijnen in aanbestedingsprocedures worden verkort als de aanbestedende dienst gebruik maakt van e-Aanbesteden).

Implementatie in Nederland

De aanbestedingsrichtlijnen zijn in Nederlandse wetgeving vastgelegd in de Bao en Bass.

Nieuwe richtlijnvoorstellen

In 2011 maakte de Commissie haar voorstellen bekend voor herziening van de aanbestedingsrichtlijnen. De voorstellen zijn op 15 januari 2014 aangenomen door het Europees Parlement en op 11 februari 2014 definitief vastgelegd door de Raad van Ministers. Nederland heeft twee jaar de tijd om de richtlijnen te implementeren. Daarvoor zal de aanbestedingswet aangepast worden. De vastgestelde teksten staan onder wet- en regelgeving. In de richtlijnen staat een aantal veranderingen op het gebied van e-Aanbesteden. In paragraaf 1.6 van ons Feuilleton voorstellen nieuwe aanbestedingsrichtlijnen leest u hierover meer.

Gegevensbescherming en de AVG

In art. 8 Handvest van de grondrechten van de EU is de basis gelegd voor de bescherming van persoonsgegevens. Deze bescherming is uitgewerkt in richtlijnen, kaderbesluiten en verordeningen.

VERORDENING BESCHERMING PERSOONSGEGEVENS

U kunt hier de laatste versie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming vinden, die door de Raad is goedgekeurd op 8 april 2016.

Richtlijn 95/46/EG
U kunt hier de (oude) richtlijn 95/46/EG betreffende de bescherming van persoonsgegevens vinden. Deze richtlijn zal vervangen worden door de AVG.

Wet bescherming persoonsgegevens
De richtlijn 95/46/EG is geïmplementeerd in de Wet bescherming persoonsgegevens. De richtlijn wordt twee jaar na inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming ingetrokken.

In de Wet bescherming persoonsgegevens is ook de meldplicht datalekken opgenomen. U kunt hier meer over deze meldplicht in de AVG lezen. De plicht gold voorheen al voor telecombedrijven op basis van het Europese Telecompakket en voor internet service providers op basis van de e-Privacy richtlijn.

BESCHERMING PERSOONSGEGEVENS IN STRAFZAKEN

Ook is er een nieuwe richtlijn bescherming persoonsgegevens in strafzaken. Hiermee vervalt het kaderbesluit over de bescherming van persoonsgegevens in strafzaken.

Milieu-informatie
Inspire richtlijn

De Inspire richtlijn is op 15 mei 2007 in werking getreden en is vrijwel één op één omgezet in Nederlandse wetgeving. Het doel van de richtlijn is het harmoniseren en openbaar maken van ruimtelijke gegevens van overheidsorganisaties ten behoeve van het milieubeleid.

GIDEON

Om de dienstverlening rond geo-informatie te verbeteren en een basisvoorziening voor geo-informatie op te richten, is in Nederland GIDEON opgericht. Alle partijen in de samenleving kunnen hier gebruik van maken.

Dienstverlening geo-informatie

De verankering van de Inspire richtlijn in Nederlandse wetgeving is een onderdeel van de verbetering van de dienstverlening rond geo-informatie. In sommige gevallen moet broninformatie opgeslagen en beschikbaar worden gesteld. Deze wet is van belang voor bronhouders van de gegevens die binnen thema’s zoals vastgesteld in de richtlijn vallen.

Decentrale overheden kunnen in bekijken of er thema’s zijn waarvan zij bronhouder zijn. Het Nederlandse Inspire portaal is het Nationaal Georegister.

Richtlijn toegang milieu-informatie

De Richtlijn toegang tot milieu-informatie regelt dat milieu-informatie ter beschikking wordt gesteld aan het grote publiek en daaronder wordt verspreid. Bij voorkeur dient er gebruik gemaakt te worden van de beschikbare telecommunicatie per computer en/of technologie op elektronisch gebied. Met deze richtlijn is het Verdrag van Aarhus uit 1998 geconsolideerd.

Uitgangspunten

Het verstrekken van milieu-informatie heeft een aantal uitgangspunten:

– Decentrale overheden moeten de informatie verstrekken in de vorm waarin de aankloppende burger deze wil hebben;
– De burger hoeft nooit langer dan vier weken op de gevraagde informatie te wachten;
– Bestuursorganen moeten de milieudata waarover zij beschikken, zo ordenen dat deze gemakkelijk kunnen worden verspreid onder de bevolking, bij voorkeur via internet of e-mail;

Van decentrale overheden mag worden verwacht dat zij burgers op de hoogte brengen van de regels en hen op weg helpen met het opvragen van milieu informatie.

Open data
Richtlijn hergebruik overheidsinformatie

In 2011 werd de Richtlijn hergebruik overheidsinformatie herzien. De nieuwe richtlijn is in 2013 in werking getreden en moet in juli 2015 in alle lidstaten geïmplementeerd zijn. De Commissie vond het noodzakelijk de richtlijn te wijzigen om ervoor te zorgen dat er een gelijk speelveld in de EU ontstaat.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

· In beginsel is er in de nieuwe richtlijn een verplichting opgenomen om (op verzoek) documenten voor hergebruik ter beschikking te stellen)(met uitzondering van culturele instellingen);
· Bepalingen omtrent het rekenen van kosten;
· Uitbreiding van de reikwijdte van de richtlijn.
De nieuwe richtlijn houdt nauw verband met andere richtlijnen die gaan over overheidsinformatie, zoals de Richtlijn toegang milieu-informatie en de INSPIRE richtlijn.

Voorwaarden die je als overheid mag stellen aan het gebruik van de data

Openbare lichamen kunnen toestemming geven voor onvoorwaardelijk hergebruik of kunnen voorwaarden opleggen, indien nodig door middel van een licentie. Deze voorwaarden mogen de mogelijkheden tot hergebruik niet nodeloos beperken, noch gebruikt worden om de mededinging te beperken. De Europese Commissie heeft op 17 juli 2015 een aanbeveling gedaan over licensering van publieke sector informatie. De commissie gebruikt Creative Commons als voorbeeld van een standaard licentie. Met de Creative Commons licentie kunnen decentrale overheden aan iedereen toestemming geven om materiaal te verspreiden, te delen en in sommige gevallen te bewerken. De licenties zijn internationaal toepasbaar en zorgen voor een standaard manier waarop toestemming verleend kan worden.

Kosten die je mag rekenen

Wanneer openbare lichamen een vergoeding vragen voor het hergebruik van documenten, is die vergoeding in beginsel beperkt tot de marginale kosten. Als decentrale overheden hun data echter gaan verrijken dan moet er meer gerekend worden.  Verrijkte data houdt in dat de publicatie is verrijkt met o.a. onderzoeksdata, beeldmateriaal en modellen. Ook worden relaties tussen onderzoeksresultaten op een betekenisvolle manier beschreven. De totale inkomsten uit het verstrekken en het verlenen van toestemming voor hergebruik van documenten mogen niet hoger zijn dan de kosten van verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding.  De in deze richtlijn vastgestelde bovengrenzen voor de vergoedingen laten het recht van de decentrale overheden om lagere of in het geheel geen vergoedingen toe te passen, onverlet. De lidstaten moeten objectieve, transparante en controleerbare  criteria vaststellen voor de berekening van de vergoedingen die de marginale kosten overstijgen.

Uitzonderingen op marginale kosten

Beperking tot het rekenen van marginale kosten is niet van toepassing in de volgende gevallen:
· Openbare lichamen die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de uitoefening van hun openbare taken te dekken. Een uitzonderingspositie dient wettelijk te worden vastgelegd. Op dit oment is dit het geval voor de RDW, Kadaster en Handelsregister;
· Bij wijze van uitzondering, documenten waarvoor het betrokken openbare lichaam verplicht is voldoende inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de verzameling, productie, vermenigvuldiging en verspreiding ervan te dekken (dit is Nederland niet aan de orde);
· Bibliotheken, met inbegrip van universiteitsbibliotheken, musea en archieven.

Wie vallen er onder de richtlijn?

Onder de richtlijn vallen alle publiekrechtelijke instellingen die in art. 1 lid 9 Richtlijn 2004/18 als volgt worden gedefinieerd. Een publiekrechtelijke instelling is iedere instelling
A. Die is opgericht met het doel te voorzien in behoeften van algemeen belang, die niet van commerciële of industriële aard zijn;
B. Die rechtspersoonlijkheid bezit;
C. En waarvan ofwel:
– de activiteiten in hoofdzaak door de staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd;
– het beheer is onderworpen aan toezicht door deze laatste;
– de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend/toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.

Om verwarring te voorkomen met nationale begrippen en definities is er in het wetsvoorstel voor gekozen de term “met een publieke taak belaste instelling” te introduceren.

Uitbreiding reikwijdte van de Richtlijn naar culturele instellingen

De Commissie heeft het toepassingsgebied van de Richtlijn uitgebreid tot culturele instellingen. Deze uitbreiding blijft beperkt tot bibliotheken, universiteitsbibliotheken, musea en archieven omdat hun verzamelingen waardevol materiaal zijn en in toenemende mate zullen worden hergebruikt in tal van producten zoals mobiele toepassingen. Bibliotheken, musea en archieven moeten ook meer dan de marginale kosten kunnen aanrekenen. Ook geldt voor hen niet de verplichting om informatie ter beschikking te stellen als zij over de intellectuele eigendomsrechten beschikken.

Relatie met andere regelgeving
Machinale leefbaarheid

Documenten moeten verwerkt worden op een manier die aansluit bij de beginselen in het kader van Richtlijn 2007/2/EG van het EP en de Raad. De data die vrijkomt moet machinaal leesbaar zijn. Dit wil zeggen dat de data moet worden gepubliceerd in een vorm die direct kan worden ingevoerd in een computer, zoals elektronische bits op een schijfeenheid, diskette of magnetische band.

Bescherming persoonsgegevens

De richtlijn dient te worden uitgevoerd en toegepast in volledige overeenstemming met de Richtlijn 95/46/EG inzake de bescherming van persoonsgegevens. Een van de beginselen in die richtlijn is dat persoonsgegevens na verzameling niet worden verwerkt op een manier die niet strookt met de doeleinden waarvoor die gegevens verzameld zijn. Momenteel wordt er in de EU gewerkt aan een verordening betreffende de bescherming van de persoonsgegevens.

De wet Markt en Overheid

De wet Markt en Overheid bevat gedragsregels voor overheden met betrekking tot het hergebruik van gegevens verkregen voor de uitvoering van een publieke taak. Daarnaast komt de Wet Markt en Overheid ook aan bod wanneer een overheid de open data gebruikt om een economische activiteit uit te voeren en zodoende de markt betreedt.